Officiële brief.
Origineel
Officiële brief. 2 december 1938. Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd]
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
TELEFOON 720080*
INTERCOMMUNAAL XX 1
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
GIROREKENING 245271
AFD. I.
BETREFFENDE invoer zee-visch.
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN
No.
BIJ ANTWOORD VERMELDEN:
No. 6519.
BIJLAGEN ............ STUKS, T.W.:
[Stempel in kleur]
№ 46 A/35/27 M. 1338 3/h
[Adresgroep]
den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM. - W.
[Handgeschreven notitie rechtsboven, deels onleesbaar]
ni. bij we
Inspra [?]
[Datum en locatie]
'S-GRAVENHAGE, 2 December 1938.
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3—4
[Inhoud]
Hiermede bericht ik U, dat aan den Heer C. Rooseman, Jacob Catskade nº 1 te Amsterdam, een toewijzing is verleend voor den invoer van 1.000 kg netto zeevisch uit Denemarken, met een geldigheidsduur tot 1 Januari 1939, onder voorwaarde, dat de in te voeren zeevisch wordt verkocht over den Gemeentelijken Vischafslag.
Ik verzoek U te zijner tijd aan de Nederlandsche Visscherijcentrale een opgave te zenden van de hoeveelheid, alsmede van de waarde van de zeevisch, welke Rooseman voornoemd over Uw afslag heeft verkocht.
DE DIRECTEUR,
[Handtekening]
[Voetnoot/Marges]
Vij/CP.
17484 - '38
[Handgeschreven rechtsonder in blauw potlood:] 46 * Onderwerp: De brief betreft een vergunning (toewijzing) voor de import van 1.000 kg zeevis uit Denemarken door een particuliere handelaar (C. Rooseman).
* Regulering: Het document illustreert de strikte overheidsregulering van de vishandel in de jaren 30. De import was gebonden aan een quotum en aan de strikte voorwaarde dat de verkoop via de officiële Gemeentelijke Vischafslag moest verlopen. De "centrale" hield hier toezicht op door rapportages op te vragen over de gerealiseerde volumes en waarden.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare formele spelling (zoals "zeevisch", "den Heer", "toewijzing is verleend").
* Vormgeving: Het betreft een standaard invulformulier op briefpapier van de Nederlandsche Visscherijcentrale, waarbij specifieke gegevens met een schrijfmachine zijn ingevuld. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd in 1933 opgericht op basis van de Landbouwcrisiswet. In de crisistijd van de jaren 30 greep de overheid fors in de economie in om markten te stabiliseren en de eigen productie te beschermen. De NVC regelde de in- en uitvoer van vis via licenties en quota.
De ontvanger, de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam, was gevestigd aan de Jan van Galenstraat, de locatie van de in 1934 geopende Centrale Markthallen. De koppeling tussen de importvergunning en de verplichte verkoop via de gemeentelijke afslag diende om prijsvorming te controleren en te voorkomen dat importvis de binnenlandse markt ongecontroleerd zou overspoelen. De datum, december 1938, plaatst dit document in de periode van economisch herstel vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.