Getypte ambtelijke brief/nota.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/nota. 13 juni 1938. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst). 1 13 Juni 8.
47/4/2 den Heer Wethouder voor
Amsterdam. de Levensmiddelen,
In dit verband merk ik nog op, dat de Regeering niet gemakkelijk bereid zal worden gevonden, tot het verleenen van de gevraagde extra-consenten, gekant als zij in het algemeen is tegen invoer van buitenlandsche visch; ik meen echter te mogen verwachten, dat er zeker wel iets zal worden bereikt. De bijzondere behoefte van Amsterdam aan bepaalde vischsoorten, die de IJmuidensche visscherijvloot nu eenmaal niet of niet in voldoende mate aanbrengt, heeft mij de Directie der Nederlandsche Visscherijcentrale er toe kunnen doen brengen, om een welwillende houding in dezen toe te zeggen.
Het overzicht d.d. 19 Mei jl. van den aanvoer en van de vischprijzen gedurende de eerste vier maanden van 1938, door den Voorzitter der Commissie voor Visch aan de leden dier Commissie toegezonden, hetwelk bij de stukken is gevoegd, acht ik in dezen niet van groote beteekenis; immers het betreft slechts enkele inlichtingen aan de Commissie in verband met het in de vergadering van 16 Mei jl. besprokene; in hoofdzaak hebben deze geen betrekking op de bijzondere behoefte van Amsterdam aan bepaalde vischsoorten.
Ik adviseer U daarom tot het volgen van het advies van de Commissie voor Visch.
De Directeur, * Onderwerp: De aanvraag van extra importvergunningen ("extra-consenten") voor buitenlandse vis om aan de specifieke behoeften van Amsterdam te voldoen.
* Kernproblematiek: De Rijksoverheid is principieel tegen de import van buitenlandse vis om de eigen visserij (zoals die van IJmuiden) te beschermen. Echter, de IJmuidense vloot kan niet voorzien in de specifieke vraag naar bepaalde vissoorten in Amsterdam.
* Resultaat: De Directie der Nederlandsche Visscherijcentrale heeft een "welwillende houding" toegezegd na aandringen van de schrijver.
* Relevantie bijlagen: Een eerder overzicht van visprijzen en aanvoer (mei 1938) wordt door de directeur als weinig relevant beschouwd voor deze specifieke kwestie.
* Advies: De directeur adviseert de wethouder om het standpunt van de "Commissie voor Visch" te volgen. Dit document stamt uit juni 1938, een periode van economische spanning en protectionisme vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse overheid probeerde de eigen markt te beschermen tegen buitenlandse concurrentie via een stelsel van importvergunningen (consenten). De brief illustreert de frictie tussen nationaal economisch beleid (bescherming van de IJmuidense visserij) en de lokale behoeften van een grote stad als Amsterdam. De rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" was essentieel voor de voedselvoorziening en marktregulering binnen de gemeente. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" fungeerde hierbij als een overkoepelend orgaan dat de belangen in de sector coördineerde.