Getypte ambtelijke brief met een handgeschreven aantekening ("later") bovenaan.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met een handgeschreven aantekening ("later") bovenaan. 16 Juli 1938. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven:] later
vdI/G.
46A/35/2 M.
16 Juli 1938.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 8 dezer om advies ontvangen stuk no.508 L.M.1938 heb ik de eer U het volgende te berichten.
Zooals ik U reeds mondeling mededeelde, heb ik als reactie op het onderhavige artikel, door den Nederlandschen Bond van Kleinhandelaren in het Vischbedryf het U bekende ingezonden stuk doen plaatsen, dat opgenomen is in het Algemeen Handelsblad van Zaterdag, 9 Juli jl., Avondblad.
Ik meen, dat hiermede het bovenbedoelde artikel voldoende beantwoord is.
Ik kan hier nog aan toevoegen, dat ik op 13 dezer van den Heer Janssens, Directeur van de Nederlandsche Visschery Centrale te 's-Gravenhage vernam, dat de Visschery-Centrale reeds advies heeft uitgebracht aan ZExc. den Minister op het verzoek van het Gemeentebestuur van Amsterdam tot het verkrygen van extra-consenten voor den aanvoer en invoer van buitenlandsche visch, op conditie, dat deze visch uitsluitend via den Amsterdamschen Vischafslag wordt verkocht. Dit advies, zoo deelde de Heer Janssens my mede, luidt in zooverre gunstig, dat geadviseerd wordt tot het verstrekken van extra-consenten voor invoer, doch niet voor aanvoer. Het contingent aan buitenlandsche visch, dat ingevoerd mag worden over de Nederlandsche landsgrenzen, wordt in den regel niet volledig opgebruikt door de betreffende consenthouders-vischhandelaren. Hiervoor is dus marge aanwezig om extra-consenten, * Afzender en Ontvanger: De brief is gericht aan de Amsterdamse Wethouder voor Levensmiddelen. Hoewel de afzender niet expliciet met naam wordt genoemd, lijkt dit een rapportage van een hoge ambtenaar of afdelingshoofd (gezien het kenmerk vdI/G).
* Kern van de correspondentie: De brief dient als officieel advies naar aanleiding van een eerder verzoek (stuk no. 508 L.M.1938). Het gaat over het reguleren van de vismarkt in Amsterdam door middel van extra vergunningen (consenten).
* Media-interventie: Er wordt verwezen naar een publieke reactie in het Algemeen Handelsblad van 9 juli 1938, opgesteld namens de 'Nederlandschen Bond van Kleinhandelaren in het Vischbedryf', om een lopende discussie of artikel in de pers te counteren.
* Regulering en Distributie: Er wordt een belangrijk onderscheid gemaakt tussen 'invoer' (via land) en 'aanvoer' (waarschijnlijk bedoeld als directe landing door buitenlandse schepen). Voor invoer is ruimte binnen de bestaande contingenten (quota). Een harde voorwaarde voor de extra vergunningen is dat de vis via de Amsterdamse Visafslag verhandeld moet worden, wat wijst op een sterke gemeentelijke controle op de handel en kwaliteit. * Crisisjaren en Protectionisme: In 1938 bevond Nederland zich nog in de nasleep van de Grote Depressie. De overheid stuurde de economie strak aan via contingentering (importquota) en vergunningenstelsels (consenten) om de eigen markt te beschermen tegen goedkope buitenlandse import.
* Nederlandsche Visschery Centrale (NVC): Dit was een semi-overheidsorgaan dat in de jaren '30 een cruciale rol speelde in de ordening van de visserijsector. Dat de directeur hiervan (de heer Janssens) direct betrokken is bij het advies aan de minister, onderstreept het belang van deze besluitvorming.
* Lokale Voedselvoorziening: De wethouder voor Levensmiddelen in Amsterdam was verantwoordelijk voor de betaalbaarheid en beschikbaarheid van voedsel in de stad. De discussie over extra import suggereert een tekort aan binnenlandse vis of te hoge prijzen, waarbij de gemeente probeerde bij te sturen zonder de lokale vissers te veel te schaden.