Getypte ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum. 16 juli (waarschijnlijk 1938, gezien de referentie naar augustus 1937). De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Markt- of Visafslagdienst Amsterdam). 1 16 Juli 8
46A/35/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
uitsluitend ten behoeve van Amsterdam, af te geven.
Het contingent voor aanvoer (per zeeschip, rechtstreeks uit zee), waarvoor de consenten in handen zyn van buitenlandsche (Deensche) visschers, wordt echter steeds volkomen opgebruikt. Uitbreiding van dit contingent is alleen mogelyk door wyziging van de tusschen Nederland en Denemarken bestaande handelsovereenkomst. Ofschoon deze visch sedert 16 Augustus 1937 ook in den Amsterdamschen afslag mag worden verkocht - door de aanwyzing van Amsterdam als aanvoerhaven voor versche zeevisch, met uitzondering van haring - is het nog niet gelukt om buitenlandsche visschersschepen in Amsterdam te krygen (de Deensche visschers markten tot nu toe uitsluitend in Ymuiden).
Intusschen is het van groot belang, te bevorderen, dat vooral in de eerste helft der week, schepen met visch aan de Amsterdamsche markt komen; de Urker-visschers bezoeken deze markt namelyk uitsluitend in de tweede helft der week. Dit komt, doordien de Urker-visschers des Zondags altyd thuis willen zyn, eerst des Maandags uitvaren en dan pas des Donderdags, Vrydags en Zaterdags hun vangst te Amsterdam van de hand komen doen. De voorziening van den Amsterdamschen Afslag met visch in de eerste helft der week houdt my reeds jaar en dag bezig. Ik heb deze quaestie thans nog eens opnieuw opgenomen met de visschersvereenigingen te Urk en te Den Helder; te zyner tyd hoop ik U hieromtrent nader te berichten.
Wat de extra-consenten voor invoer van buitenlandsche visch betreft, ware af te wachten wat hiervan terecht kan komen.
De Directeur, Dit document betreft de logistieke en economische uitdagingen rondom de visvoorziening voor de stad Amsterdam in de late jaren '30. De kernproblematiek is tweeledig:
- Buitenlandse aanvoer: Er is een quotum (contingent) voor Deense vissers, maar deze vissers lossen hun vangst liever in IJmuiden dan in Amsterdam, ondanks dat Amsterdam sinds 1937 officieel is aangewezen als aanvoerhaven voor zeevisch. De directeur stelt dat een verhoging van de aanvoer een wijziging van het handelsverdrag met Denemarken vereist.
- Binnenlandse spreiding: Er is een structureel tekort aan vis in de eerste helft van de week. De vissers uit Urk (destijds nog een eiland/gemeente met een zeer strikte zondagsrust) varen pas op maandag uit, waardoor hun vis pas vanaf donderdag op de Amsterdamse markt verschijnt. De directeur probeert via overleg met vissersverenigingen in Urk en Den Helder de aanvoer meer over de week te verspreiden.
Het document illustreert de sterke invloed van religieuze tradities (de Urker zondagsrust) op de grootstedelijke voedseldistributie en de concurrentiestrijd tussen de havens van IJmuiden en Amsterdam. Het document dateert van kort na de aanwijzing van Amsterdam als aanvoerhaven voor zeevis (16 augustus 1937). Deze aanwijzing was bedoeld om de eigen visafslag van Amsterdam te stimuleren ten opzichte van de Rijksvisafslag in IJmuiden. De referentie naar "consenten" (vergunningen) en "contingenten" wijst op de protectionistische handelspolitiek van de jaren '30, waarbij de overheid de import strikt reguleerde om de eigen economie te beschermen tijdens de Grote Depressie. De brief toont de bemoeienis van de "Wethouder voor de Levensmiddelen", een functie die in tijden van economische schaarste en dreigende oorlogsvoorbereiding (eind jaren '30) cruciaal was voor de voedselzekerheid van de burger.