Officiële correspondentie (brief) op briefpapier van de Nederlandsche Visscherijcentrale.
Origineel
Officiële correspondentie (brief) op briefpapier van de Nederlandsche Visscherijcentrale. 14 november 1938. De Directeur van de Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W). [Briefhoofd]
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
TELEFOON 720080*
INTERCOMMUNAAL XX 1
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
GIROREKENING 245271
AFD. I.
BETREFFENDE invoer zeevisch.
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN
No.
BIJ ANTWOORD VERMELDEN:
No. 6228.
BIJLAGEN STUKS, T.W.:
[Adressering]
den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM (W).-
'S-GRAVENHAGE, 14 November 1938.
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3—4
[Inhoud]
Naar aanleiding van het telefonisch onderhoud met een van de ambtenaren der Nederlandsche Visscherijcentrale deel ik U mede, dat aan te Amsterdam woonachtige importeurs op een desbetreffend verzoek in beperkte mate bijzondere toewijzingen kunnen worden verstrekt voor den invoer van versche zeevisch. Als bijzondere voorwaarde wordt bij de afgifte gesteld, dat de zeevisch in een zending moet worden ingevoerd en verkocht over den Gemeentelijken Vischafslag te Amsterdam.
Bij nadere overweging is dezerzijds besloten aan de bezwaren van de Amsterdamsche importeurs in zoover tegemoet te komen, dat de toewijzingen met een geldigheidsduur van één maand zullen worden verstrekt. In verband echter met de omstandigheid, dat de contingenten voor den invoer van zeevisch tot 1 Januari 1939 ter beschikking staan, zullen de toewijzingen, afgegeven in December, alleen gedurende deze maand geldig zijn en op 31 December a.s. vervallen. Na 1 Januari 1939 gelden de toewijzingen weder voor een maand.
DE DIRECTEUR,
[Handtekening: J.M. Maullert?]
[Marginale notities en codes]
Rechtsboven (handgeschreven in potlood): Gezien [Onleesbaar]
Linksonder (typistcode): 17484 - '38 / Vij/BW. In deze brief communiceert de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) over een versoepeling van de regels voor de Amsterdamse visimporteurs. Het hoofdpunt is dat er "bijzondere toewijzingen" (importvergunningen) kunnen worden verleend voor verse zeevis, mits deze via de officiële Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam worden verhandeld.
Er wordt specifiek ingegaan op de geldigheidsduur van deze vergunningen: normaal gesproken één maand, maar vanwege het einde van het quotumjaar (contingenten) worden de vergunningen voor december 1938 strikt tot 31 december beperkt. Dit wijst op een strakke centrale regie over de vismarkt en het belang van de Amsterdamse lokale infrastructuur (de afslag) voor de controle op deze handel. De brief dateert uit november 1938, een periode waarin de Nederlandse overheid via diverse crisisorganen en centrale organen (zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale, opgericht in de jaren '30) de economie en de handel streng reguleerde. De "contingentering" waarover gesproken wordt, was een instrument van de handelspolitiek om de binnenlandse markt te beschermen en de import te beheersen tijdens de economische nasleep van de Grote Depressie.
De adressering aan de Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam is saillant: dit is de locatie van de Centrale Markthallen, die in 1934 waren geopend. De brief toont de administratieve afstemming tussen de centrale overheid in Den Haag en het marktwezen in de hoofdstad. Tevens is de spelling representatief voor de tijd (vóór de spellinghervorming van 1947), met woorden als zeevisch, dezerzijds en Amsterdamsche.