Officieel afschrift van een ministeriële brief.
Origineel
Officieel afschrift van een ministeriële brief. 26 juli 1938. Ministerie van Economische Zaken (namens de Minister: de Secretaris-Generaal A.A. van Rhijn). Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. No.46A/35/3 M.1938 No.508 L.M.1938 AFSCHRIFT. [Rechtsboven handgeschreven:] 2 en
MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN.
Bericht op schrijven van No.42668 Dir.v.Handel en Nijverheid.
28-Juni 1938, Afd.L.M.
No.508 -1938.
Betreffende versche
zeevisch.
's-Gravenhage, 26 Juli 1938.
Naar aanleiding van Uw nevenvermeld schrijven heb ik de eer U te berichten, dat ik in principe bereid ben te bevorderen, dat, binnen het raam der bestaande invoercontingenten, aan importeurs, boven de hun op grond van invoer in de basisjaren verstrekte toewijzingen, extra-toewijzingen voor versche zeevisch worden verleend, op voor-waarde, dat deze visch op den Amsterdamschen afslag wordt verkocht.
Tot mijn leedwezen moet ik U echter mededeelen, dat het treffen van een afzonderlijke regeling ten behoeve Uwer gemeente voor den aanvoer van versche zeevisch overwegende bezwaren ontmoet.
De Minister van Economische Zaken,
voor den Minister,
de Secretaris-Generaal,
A.A.van Rhijn.
Aan Heeren Burgemeester en
Wethouders van
A m s t e r d a m .
Kennisgenomen:
De Directeur van het Marktwezen,
b.a.de Secretaris,
w.g. Van Praag. [Initiaal doorgehaald]
[Handgeschreven aantekening rechtsonder:]
Afschriften
gezonden aan
Insp. en H. Stam
30/8 38
[Paraaf] * Inhoud: De brief is een reactie op een verzoek van de gemeente Amsterdam. De Minister verklaart zich bereid om extra importquota ("extra-toewijzingen") voor verse zeevis toe te staan bovenop de reguliere quota gebaseerd op historische importcijfers ("basisjaren"). Hieraan wordt de dwingende voorwaarde verbonden dat deze vis uitsluitend op de Amsterdamse afslag verhandeld mag worden. Hiermee probeert het Rijk de lokale markt te ondersteunen.
* Afwijzing: Tegelijkertijd wijst de Minister een verzoek af om een volledig aparte, specifieke regeling voor de visaanvoer in Amsterdam te treffen. De vage term "overwegende bezwaren" suggereert dat men precedentwerking voor andere steden wilde voorkomen of dat het de nationale marktordening zou verstoren.
* Spelling en Stijl: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (zoals "zeevisch" en "Amsterdamschen") en de formele, hiërarchische ambtelijke stijl van de jaren '30.
* Administratieve gang: De brief is ondertekend door de invloedrijke Secretaris-Generaal A.A. van Rhijn. Onderaan is te zien dat het document is 'kennisgenomen' door de Directeur van het Marktwezen (vertegenwoordigd door Van Praag), wat aangeeft dat de informatie is doorgestuurd naar de uitvoerende dienst binnen de gemeente. * Crisisjaren en Protectionisme: In 1938 bevond Nederland zich nog steeds in de nasleep van de Grote Depressie. De overheid stuurde de economie strak aan via het systeem van 'contingentering' (invoerbeperkingen) om de eigen markt en de deviezenvoorraad te beschermen.
* Voedselvoorziening: Voor een grote stad als Amsterdam was de aanvoer van verse vis cruciaal voor de volksvoeding. De gemeente probeerde blijkbaar meer grip te krijgen op deze aanvoer door speciale regelingen aan te vragen bij het Rijk.
* A.A. van Rhijn: Arie Adriaan van Rhijn (1892-1986) was een sleutelfiguur in het Nederlandse ambtenarenapparaat. Hij was later mede-architect van het Nederlandse socialezekerheidsstelsel (de Commissie-Van Rhijn). In 1938 was hij de hoogste ambtenaar op Economische Zaken onder minister Max Steenberghe. A.A. van Rhijn H. Stam L.M. Gemeente Amsterdam Marktwezen