Getypt afschrift van een officiële brief.
Origineel
Getypt afschrift van een officiële brief. 28 juni 1938. Afschrift.
L.M. 508-1938. 28 Juni 1938.
Bij ons schrijven van 23 December 1936, No. 875 L.M. brachten wij
ter kennis van Uw ambtsvoorganger, dat door velerlei oorzaken, verband
houdende met de moeilijke tijdsomstandigheden, doch vooral door de afslui-
ting van de Zuiderzee, onze Gemeente gedurende de laatste jaren niet vol-
doende werd voorzien van visch tegen prijzen, welke door het meerendeel der
bevolking betaald kunnen worden en dat vooral aan vischsoorten als bot en
geep, welke de IJmuidervloot niet of zeer onvoldoende aanvoert en welke bij
de Amsterdamsche bevolking juist zeer in den smaak vallen, groote behoefte
bestond. Wij verzochten Zijne Excellentie te willen bewerkstelligen, dat onze
Gemeente in een gunstiger positie zou komen te verkeeren door de consenten
voor in- en aanvoer van visch uit het buitenland, welke niet werden gebruikt,
ter beschikking te stellen van de Amsterdamsche importeurs.
Uw ambtsvoorganger berichtte ons bij schrijven van 18 Februari
1937, No. 11908 N, dat aan ons verzoek niet kon worden voldaan.
Sindsdien is de aanvoer van visch naar Amsterdam niet verbeterd,
Nog steeds is er een groot tekort, vooral aan de vischsoorten, welke de be-
volking in het bijzonder wenscht, zooals schol, schar, bot en geep, met
gevolg, dat èn de winkeliers èn de venters - doch vooral de laatste belang-
rijke groep van kleinhandelaren - een uiterst moeilijk bestaan hebben.
Wij zijn van meening, dat de vischvoorziening van Amsterdam niet
zal verbeteren, tenzij Uwe Excellentie bereid zou zijn ten behoeve van onze
Gemeente de belemmerende bepalingen ten aanzien van den aanvoer en den in-
voer van visch uit het buitenland eenigermate te verzachten, De ervaring
immers heeft geleerd, dat IJmuiden in onvoldoende mate Amsterdam voorziet
van de visch, welke de Amsterdamsche handel noodig heeft en ook dat van de
uit het buitenland ingevoerde en aangevoerde visch een te gering gedeelte
onze Gemeente bereikt.
De oplossing van de moeilijkheid zou naar onze meening kunnen
worden gevonden in het verleenen van extra consenten voor aanvoer en invoer
van visch uit Denemarken, Zweden en Noorwegen, aan de daarvoor in aanmerking
komende personen, onder voorwaarde, dat de op die consenten aangevoerde en
ingevoerde visch uitsluitend via den Gemeentelijken vischafslag van Amsterdam
wordt verkocht. Wij zijn van oordeel, dat een dergelijke maatregel zal
leiden tot een vergrooting van het vischverbruik in onze Gemeente, zonder
dat de Nederlandsche Visscherij daarvan schade zal ondervinden. Wij brengen
Uwe Excellentie in herinnering, dat Amsterdam met ingang van 16 Augustus
1937 is aangewezen als aanvoerhaven voor versche zeevisch, met uitzondering
van versche haring, zoodat in dat opzicht tegen de door ons voorgestane
oplossing geen bezwaar kan worden gemaakt.
Z.O.Z. * Kernproblematiek: De brief beschrijft een structureel tekort aan betaalbare vis in Amsterdam aan het eind van de jaren '30. Dit heeft zowel een nutritionele impact op de bevolking (vis is te duur) als een economische impact op de kleinhadel (winkeliers en vooral straatventers).
* Oorzaak: De afsluiting van de Zuiderzee (voltooid in 1932) wordt expliciet genoemd als hoofdoorzaak. De traditionele visserij is verstoord en de aanvoer vanuit IJmuiden voldoet niet aan de specifieke Amsterdamse vraag naar soorten zoals bot en geep.
* Voorgestelde oplossing: Het stadsbestuur verzoekt om extra importvergunningen ("consenten") voor vis uit Scandinavische landen (Denemarken, Zweden, Noorwegen). Om controle te behouden en de eigen handel te steunen, moet deze vis verplicht via de eigen Gemeentelijke visafslag worden verhandeld.
* Argumentatie: Men stelt dat deze import de nationale visserij niet schaadt (omdat IJmuiden deze specifieke vis toch niet levert) en wijst op de nieuwe status van Amsterdam als officiële aanvoerhaven sinds 1937. Dit document biedt een waardevolle inkijk in de sociaal-economische gevolgen van de Zuiderzeewerken voor de stad Amsterdam. Hoewel de Afsluitdijk een technisch hoogstandje was, leidde de verandering van zout naar zoet water tot het verdwijnen van vele visgronden waar Amsterdam van afhankelijk was.
In 1938 bevond Nederland zich bovendien nog in de nasleep van de economische depressie. Betaalbaar voedsel voor de arbeidersklasse was een prioriteit voor het stadsbestuur. Het document illustreert de spanning tussen protectionisme (het beschermen van de eigen visserijvloot in IJmuiden middels importbeperkingen) en de noodzaak tot voedselvoorziening en marktstimulering in de hoofdstad. De vermelding van "venters" herinnert aan het typische Amsterdamse straatbeeld van die tijd, waarbij visverkoop per kar een belangrijke bron van inkomsten en voedseldistributie was.