Getypt verslag of artikel (mogelijk een kopij voor een krant of een intern memorandum).
Origineel
Getypt verslag of artikel (mogelijk een kopij voor een krant of een intern memorandum). "B.en W. van Amsterdam vragen de regeering een grooteren invoer van buitenlandsche visch.
Is die invoer noodig ?
De visschery-nyverheid lydt, als zooveel andere bedryven, aan gebrek aan afzet. Die andere bedryven worden meer of minder door de regeering geholpen, hèt visscherybedryf echter vrywel niet.
Er is een beperking van de productie en onder bepaalde voorwaarden krygt een gering aantal binnenvisschers een heelen kleinen steun; en dan is er nog de steun - wanneer men dien zoo noemen mag - voor de oud-Zuiderzeevisschers en belanghebbenden.
Onder die belanghebbenden vallen echter ook de vischventers. Want een aantal venters vond hoofdzakelyk zyn bestaan in het venten van Zuiderzeebot, Zuiderzeegarnalen en enkele weken in het jaar geep.
Heeft de vischventer nog gelegenheid zyn brood te verdienen ? Bot en garnalen zyn er nog, ook geep. En schol is er in overvloed, ook de voor Amsterdam geëigende soorten; de treilers, de loggers, de kotters, de botters voeren die in overvloed aan. Schelvisch en kabeljauw - wordt er in Amsterdam wel kabeljauw verkocht, is het niet mestentyds gul en koolvisch ? - is er zooveel, dat deze meestentyds geen dubbeltje per pond kan halen. Er zyn echter nog tal van andere soorten visch, uitstekend voedsel, heerlyk van smaak, buitengewoon laag in prys. Maar de venter wil die niet verkoopen, omdat hy zich geen moeite geven wil. En wat voor den venter, geldt, geldt vaak ook voor den winkelier.
Enkele voorbeelden: De schelvisch en de kabeljauw zyn susje en broertje; zy hooren met de koolvisch en de wyting tot de familie Dorsch. In fynte van vleesch en smaak is de volgorde wyting, schelvisch, kabeljauw, koolvisch. De wyting is de fynste, de edelste. De Engelschman noemt deze het kuiken van de zee en in ieder Fransch restaurant wordt Merlan besteld. Ook de Nederlander zou die in eigen lans even gaarne eten als in Parys. Maar de venter wil geen wyting verkoopen. Zeewolf levert eveneens prachtig blank vischvleesch; byna geen graten, heerlyk van smaak- Maar geen venter die deze verkoopt.
Buiten deze en andere Noordzeevisch zyn er dan nog tal van zoetwatervisschen. Het finten-seizoen is juist voorby. De visschers wisten geen raad met de honderdduizenden finten, heerlyke zoetwatervisch van een pond per stuk, die voo 2 à 3 cent per stuk werd verkocht. Zou men in Amsterdam geen fint willen eten voor 10 cent per pond. En wèl als de fint (in Amsterdam) elft heet en dan 30 cent of veel meer kost ? Gerookte fint zou gretig afzet vinden, honderden visschers hadden brood, duizenden Amsterdammers een smakelyk, voedzaam, goedkoop maal-
Er is de zeelt. Een delicatesse. Honderdduizenden ponden moeten de visschers om Amsterdam laten zwemmen. Zy brengen niets op. En voor enkele kwaryjes zou een gezin zich aan deze lekkerny rond kunnen eten. Verdere kosten nihil, even koken en een handje vol zout.
Het advies over de Amsterdamsche vischvoorziening van den Levensmiddelenraad aan de regeering is nog geheim. Maar ieder xxx ander advies dan Nederlandsche visch aan Nederlanders te brengen is fout. Honderden zyn by de visscherynyverheid geïnteresseerd, geven kapitaal voor schepen, materialen enz. De reeder werkt en vertrouwt zyn booten aan de zee, de visscher zwoegt en waagt zyn leven. Ons volk vraagt voedsel, goed, goedkoop eiwitryk voedsel. Maar de venter, de distribuant, heeft de touwtjes in handen."
Zoo luiden, de veelerlei xopmerkingen en standpunten ten aanzien van de Amsterdamsche vischvoorziening. Moge er voor onze hoofdstad iets goeds uit groeien, tot aller voordeel en bevrediging. * **Kernbetoog:** De tekst is een vurig pleidooi tegen de import van buitenlandse vis. De auteur stelt dat er geen gebrek is aan vis, maar een gebrek aan bereidwilligheid bij de tussenhandel (venters en winkeliers) om minder bekende, maar kwalitatief goede lokale vissoorten aan de man te brengen.
- Sociale kritiek: De "venter" krijgt de schuld van de stagnerende afzet. Terwijl vissers risico's nemen en hard werken voor bijna geen opbrengst (finten voor 2 cent), weigeren distributeurs soorten als wijting, zeewolf of zeelt te verkopen omdat dit te veel moeite zou kosten.
- Economische context: Er wordt gesproken over een gebrek aan overheidssteun voor de visserij in vergelijking met andere sectoren. De lage prijzen (minder dan een dubbeltje per pond voor kabeljauw) duiden op een economische crisis (de Grote Depressie).
- Taalkundige details: De tekst bevat enkele typfouten die kenmerkend zijn voor handmatig typewerk (zoals "lans" in plaats van "land", "voo" in plaats van "voor", "xxx" als correctie en een handmatige 'x' voor "opmerkingen"). Dit document weerspiegelt de economische spanningen in Nederland tijdens de jaren '30. Na de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932 veranderde de visserij op de voormalige Zuiderzee drastisch, wat leidde tot armoede onder vissers. Tegelijkertijd zorgde de wereldwijde economische crisis voor een overschot aan producten die tegen bodemprijzen werden verkocht, terwijl de distributieketen haperde. De tekst illustreert de discussie over protectionisme (eigen vis eerst) versus vrijhandel (import van buitenlandse vis), een thema dat destijds zeer actueel was bij de gemeente Amsterdam en de nationale regering.