Archiefdocument
Origineel
23 oktober 1916 (afgeleid uit de context van de Eerste Wereldoorlog en de "6" achter de maand). De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischmarkt of een aanverwante voedseldistributiedienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam (deze functie was cruciaal tijdens de oorlogsjaren voor de voedselvoorziening). 1 23 October 6
46/148/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
bovendien is de afstand van hier tot Ymuiden zoo gering, dat de
Amsterdamsche kooplieden, die zich van buitenlandsche visch
wenschen te voorzien, zonder bezwaar de markt aldaar kunnen be-
zoeken.
Wat de binnenlandsche visch betreft, zyn de pryzen
over het algemeen te hoog en de aanvoeren te gering. Visch is
daarom als volksvoedsel te duur, ook omdat de ingrediënten voor
de bereiding vereischt (bakolie, e.d.) te duur zyn. Zoolang
daaraan niets verandert, zal het eten van visch wel niet popu-
lair worden. Verandering hierin te brengen is een zaak, die in
de eerste plaats door de reeders te Ymuiden, eventueel in over-
leg met de Regeering, moet worden behandeld. De Gemeente Am-
sterdam kan hierop geen invloed uitoefenen.
Tenslotte sprak ik nog over de door de Regeering
gegeven slooppremies, waardoor tot nu toe 70 visschersvaar-
tuigen uit de vaart zyn verdwenen. Deze premies worden gegeven
voor vaartuigen, die reeds sedert jaren nauwelyks dienst meer
doen, doch die alleen ter visschery gingen, wanneer de vangst-
mogelykheid zeer groot was. Zoodoende bedierven zy de markt
voor de overige visschers, weshalve de Regeering het gewenscht
achtte, het sloopen dezer vaartuigen te bevorderen. Blyvenden
invloed op de pryzen heeft deze maatregel niet gehad.
Resumeerende heb ik mitsdien de eer U te berichten,
dat de aanvoer van buitenlandsche visch naar de Amsterdamsche
Vischmarkt niet kan worden bevorderd op grond van de op het
stuk van den import bestaande voorschriften, terwyl op de
bevordering van den aanvoer van binnenlandsche visch van Ge-
meentewege geen invloed kan worden uitgeoefend.
De Directeur, In dit document rapporteert de directeur aan de Amsterdamse wethouder over de problematische situatie op de vismarkt. De kernpunten zijn:
- Toegankelijkheid buitenlandse vis: Voor Amsterdamse handelaren is het eenvoudig om zelf naar IJmuiden te gaan voor importvis, waardoor extra bemiddeling door de gemeente voor de lokale markt minder urgent lijkt.
- Prijs en schaarste: Binnenlandse vis is te duur voor de gewone man ("volksvoedsel"). Dit komt niet alleen door een laag aanbod, maar ook door de hoge kosten van bijproducten zoals bakolie – een typisch probleem in oorlogstijd.
- Beperkte macht van de gemeente: De directeur stelt onomwonden dat de gemeente Amsterdam geen instrumenten heeft om de prijzen van binnenlandse vis te drukken. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de reders in IJmuiden en de landelijke overheid.
- Slooppremies: Er wordt melding gemaakt van een saneringsmaatregel van de Rijksoverheid. Door 70 verouderde vaartuigen te slopen, probeerde men marktbederf (door incidentele vissers die alleen bij topvangsten uitvoeren) tegen te gaan. De directeur concludeert echter dat dit geen effect heeft gehad op de consumentenprijs. Dit document stamt uit de periode van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hoewel Nederland neutraal was, kampte het land met enorme schaarste door de Britse zeeblokkade en de Duitse onbeperkte duikbotenoorlog.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een functie die speciaal in het leven was geroepen om de voedseldistributie en prijsbeheersing (distributiestelsel) in goede banen te leiden. Vis werd in deze periode gezien als een belangrijk alternatief voor vlees, dat nog schaarser was, maar zoals uit de brief blijkt, maakten de hoge prijzen en het gebrek aan bakvetten vis als "volksvoedsel" ontoegankelijk voor de armere klassen in Amsterdam. De brief illustreert de machteloosheid van lokale overheden tegenover nationale economische belangen en internationale handelsbeperkingen in oorlogstijd.