Officieel schrijven/afschrift van een brief.
Origineel
Officieel schrijven/afschrift van een brief. Ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart (Directie van Handel en Nijverheid). No. 46A/17/1 M.1937 24/2.
No. 875 L.M.1936 20/2-'37, AFSCHRIFT.
M I N I S T E R I E V A N H A N D E L, N Y V E R H E I D E N S C H E E P-
V A A R T.
Bericht op schryven van Nr. 11908 DIRECTIE VAN HANDEL EN
23 December 1936, Afd. L.M. No. 875/1936. NYVERHEID.
Betreffende versche zeevisch.
'S-GRAVENHAGE, 18 Februari 1937.
Ik bevestig de ontvangst van nevenvermeld schryven, gericht tot
myn Ambtgenoot van Landbouw en Visschery, dat my ter behandeling werd
overgedragen.
Wat de minder goede voorziening met versche zeevisch van Uwe
Gemeente in vergelyking met die van Rotterdam betreft, ben ik van meening
dat de oorzaak van dit verschynsel in de eerste plaats moet worden ge-
zocht in de relatief lage pryzen, die in Amsterdam worden betaald. Dat de
importeurs in Rotterdam een grooter deel van het contingent ter beschik-
king hebben dan de Amsterdamsche handelaren, is m.i. van ondergeschikte
beteekenis. Het grootste gedeelte van de in Nederland aan- en ingevoerde
visch wordt namelyk in Ymuiden verhandeld en vandaar over het land ge-
distribueerd. Het is geen uitzondering, dat ook de te Rotterdam gevestig-
de importeurs hun visch daar verkoopen. Zelfs de voornaamste Amsterdamsche
importeur maakte nog onlangs van den Ymuidenschen afslag gebruik.
In verband met het bovenstaande zult U, naar ik vertrouw, met
my van meening zyn, dat de relatief geringer~~e~~ aanvoer te Amsterdam niet
het gevolg is van het feit, dat de in Uw Gemeente woonachtige handelaren
slechts weinig consenten ter beschikking hebben. De ligging van Uw Ge-
meente ten opzichte van Ymuiden zou eerder aanleiding kunnen zyn tot een
relatief gunstige voorziening. Dat zulks niet zoo is, kan slechts aan het
betrekkelyk lage prysnievau in Uw Gemeente worden geweten.
z.o.z. In deze brief reageert het Ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart op een klacht van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk gericht aan het gemeentebestuur) over de gebrekkige aanvoer van verse zeevis in vergelijking met Rotterdam.
De kern van het ambtelijke betoog is dat de schaarste in Amsterdam niet te wijten is aan bureaucratische beperkingen (zoals importquota of vergunningen), maar aan de vrije marktwerking. De minister stelt dat de prijzen voor vis in Amsterdam simpelweg te laag liggen. Omdat de vismarkt gecentraliseerd is in IJmuiden, verkopen handelaren hun waar liever daar waar de opbrengst het hoogst is. De minister wijst erop dat Amsterdam geografisch gezien zelfs gunstiger ligt ten opzichte van IJmuiden dan Rotterdam, wat de prijs-theorie als hoofdoorzaak voor de slechte voorziening versterkt.
De afkorting "z.o.z." (zie ommezijde) onderaan de pagina geeft aan dat de brief op de achterzijde vervolgd wordt, hoewel dat deel hier niet is afgebeeld. De brief dateert uit 1937, een periode waarin Nederland nog volop de gevolgen ondervond van de economische wereldcrisis (de Grote Depressie). De overheid voerde in deze jaren een strikte regie over de economie om markten te stabiliseren. Dit verklaart de termen "contingent" (quota) en "consenten" (vergunningen); de import en handel van goederen zoals vis was destijds aan strenge overheidsregels gebonden.
Het document illustreert de voortdurende rivaliteit tussen de twee grootste steden van Nederland, Amsterdam en Rotterdam, waarbij Amsterdam zich in dit geval benadeeld voelde in de voedselvoorziening. Tevens benadrukt het de centrale rol van IJmuiden als de belangrijkste vishaven en distributiepunt voor heel Nederland in die tijd.