Archiefdocument
Origineel
14 december 1939 (uitgegeven), met stempel "15/12 1939". Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Mietje Vischschoonmaker-Korper (geboren 15 mei 1891). № 39/330/1 M. 1939 15/12.
[Handgeschreven: M. Richter]
Uitger. 14/12 -'39.
No. 5/550 L.M. 1939. Afschrift.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien een adres van Mietje Vischschoonmaker-Korper geboren 15 Mei 1891, wonende Lepelstraat 67(III), waarbij vergunning wordt verzocht tot het innemen eener standplaats met een handkar ten verkoop van versche visch op den openbaren weg;
Geven adressante te kennen, dat haar, tot wederopzeggens toe, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een handkar ten verkoop van versche visch, op den openbaren weg, de Lepelstraat, op den ryweg, evenwydig aan en tegen het verhoogde voetpad, voor perceel No. 52, om daarvan des Maandags, Donderdags en op den werkdag, voorafgaande aan Israëlietische feestdagen, van 10 uur v.m. tot 5 uur n.m. gebruik te maken en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet by vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghoudster mag alleen persoonlyk van deze vergunning gebruik maken en zich by den verkoop niet doen bystaan;
c. boven de kar mag zich niets anders bevinden dan een zeil of een andere bedekking van een afmeting niet grooter dan de oppervlakte van de kar, welke bedekking alleen aan de kar en niet, op welke wyze ook, aan de straat of anderszins mag worden vastgemaakt;
d. aan de kar mag zich geen omheining bevinden, hetzy van zeildoek, hetzy van getimmerte, zoodat het uitzicht boven, onder en langs de kar naar alle zyden vry blyve;
e. onder de kar of in de onmiddellyke nabyheid daarvan, mogen zich geen voorwerpen bevinden van welken aard ook;
f. als brandstof voor de met vloeibare brandstof gevulde lampen mag geen benzine worden gebruikt, terwyl de naaldafsluiter, welke zich bevindt in de brandstofleiding tusschen het brandstofreservoir en de lichtbron, van een aanslag voor den open stand moet zyn voorzien;
g. de straat onder en in de nabyheid van de kar moet rein blyven;
h. de bereiding, verpakking, bewaring, behandeling en het vervoer mag uitsluitend geschieden op zindelyke wyze en zoodanig, dat verontreiniging voldoende wordt voorkomen;
i. de verpakking van eetwaren mag niet geschieden in papier, dat reeds voor andere doeleinden is gebruikt;
j. de vergunninghoudster moet op de eerste aanzegging der Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer, door deze noodig wordt geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming, terwyl alle overige aanwyzingen door haar te geven, stipt moeten worden nageleefd;
k. deze vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld over de loopende, c.q. voorafgaande week. Dit document is een officiële marktvergunning uit Amsterdam, gedateerd december 1939. Het geeft een gedetailleerd inzicht in de strenge regulering van de straathandel in die tijd. Opvallend is de naam van de aanvrager, Mietje Vischschoonmaker-Korper, waarbij de achternaam direct verwijst naar het ambacht.
De vergunning bevat zeer specifieke voorschriften voor het uiterlijk van de handkar (geen omheiningen, beperkte afmetingen van het afdekzeil) om de verkeersveiligheid en het zicht te waarborgen. Ook hygiëne (geen hergebruikt papier, reinheid van de straat) en veiligheid (voorschriften voor lampen op vloeibare brandstof) worden uitvoerig behandeld. Het feit dat de vergunninghoudster persoonlijk aanwezig moet zijn en geen hulp mag inschakelen, benadrukt het kleinschalige, individuele karakter van dit type ondernemerschap. Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). De locatie (Lepelstraat) en de vermelding dat er extra verkoopdagen zijn voorafgaand aan "Israëlietische feestdagen" duiden erop dat dit een standplaats was in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.
Voor veel bewoners van deze wijk was de ambulante handel met handkarren een essentiële bron van inkomsten. De specifieke vermelding van de Joodse feestdagen toont aan hoe de gemeentelijke bureaucratie rekening hield met de religieuze kalender van de lokale gemeenschap. Helaas is dit document ook een wrang tijdsdocument: slechts enkele maanden na de uitgifte van deze vergunning zou de bezetter beginnen met het systematisch beperken en vervolgens onmogelijk maken van de Joodse handel en het Joodse leven in Amsterdam. De achternaam 'Vischschoonmaker' komt veel voor in de Joodse genealogie van Amsterdam. M. Richter Marktwezen Politie