Archief 745
Inventaris 745-289
Pagina 314
Dossier 5
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven memo/notitie van een bespreking.

12 mei 1938.

Origineel

Handgeschreven memo/notitie van een bespreking. 12 mei 1938. Resultaat van Bespreking met
de Nederlandsche Visscherij-Centrale
(heeren Janssens en Van Dijk) op 12 Mei 1938.

In 1934 werd ingevoerd: 27.000.000 kg;
In 1937 " " : 33.000.000 kg.

Het contingent der verschillende importeurs
wordt lang niet uitgeput.

Het Gemeentebestuur kan tot den Minister
van Economische Zaken (afdeeling Handel en
Nijverheid) een verzoek richten, om aan
de geregelde importeurs extra consenten
te verleenen voor den invoer van versche
visch uit Denemarken, Zweden en
Noorwegen, onder voorwaarde, dat
hetgeen krachtens deze extra consenten
wordt ingevoerd uitsluitend zal worden
verkocht via den gemeentelijken vischafslag
van Amsterdam. * Kernboodschap: De notitie beschrijft een strategie voor het Amsterdamse gemeentebestuur om de aanvoer van verse vis naar de lokale afslag te vergroten door extra importvergunningen (consenten) aan te vragen.
* Cijfers: Er wordt een stijging in de totale visimport geconstateerd tussen 1934 en 1937, maar tegelijkertijd wordt opgemerkt dat de bestaande contingenten (importquota) door de huidige importeurs niet volledig worden benut.
* Procedure: Er wordt geadviseerd om een formeel verzoek in te dienen bij de Minister van Economische Zaken. De insteek is om extra ruimte te creëren voor import uit Scandinavië (Denemarken, Zweden, Noorwegen).
* Voorwaarde: De cruciale clausule in het voorstel is dat deze extra geïmporteerde vis verplicht via de Amsterdamse gemeentelijke visafslag moet worden verhandeld. Dit diende waarschijnlijk om de positie van de Amsterdamse afslag te versterken en de lokale markt van voldoende verse vis te voorzien. Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin de Nederlandse economie sterk werd gereguleerd door middel van contingentering (quota) om de eigen markt te beschermen en de handel in goede banen te leiden tijdens de economische crisis. De Nederlandsche Visscherij-Centrale (NVC) was een crisisorgaan dat in 1933 werd opgericht om de belangen van de visserijsector te behartigen en toezicht te houden op de uitvoering van de Visserijwet.

De nadruk op de gemeentelijke visafslag van Amsterdam is typerend voor die tijd, waarin gemeenten probeerden hun eigen handelsfaciliteiten rendabel te houden. Door importvergunningen te koppelen aan een verplichte veiling op de lokale afslag, verzekerde de stad zich van inkomsten en aanbod, ondanks de algemene beperkingen op de wereldmarkt.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De notitie beschrijft een strategie voor het Amsterdamse gemeentebestuur om de aanvoer van verse vis naar de lokale afslag te vergroten door extra importvergunningen (consenten) aan te vragen.
  • Cijfers: Er wordt een stijging in de totale visimport geconstateerd tussen 1934 en 1937, maar tegelijkertijd wordt opgemerkt dat de bestaande contingenten (importquota) door de huidige importeurs niet volledig worden benut.
  • Procedure: Er wordt geadviseerd om een formeel verzoek in te dienen bij de Minister van Economische Zaken. De insteek is om extra ruimte te creëren voor import uit Scandinavië (Denemarken, Zweden, Noorwegen).
  • Voorwaarde: De cruciale clausule in het voorstel is dat deze extra geïmporteerde vis verplicht via de Amsterdamse gemeentelijke visafslag moet worden verhandeld. Dit diende waarschijnlijk om de positie van de Amsterdamse afslag te versterken en de lokale markt van voldoende verse vis te voorzien.

Historische Context

Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin de Nederlandse economie sterk werd gereguleerd door middel van contingentering (quota) om de eigen markt te beschermen en de handel in goede banen te leiden tijdens de economische crisis. De Nederlandsche Visscherij-Centrale (NVC) was een crisisorgaan dat in 1933 werd opgericht om de belangen van de visserijsector te behartigen en toezicht te houden op de uitvoering van de Visserijwet.

De nadruk op de gemeentelijke visafslag van Amsterdam is typerend voor die tijd, waarin gemeenten probeerden hun eigen handelsfaciliteiten rendabel te houden. Door importvergunningen te koppelen aan een verplichte veiling op de lokale afslag, verzekerde de stad zich van inkomsten en aanbod, ondanks de algemene beperkingen op de wereldmarkt.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Bepaling Waterlooplein 42.225
Aangegeven gevallen Waterlooplein 3060
J. Renz. Waterlooplein 6
W. Hartsuiker Waterlooplein
Alcoholhoudende dranken (*Spiritueux*) Waterlooplein 27.8
Alcoholhoudende dranken / *Spiritueux* Waterlooplein 25.1
A. Geboorte Waterlooplein 27.9
A. Geboorte Waterlooplein 25.1
Andere eet- en drinkwaren (*Autres denrées alimentaires*) Waterlooplein 1.2
Andere eet- en drinkwaren / *Autres denrées alimentaires* Waterlooplein 1.6
A. Schavrien Lepelstraat.(17)
Azijn (*Vinaigre*) Waterlooplein 0.4
Azijn / *Vinaigre* Waterlooplein 0.7
B. Dotsch Nieuwmarkt Noord-Westelijke vleugel van de brug over de N.Achtergracht tegenover den zijgevel van perceel Weesperstraat 140, tusschen een daar geplaatsten trammast en den eersten boom.(11)
B. Dotsch Waterlooplein
Belastingen naar het inkomen en vermogen Waterlooplein
Boek- en steendrukkerij Waterlooplein 44
P. Brood Waterlooplein 1.0
Brood / *Pain* Waterlooplein 1.7
Cacao en chocolade (*Cacao et chocolat*) Waterlooplein 0.4
Cacao en chocolade / *Cacao et chocolat* Waterlooplein 0.3
Chemische nijverheid Waterlooplein 2
Consumptieijs (*Glace de consommation*) Waterlooplein 3.7
Consumptieijs / *Glace de consommation* Waterlooplein 6.6
Dec., 1934 Waterlooplein Dec. '35
B. Diamant Waterlooplein 4
Diverse monsters / *Echantillons divers* Waterlooplein 6.4
Dividend- en tantièmebelasting Waterlooplein
E. Spreekmeester het verhoogde middengedeelte van het Jonas Daniel Meyerplein, recht tegenover de scheiding van de percelen no.18-20, achter de tweede rij boomen, ten Westen van het pompstation.(1)
E. Spreekmeester Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6