Getypt ambtelijk afschrift (kopie) van een adviesbrief.
Origineel
Getypt ambtelijk afschrift (kopie) van een adviesbrief. Amsterdam, 23 november 1936. Een niet nader genoemde commissie (vermoedelijk een adviesraad voor de visserij of handel). No.1/28 L.M.R. 1936. No.47/4/1 M. 1936. AFSCHRIFT.
____________
GEMEENTE AMSTERDAM
Afd.L.M.R.
No.VIII/ 8 (1936) Amsterdam, 23 November 1936.
Ter voldoening aan Uw verzoek van 27 October j.l. No.1/28
L.M.R. en onder terugzending van de daarbij toegezonden bijlage, deelen wij
U mede, dat de vischhandel in Amsterdam ten zeerste gediend zou zijn met een
grooteren aanvoer van visch uit het buitenland, dan tot heden toegestaan is.
Door velerlei oorzaken, verband houdende met de huidige
moeilijke tijdsomstandigheden, maar vooral door de afsluiting van de Zuider-
zee, wordt Amsterdam gedurende de laatste jaren niet voldoende voorzien van
visch tegen prijzen, welke door het meerendeel der bevolking betaald kunnen
worden. Vooral aan vischsoorten als bot en geep, welke de IJmuider vloot
niet of zeer onvoldoende aanvoert en welke bij de Amsterdamsche bevolking
juist zeer in den smaak vallen, bestaat een dringende behoefte.
De invoer uit het buitenland is door de Regeering beperkt
en wel door het vaststellen van contingenten voor de vischleverende landen,
ten einde het Nederlandsche Visscherijbedrijf te beschermen. Aan nederland-
sche importeurs zijn consenten verstrekt, welke zijn vastgesteld op grond
van hun invoer in de basisjaren. Deze consenten zijn zeer ongelijk verdeeld
over het land. Het is bekend, dat Rotterdam in dit opzicht een zeer bevoor-
rechte positie inneemt, omdat in deze Gemeente toevallig in de basisjaren
zeer veel visch uit het buitenland is aangevoerd. In verhouding zijn de
consenten der Amsterdamsche importeurs zeer klein. Het staat vast, dat elk
jaar van een deel der consenten geen gebruik wordt gemaakt. Zonder dus het
toegestane contingent te verhoogen zou het voor de Regeering mogelijk zijn,
de Amsterdamsche importeurs te helpen, door de niet gebruikte consenten of
een deel daarvan aan hen af te staan.
Onze Commissie zou het toejuichen, indien Burgemeester en
Wethouders van Amsterdam een poging daartoe bij de Regeering zouden willen
doen. Wellicht zou de Regeering als bezwaar aanvoeren, dat de overblijvende
consenten ter beschikking staan van bepaalde importeurs en derhalve zonder
hun toestemming niet aan anderen kunnen worden gegeven, doch daartegenover
stelt onze Commissie, dat Amsterdam de buitenlandsche visch zeer nodig heeft
en telkenjare weer van een deel der verstrekte consenten geen gebruik
wordt gemaakt, hetgeen uiteraard den handel verstart.
Wij verzoeken U beleefd Burgemeester en Wethouders in dezen
zin te adviseeren.
z.o.z. * Probleemstelling: Amsterdam kampt met een tekort aan betaalbare vis, specifiek de populaire soorten bot en geep. Dit wordt geweten aan de afsluiting van de Zuiderzee (voltooid in 1932) en de protectionistische importbeperkingen van de rijksoverheid.
* Sociaal-economische aspecten: Er is aandacht voor de betaalbaarheid voor de 'gewone' burger ("het meerendeel der bevolking"). De tekst illustreert de economische crisis van de jaren '30, waarin de overheid met 'contingenten' (quota) en 'consenten' (vergunningen) de markt reguleerde.
* Interstedelijke rivaliteit: Er wordt expliciet geklaagd over de bevoorrechte positie van Rotterdam. Omdat de importquota gebaseerd waren op historische cijfers uit 'basisjaren', trok Rotterdam aan het langste eind, ten nadele van Amsterdam.
* Oplossing: De commissie stelt een pragmatische oplossing voor: herverdeel de ongebruikte importvergunningen van andere steden/importeurs naar Amsterdamse handelaren, zonder het landelijke totaalquotum te overschrijden. Dit document stamt uit de periode van de Grote Depressie. De Nederlandse overheid voerde in deze tijd een strikt crisisbeleid (zoals de Crisis-Invoerwet van 1932) om de eigen visserijsector te beschermen tegen goedkope buitenlandse concurrentie. Tegelijkertijd had de visserijsector het zwaar door de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932, waardoor de Zuiderzeevisserij op soorten als bot nagenoeg verdween. Amsterdam, van oudsher afhankelijk van de Zuiderzee, moest op zoek naar nieuwe bronnen, maar liep hierbij aan tegen de bureaucratische muren van het contingentenstelsel. De brief weerspiegelt de poging van het lokale Amsterdamse bestuur om de voedselvoorziening en de handel in de stad veilig te stellen door te lobbyen bij de nationale regering.