Archiefdocument
Origineel
[Pagina 14]
35. Woningvoorraad en arbeiders bij het bouwen. — Habitations disponibles et ouvriers travaillant aux constructions.
| Periode | Woningen in aanbouw | Aantal arbeiders daarbij werkzaam | Vermeerdering (Saldo) | Saldo vermeerdering/vermindering | Op den laatsten van het jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Jaar 1935 | 1151 | 2540 | 6914 | + 2091 | 219019 |
36. Woningbeurs. — Bourse des habitations.
(Aantal woningen met een huurprijs per jaar in klassen van ƒ 130 tot > ƒ 1000)
* Ingeschreven: 27124
* Afgeschreven: 25588
* Te huur op ult. Dec: 10070
37. Branden. — Incendies.
* Aantal malen de brandweer gealarmeerd: 3997
* Aantal branden: 1756 (waarvan 646 schoorsteenbranden)
* Aantal omgekomen personen: 3
38. Gebruik der bad- en zweminrichtingen en der gemeentelijke waschinrichting en waschhuis.
* Bad- en zweminrichtingen: 1.302.938 bezoeken (totaal).
* Gem. Waschinrichting (Partic. wasch): 101.478 pakketten; 2.148.347 kg waschgoed.
* Gem. Waschhuis (beurten): 13.460 beurten; 186.189 kg waschgoed.
39. Bevolking der voorbereidende en lagere scholen en schoolkindervoeding.
* Aantal leerlingen (16 dec 1935):
* Voorbereidende scholen: 9.082
* Gewoon lager onderwijs: 46.865 (openbaar), 37.335 (bijzonder)
* Totaal aantal leerlingen: 65.287
* Schoolkindervoeding: 2.948.862 porties voedsel verstrekt.
[Pagina 15]
40. Vermakelijkheden. — Spectacles.
(Aantal toegangsbewijzen, waarvoor, met inbegrip der belasting, betaald is)
| Instellingen | Totaal aantal bezoekers | Belastbaar bedrag (ƒ) | Opbrengst der belasting (ƒ) |
|---|---|---|---|
| Schouwburgen, Théâtres | 415.707 | 476.910 | 95.382 |
| Concerten | 275.115 | 242.065 | 48.413 |
| Bioscopen | 3.373.477 | 842.854 | 674.696 |
| Variété's, sport, enz. | 1.495.870 | 1.495.870 | 299.174 |
| Totaal | 11.873.328 | 5.858.663 | 1.352.948 |
41. Opbrengst der rijksmiddelen te Amsterdam in vergelijking met het rijk.
(Impôts de l'état à Amsterdam et dans le royaume entier)
| Naam der belasting | Amsterdam (ƒ) | Het Rijk (ƒ) |
|---|---|---|
| Grondbelasting | 6.535.184 | ? |
| Belastingen naar het inkomen en vermogen | 35.534.052 | ? |
| Dividend- en tantièmebelasting | 4.185.347 | 10.483.405 |
| Invoerrechten | 46.509.512 | 89.239.015 |
| Accijns op suiker | 21.790.386 | 53.825.370 |
| Omzetbelasting | 4.749.012 | 60.943.370 |
| Totaal | 110.760.997 | 394.358.557 |
--- Dit document biedt een gedetailleerde kwantitatieve momentopname van de sociaaleconomische staat van Amsterdam in het jaar 1935. Enkele kernpunten vallen op:
- Woningmarkt: De tabel toont een actieve woningmarkt met een aanzienlijke voorraad (ruim 219.000 woningen) en een focus op huurklassen. De vermelding van "arbeiders bij het bouwen" geeft inzicht in de werkgelegenheid binnen de bouwsector.
- Sociale Voorzieningen: Het enorme aantal verstrekte schoolmaaltijden (bijna 3 miljoen porties) en het intensieve gebruik van gemeentelijke washuizen duiden op een grote behoefte aan sociale ondersteuning en publieke hygiëne onder de stadsbevolking.
- Cultuur en Vertier: De bioscoop is verreweg de meest populaire vorm van vermaak, met ruim 3,3 miljoen verkochte kaartjes, wat aanzienlijk meer is dan schouwburgen of concerten.
- Financiën: Tabel 41 illustreert de centrale rol van Amsterdam in de nationale schatkist. De stad is verantwoordelijk voor een zeer groot aandeel van de landelijke belastingen, met name op het gebied van invoerrechten en inkomstenbelastingen.
--- Het jaar 1935 bevindt zich in het hart van de Grote Depressie (de crisisjaren). Nederland, en in het bijzonder Amsterdam, kampte met hoge werkloosheid en economische stagnatie. Dit verklaart de gedetailleerde monitoring van zaken als woningbeursinschrijvingen en schoolvoeding; de gemeente moest nauwgezet bijhouden hoe de bevolking de crisis doorstond.
De tweetaligheid (Nederlands-Frans) in het document is typerend voor officiële statistische publicaties uit die tijd. Frans was destijds de internationale taal voor wetenschappelijke en administratieve uitwisseling. De gegevens weerspiegelen een bureaucratisch apparaat dat, ondanks de crisis, zeer efficiënt was in het verzamelen en publiceren van data om beleid op te baseren. De cijfers over bioscopen laten zien dat, ondanks de economische malaise, de behoefte aan laagdrempelig entertainment (het 'escapisme' van de film) groot was. Gemeente Amsterdam