Archiefdocument
Origineel
31 October 1938. Nederlandsche Visscherijcentrale, Afd. I. (gevestigd te 's-Gravenhage, Juliana van Stolbergplein 3-4). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, AMSTERDAM. (W). [Briefhoofd:]
Nº 46 A/35/9 M. 1938
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
TELEFOON 720080*
INTERCOMMUNAAL XX 1
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
GIROREKENING 245271
AFD. I.
BETREFFENDE invoer zeevisch.
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN
No.
BIJ ANTWOORD VERMELDEN:
No. 5477.
BIJLAGEN 1 STUKS, T.W.:
1 afschrift schrijven N.V. Nederlandsch Vischveem, te A'dam, dd. 31-10-'38 I No. 5476.
[Rechterkolom, adresgegevens:]
Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM. (W)
[Handgeschreven aantekening in de rechter marge:]
mi. Dir. Wz
ter snelle
insp.
'S-GRAVENHAGE, 31 October 1938.
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3—4
Bijgaand doe ik U afschrift toekomen van een schrijven, gericht aan de N.V. Nederlandsch Vischveem te Amsterdam, waarin vergunning wordt verleend tot den invoer van zeevisch uit Noorwegen, mits deze wordt verkocht over den Gemeentelijken Vischafslag te Amsterdam.
Ik verzoek U te zijner tijd aan de Nederlandsche Visscherijcentrale een opgave te zenden van de hoeveelheid, alsmede van de waarde der zeevisch, welke het Vischveem over Uw afslag heeft verkocht.
Tevens maak ik van deze gelegenheid gebruik U mede te deelen, dat de geldigheidsduur van de toewijzing, verleend aan den heer M. Gerritse (zie mijn schrijven dd. 19 October jl. No. 5528) is verlengd tot 15 November a.s.
DE DIRECTEUR,
[Handtekening]
Vij/AB
17484 - '38
[Handgeschreven rechtsonder:] 46 * Doel van de brief: De Nederlandsche Visscherijcentrale informeert de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam over een verleende importvergunning. Het doel is om toezicht te houden op de markt door te eisen dat de geïmporteerde vis via de officiële gemeentelijke kanalen wordt verhandeld.
* Kernbepaling: De import van Noorse zeevis door de N.V. Nederlandsch Vischveem is alleen toegestaan onder de strikte voorwaarde dat de verkoop plaatsvindt via de Gemeentelijke Vischafslag te Amsterdam.
* Informatieplicht: De ontvanger (de directeur van de afslag) krijgt de opdracht om achteraf rapportage uit te brengen over de volumes en de geldwaarde van de via hem verhandelde Noorse vis.
* Secundaire mededeling: Er wordt melding gemaakt van een verlenging van een toewijzing voor een zekere heer M. Gerritse, wat duidt op een systeem van individuele quota of vergunningen. De brief stamt uit oktober 1938, een periode waarin de Nederlandse economie sterk gereguleerd was als gevolg van de economische crisis van de jaren '30. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC), opgericht in 1934, was een overheidsorgaan dat de visserijsector moest saneren en reguleren.
In deze periode was er sprake van een contingentering: de import van goederen (zoals vis) werd aan banden gelegd om de eigen markt te beschermen. Door te verplichten dat importvis via de gemeentelijke afslag werd verkocht, behield de overheid controle over de prijzen en de totale hoeveelheid vis op de markt. De Jan van Galenstraat in Amsterdam, waar de brief naartoe is gestuurd, was (en is nog steeds) de locatie van de centrale markthallen en de bijbehorende administratie van het marktwezen. De handgeschreven notitie "ter snelle insp." suggereert dat het document met spoed ter inspectie of behandeling aan de betreffende afdelingschef moest worden voorgelegd.