Brief of rekest (verzoekschrift).
Origineel
Brief of rekest (verzoekschrift). A. Zwarts, Monnikenstraat 2 huis, Centrum (vermoedelijk Amsterdam). fruit te koop zooals
pakken met appelen
kisten met peeren
die zij dan aan den
slagers en grossiers
voor weinig van den
hand doen en daar
ik al vele jaren bij
den ingang van den
veemarkt eene
vaste staanplaats
met fruit heb. heb
ik daar veel nadeel
van hopende als dat
u dit wil laten
onderzoeken
dan teeken ik bij
voorbaad mijne dank
A. Zwarts
Monnikhenstraat 2 huis
centrum Het document is een verzoekschrift of klachtbrief van een fruithandelaar genaamd A. Zwarts. De schrijver beklaagt zich over personen die fruit (appels en peren) in grote hoeveelheden direct verkopen aan slagers en grossiers (groothandelaren) tegen lage prijzen.
Zwarts stelt dat hij al vele jaren een officiële, vaste staanplaats heeft bij de ingang van de veemarkt. De informele handel van derden veroorzaakt hem "veel nadeel" (financiële schade). De brief is een formeel verzoek aan de autoriteiten (waarschijnlijk de marktmeester of het gemeentebestuur) om de situatie te onderzoeken. Het handschrift en de spelling (zoals "voorbaad" en "Monnikhenstraat") duiden op een schrijver die gewend is aan praktische correspondentie, maar mogelijk minder formeel geschoold is. De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op een historische marktplaats, waarschijnlijk in Amsterdam gezien het adres in de Monnikenstraat (een zijstraat van de Zeedijk in het centrum). In de 19e en begin 20e eeuw was de veemarkt een centrale plek voor handel, waar niet alleen vee maar ook bijproducten en voedsel werden verhandeld.
Vaste standplaatshouders betaalden vaak precariobelasting of pacht en waren daarom fel gekant tegen 'beunhazen' of handelaren die buiten de regels om hun waar sleten. Dergelijke rekesten zijn veelvoorkomend in stadsarchieven en vormen een belangrijke bron voor onderzoek naar de sociaal-economische geschiedenis van de kleine middenstand.
Samenvatting
Het document is een verzoekschrift of klachtbrief van een fruithandelaar genaamd A. Zwarts. De schrijver beklaagt zich over personen die fruit (appels en peren) in grote hoeveelheden direct verkopen aan slagers en grossiers (groothandelaren) tegen lage prijzen.
Zwarts stelt dat hij al vele jaren een officiële, vaste staanplaats heeft bij de ingang van de veemarkt. De informele handel van derden veroorzaakt hem "veel nadeel" (financiële schade). De brief is een formeel verzoek aan de autoriteiten (waarschijnlijk de marktmeester of het gemeentebestuur) om de situatie te onderzoeken. Het handschrift en de spelling (zoals "voorbaad" en "Monnikhenstraat") duiden op een schrijver die gewend is aan praktische correspondentie, maar mogelijk minder formeel geschoold is.
Historische Context
De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op een historische marktplaats, waarschijnlijk in Amsterdam gezien het adres in de Monnikenstraat (een zijstraat van de Zeedijk in het centrum). In de 19e en begin 20e eeuw was de veemarkt een centrale plek voor handel, waar niet alleen vee maar ook bijproducten en voedsel werden verhandeld.
Vaste standplaatshouders betaalden vaak precariobelasting of pacht en waren daarom fel gekant tegen 'beunhazen' of handelaren die buiten de regels om hun waar sleten. Dergelijke rekesten zijn veelvoorkomend in stadsarchieven en vormen een belangrijke bron voor onderzoek naar de sociaal-economische geschiedenis van de kleine middenstand.