Archief 745
Inventaris 745-289
Pagina 388
Dossier 5
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt verslag (doorslag of origineel op briefpapier).

Origineel

Getypt verslag (doorslag of origineel op briefpapier). Bureau van Statistiek der gemeente Amsterdam


Overzicht der gegevens, voorkomende in de Statistische Maandberichten
Vierde kwartaal en jaar 1935.
=============================

Weersgesteldheid.
De hoeveel neerslag was in het afgeloopen jaar met 901 m.m. 42% boven die van 1934 (614 m.m.) en 16% boven het gemiddelde over 26 jaar, nadat 1933 en 1934 beide 18% beneden dat gemiddelde waren geweest. De som van de maanden Juni, Juli en Augustus bleef reeds 4 jaar (1932-1935) beneden het gemiddelde, terwyl Juli ditmaal byzonder droog was (23.9 m.m. tegen 73 normaal); de grootste hoeveelheid neerslag viel in September (133.9 m.m.); ook December was een natte maand (112.1 m.m.). Het aantal dagen met meer dan 10.0 m.m. neerslag bedroeg 27 of evenveel als het maximum in de 26 jaren waargenomen (1927 en 1930); de grootste hoeveelheid per etmaal (8 – 8 uur) bedroeg 35.3 m.m. op 31 Augustus; per dag, (van 0 – 24 uur) was het 22.5 m.m. zoowel op 31 Aug. als op 4 Sept.
Het aantal onweersdagen was ongeveer normaal; de verdeeling over de jaargetyden echter heel anders dan in 1934 (lente resp. 2 en 9 in 1935 en 1934; zomer 12 en 8; herfst 8 en 13; winter 2 en 0); de eerste onweersdag viel zeer laat (29 Mei), terwyl ook in December nog 2 onweersdagen voorkwamen. Sneeuw viel op 27 dagen, doch alleen op 12 Januari en 16 December in grootere hoeveelheden; op 6 April viel nog sneeuw, in het najaar viel de eerste sneeuw eerst op 2 December.
Het aantal uren zonneschyn bedroeg 1698 of 4% meer dan het 12-jarig gemiddelde (1630). Zeer zonnig waren de eerste helft van Maart (111 uur), de eerste decade van Mei (111 uur) en de derde van Juni (115 uur); de langste zonlooze periode viel van 5-11 Januari.
In 8 maanden was de temperatuur hooger dan het 13-jarig gemiddelde, terwyl in de overige alleen Mei meer dan 0º2 hieronder was. Het jaarcyfer bedroeg 11% [handgeschreven in marge: + 11º] en was in deze periode alleen in 1934 hooger (11%6 [handgeschreven in marge: + 11.0%]). Ook in 1930 bedroeg het 11%!
Als byzonderheid voor 1935 valt te vermelden het groote aantal stormen, vooral in maanden, die er gewoonlyk juist weinig hebben (Februari-April en September-October).

Bevolking
De bevolking, welke op 1 Januari 1935 781.660 zielen bedroeg en van Februari tot en met Augustus van dat jaar van maand op maand een teruggang vertoonde, is in de laatste maanden van het jaar weer toegenomen. Op 31 December j.l. bedroeg zy 781.646, dus nog slechts 14 minder dan op 1 Januari 1935.
Dat de bevolking in tegenstelling met vorige jaren, waarin telkens een toeneming viel te boeken (in 1934 van 3217), in 1935 niet vooruitging, is geen gevolg van de ontwikkeling van geboorte en sterfte. De geboorte, die reeds sinds 1921 ieder jaar lager werd, bleef dit jaar op hetzelfde niveau en bedroeg 11.666 of wel 14.92 per 1000 inwoners tegen 14.77 in 1934. Het laatste geldt ook voor de sterfte. Het aantal overledenen bedroeg 6476 of wel 8.29 per 1000 inwoners tegen 8.25 in 1934. Ook in het overschot van geboorte boven sterfte kwam dus geen verandering van betekenis (5190 tegen 5082).
De vermeerdering der bevolking door dit geboorte-overschot werd echter geheel te niet gedaan, doordat in 1935 5204 personen meer uit Amsterdam vertrokken dan zich hier vestigden. Dit overschot van vertrokkenen, dat het vorig jaar 1864 bedroeg, is dus belangryk toegenomen. Uit de afzonderlyke cyfers voor vestiging en vertrek (resp. 28387 en 33591 personen tegen 33114 en 34978 in 1934) blykt echter, dat dit grootere vertrekoverschot niet het gevolg is van een toegenomen vertrek uit de gemeente, dat zelfs byna 1400 lager was dan een vorig jaar, doch door een belangryk geringere vestiging. Er vestigden zich niet alleen ruim 2600 vreemdelingen minder dan in 1934 (4032 tegen 6675), maar ook byna 2100 Nederlanders (het aantal daalde van 26.439 op 24.355). Het vertrek evenwel van vreemdelingen bleef gelyk (6472 tegen 6467), zoodat de vermindering van het totale vertrek uitsluitend bestond uit een afneming van dat van Nederlanders (27119 tegen 28511).
Zoo blyken er ten slotte zoowel van Nederlanders als van vreemdelingen meer te zyn vertrokken dan gevestigd. Voor de laatste groep 2440 en dit in tegenstelling met 1934, toen zich nog 208 vreemdelingen meer vestigden dan van hier vertrokken. Voor Nederlanders was het vertrekoverschot in 1935 2764, tegen 2072 in 1934, 2358 in 1933 en 2397 in 1932. Dit vertrekoverschot heeft dus reeds eenige jaren bestaan en is in 1935 nog iets toegenomen.

--- * Meteorologische data: 1935 was een opvallend nat jaar (901 mm) vergeleken met de drogere jaren daarvoor. Ondanks de regen was het ook een zonnig en warm jaar, met een gemiddelde temperatuur van 11 graden Celsius (wat in de oorspronkelijke getypte tekst foutief als 11% staat vermeld, maar in de marge is gecorrigeerd).
* Demografische stagnatie: Voor het eerst in jaren groeide de bevolking van Amsterdam niet. Er was zelfs een minimale daling van 14 personen.
* Migratie-overschot: De stagnatie werd niet veroorzaakt door een daling in het geboortecijfer (dat stabiel bleef op ca. 11.600), maar door een negatief migratiesaldo. Er vertrokken 5.204 meer mensen uit de stad dan er kwamen wonen.
* Vreemdelingen: Opvallend is de scherpe daling in de vestiging van "vreemdelingen" (buitenlanders), met een afname van ruim 2.600 ten opzichte van het jaar ervoor.

--- Dit document stamt uit het midden van de jaren '30, de periode van de Grote Depressie (de "Crisisjaren"). De demografische gegevens weerspiegelen de economische malaise van die tijd:
1. Stagnatie van de stad: De trek naar de stad, die tijdens de industrialisatie zo sterk was, kwam tot stilstand. Mensen verlieten de stad, mogelijk op zoek naar werk elders of door gedwongen remigratie.
2. Statistiek in Amsterdam: Het Bureau van Statistiek van Amsterdam (opgericht in 1894) gold destijds als een van de meest geavanceerde gemeentelijke statistische bureaus in Europa. Deze rapporten waren essentieel voor het stedelijk beleid en de planning van bijvoorbeeld de uitbreidingsplannen (zoals het AUP van 1934).
3. Vreemdelingen: De daling van het aantal inkomende vreemdelingen en het vertrekoverschot kan te maken hebben met de verslechterende politieke situatie in Europa en de strengere Nederlandse immigratie- en arbeidsvoorschriften die tijdens de crisis werden ingevoerd om de eigen arbeidsmarkt te beschermen.

Samenvatting

  • Meteorologische data: 1935 was een opvallend nat jaar (901 mm) vergeleken met de drogere jaren daarvoor. Ondanks de regen was het ook een zonnig en warm jaar, met een gemiddelde temperatuur van 11 graden Celsius (wat in de oorspronkelijke getypte tekst foutief als 11% staat vermeld, maar in de marge is gecorrigeerd).
  • Demografische stagnatie: Voor het eerst in jaren groeide de bevolking van Amsterdam niet. Er was zelfs een minimale daling van 14 personen.
  • Migratie-overschot: De stagnatie werd niet veroorzaakt door een daling in het geboortecijfer (dat stabiel bleef op ca. 11.600), maar door een negatief migratiesaldo. Er vertrokken 5.204 meer mensen uit de stad dan er kwamen wonen.
  • Vreemdelingen: Opvallend is de scherpe daling in de vestiging van "vreemdelingen" (buitenlanders), met een afname van ruim 2.600 ten opzichte van het jaar ervoor.

Historische Context

Dit document stamt uit het midden van de jaren '30, de periode van de Grote Depressie (de "Crisisjaren"). De demografische gegevens weerspiegelen de economische malaise van die tijd:
1. Stagnatie van de stad: De trek naar de stad, die tijdens de industrialisatie zo sterk was, kwam tot stilstand. Mensen verlieten de stad, mogelijk op zoek naar werk elders of door gedwongen remigratie.
2. Statistiek in Amsterdam: Het Bureau van Statistiek van Amsterdam (opgericht in 1894) gold destijds als een van de meest geavanceerde gemeentelijke statistische bureaus in Europa. Deze rapporten waren essentieel voor het stedelijk beleid en de planning van bijvoorbeeld de uitbreidingsplannen (zoals het AUP van 1934).
3. Vreemdelingen: De daling van het aantal inkomende vreemdelingen en het vertrekoverschot kan te maken hebben met de verslechterende politieke situatie in Europa en de strengere Nederlandse immigratie- en arbeidsvoorschriften die tijdens de crisis werden ingevoerd om de eigen arbeidsmarkt te beschermen.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Bepaling Waterlooplein 42.225
Aangegeven gevallen Waterlooplein 3060
J. Renz. Waterlooplein 6
W. Hartsuiker Waterlooplein
Alcoholhoudende dranken (*Spiritueux*) Waterlooplein 27.8
Alcoholhoudende dranken / *Spiritueux* Waterlooplein 25.1
A. Geboorte Waterlooplein 27.9
A. Geboorte Waterlooplein 25.1
Andere eet- en drinkwaren (*Autres denrées alimentaires*) Waterlooplein 1.2
Andere eet- en drinkwaren / *Autres denrées alimentaires* Waterlooplein 1.6
A. Schavrien Lepelstraat.(17)
Azijn (*Vinaigre*) Waterlooplein 0.4
Azijn / *Vinaigre* Waterlooplein 0.7
B. Dotsch Nieuwmarkt Noord-Westelijke vleugel van de brug over de N.Achtergracht tegenover den zijgevel van perceel Weesperstraat 140, tusschen een daar geplaatsten trammast en den eersten boom.(11)
B. Dotsch Waterlooplein
Belastingen naar het inkomen en vermogen Waterlooplein
Boek- en steendrukkerij Waterlooplein 44
P. Brood Waterlooplein 1.0
Brood / *Pain* Waterlooplein 1.7
Cacao en chocolade (*Cacao et chocolat*) Waterlooplein 0.4
Cacao en chocolade / *Cacao et chocolat* Waterlooplein 0.3
Chemische nijverheid Waterlooplein 2
Consumptieijs (*Glace de consommation*) Waterlooplein 3.7
Consumptieijs / *Glace de consommation* Waterlooplein 6.6
Dec., 1934 Waterlooplein Dec. '35
B. Diamant Waterlooplein 4
Diverse monsters / *Echantillons divers* Waterlooplein 6.4
Dividend- en tantièmebelasting Waterlooplein
E. Spreekmeester het verhoogde middengedeelte van het Jonas Daniel Meyerplein, recht tegenover de scheiding van de percelen no.18-20, achter de tweede rij boomen, ten Westen van het pompstation.(1)
E. Spreekmeester Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6