Getypt verslag/rapport (pagina 5).
Origineel
Getypt verslag/rapport (pagina 5). 5
op gedistilleerd (f.2.370.300 tegen f.2.529.400) en op bier (f.2.905.700 tegen f.3.567.800); de beursbelasting (f.1.936.000 tegen f.2.123.300); de loodsgelden (f.374.600 tegen f.577.200).
Ook in het 4e kwartaal blykt de belastingopbrengst iets grooter te zyn geweest dan in hetzelfde kwartaal van 1934, n.l. f.26.341.700 tegen f.25.346.100. Hiertoe droegen in het byzonder bij de grondbelasting (f.1.444.400 tegen f.1.161.300), de invoerrechten (f.12.737.400 tegen f.10.373.900), de accynzen op suiker (f.4.317.800 tegen f.4.188.700) en tabak (f.2.275.600 tegen f.2.046.200) en de motorrytuigenbelasting; ook de opbrengst van de beursbelasting was iets hooger (f.473.700 tegen f.466.800).
Algemeene economische toestand.
Behalve de reeds genoemde, kunnen onderstaande cyfers nog een nader inzicht geven in den algemeenen economischen toestand.
Het percentage der werkloosheid onder de by de werkloosheidsverzekering aangesloten groepen was, zooals uit onderstaande tabel blykt, in het 4e kwartaal voor alle groepen hooger dan in de overeenkomstige periode van 1934. Vooral in de bouwbedryven, de metaalindustrie, de voedings- en genotmiddelenindustrie, speciaal de sigarenmakers valt een toename te constateeren; de jaarcyfers voor 1935 en 1934 geven eenzelfde beeld.
Het bedrag der uitkeeringen door de gesubsidieerde kassen, de crisis-commissie en het Bureau voor Maatschappelyken Steun is thans reeds gestegen tot f.21.872.704 tegen f.19.188.812 in 1934; die over het 4e kwartaal vertoonen eveneens een styging (f.6.007.646 tegen f.5.051.878).
Werkloosheidscyfers:
| Sectoren | Oct. '35 | Nov. '35 | Dec. '35 | Oct. '34 | Nov. '34 | Dec. '34 | Jaar '35 | Jaar '34 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Diamantindustrie . . . . . . . . . . . | 59.4 | 60.1 | 58.7 | 59.4 | 64.4 | 73.8 | 64.2 | 64.4 |
| Drukkersbedryven. . . . . . . . . . . . | 22.9 | 22.2 | 21.7 | 20.0 | 19.3 | 18.3 | 21.0 | 18.1 |
| Bouwbedryven. . . . . . . . . . . . . . | 57.6 | 62.0 | 68.1 | 46.4 | 50.4 | 55.2 | 54.9 | 43.0 |
| Houtbewerking . . . . . . . . . . . . . | 52.2 | 53.7 | 56.2 | 48.8 | 49.5 | 53.3 | 51.4 | 46.1 |
| Kleedingindustrie . . . . . . . . . . . | 15.5 | 20.9 | 26.3 | 16.4 | 17.2 | 25.6 | 18.8 | 18.9 |
| Metaalindustrie . . . . . . . . . . . . | 44.4 | 45.3 | 45.6 | 40.1 | 39.9 | 42.0 | 44.4 | 39.8 |
| Textielnyverheid. . . . . . . . . . . . | 15.9 | 16.6 | 20.3 | 29.3 | 25.8 | 28.8 | 26.0 | |
| Voedings- enz. bedr. . . . . . . . . . | 29.3 | 28.9 | 28.5 | 23.2 | 22.9 | 22.9 | 27.6 | |
| a. Bakkers. . . . . . . . . . . . . . | (23.0) | (22.8) | (21.7) | (15.9) | (16.3) | (16.3) | (20.7) | 15.1 |
| b. Slagers. . . . . . . . . . . . . . | (25.4) | (25.1) | (24.5) | (22.4) | (22.3) | (20.4) | (25.0) | 20.8 |
| c. Sigarenmakers. . . . . . . . . . | (54.3) | (53.1) | (53.8) | (48.4) | (44.0) | (44.5) | (52.3) | 42.9 |
| d. Gemengde bedr. . . . . . . . . . | (17.1) | (17.5) | (18.0) | (13.5) | (13.5) | (14.4) | (16.5) | |
| Land- en veenarbeiders. . . . . . . . . | - | - | 66.3 | - | - | 45.5 | 51.6 | 39.3 |
| Handelsreizigers. . . . . . . . . . . . | 5.3 | 5.7 | 5.7 | 4.0 | 4.1 | 5.4 | 5.2 | |
| Verkeerswezen . . . . . . . . . . . . . | 21.0 | 26.5 | 27.1 | 18.0 | 18.3 | 18.3 | 21.6 | |
| a. Transportarbeid. . . . . . . . . | (21.1) | (27.6) | (27.9) | (18.9) | (18.5) | (18.4) | (22.5) | 18.9 |
| b. Hotel- en Rest.personeel . . . . | (16.9) | (18.7) | (20.4) | (11.6) | (16.6) | (16.9) | (15.7) | 13.5 |
| Handels- en Kantoorbedienden. . . . . . | 14.3 | 14.4 | 14.8 | 12.8 | 12.9 | 13.3 | 14.0 | 12.1 |
| Overige groepen . . . . . . . . . . . . | 24.3 | 25.7 | 25.8 | 22.7 | 22.9 | 22.8 | 23.3 | |
| a. Fabr.arbeiders . . . . . . . . . | (31.4) | (33.7) | (34.2) | (29.4) | (30.2) | (30.1) | (30.5) | 27.1 |
| b. Technici . . . . . . . . . . . . | (18.0) | (18.7) | (19.6) | (16.0) | (16.0) | (16.3) | (17.5) | 16.7 |
| c. Kappers. . . . . . . . . . . . . | (18.6) | (19.9) | (17.0) | (16.8) | ||||
| d. Toonkunstenaars. . . . . . . . . | (32.4) | (31.8) | (32.2) } | (19.3) | (19.5) | (18.5) | (32.9) | |
| e. Andere . . . . . . . . . . . . . | (16.6) | (18.4) | (18.1) } | (15.3) | ||||
| Alle groepen met diamantbewerkers . . . | 31.3 | 33.2 | 34.3 | 28.5 | 29.3 | 31.1 | 31.4 | 27.9 |
| Alle groepen zonder diamantbewerkers. . | 29.5 | 31.5 | 32.8 | 26.0 | 26.5 | 28.0 | 29.1 | 25.1 |
Het aantal werkloozen, dat aan het eind van het jaar by de arbeidsbeurs als werkzoekend stond ingeschreven, is sedert 31 December 1934 met byna 2000 toegenomen n.l. van 53.811 tot 55618; het aantal jeugdigen echter vertoont slechts Het document biedt een gedetailleerd overzicht van de economische achteruitgang in Nederland eind 1935 in vergelijking met 1934. De belangrijkste bevindingen zijn:
- Fiscale Inkomsten: Ondanks de crisis was de totale belastingopbrengst in het vierde kwartaal van 1935 hoger dan in 1934 (f.26,3 miljoen vs f.25,3 miljoen). Dit werd gedreven door hogere opbrengsten uit grondbelasting, invoerrechten en accijnzen op suiker en tabak. De inkomsten uit gedistilleerd en bier daalden echter.
- Werkloosheid: Er is een duidelijke stijging van de werkloosheid over de gehele linie zichtbaar. Sectoren als de bouw (stijging van 55,2% naar 68,1% in december) en de sigarenmakers (stijging van circa 44% naar bijna 54%) werden hard getroffen.
- Sociale Lasten: De kosten voor werkloosheidsuitkeringen en maatschappelijke steun stegen aanzienlijk, van ruim f.19 miljoen in 1934 naar f.21,8 miljoen in 1935.
-
Arbeidsmarkt: Het totaal aantal ingeschreven werklozen bij de arbeidsbeurs steeg gedurende het jaar met bijna 2000 personen tot een totaal van 55.618 aan het einde van 1935. Dit verslag is representatief voor de Grote Depressie (de crisisjaren '30) in Nederland. De Nederlandse economie leed zwaar onder de wereldwijde crisis en de vasthoudendheid van de regering-Colijn aan de gouden standaard (de 'Gouden Rand'), waardoor de gulden overgewaardeerd bleef en de export stagneerde.
-
Sociaal-economisch: De tabel toont de enorme werkloosheidspercentages in specifieke sectoren (zoals de diamantindustrie en bouw), die soms boven de 60% uitkwamen.
- Beleid: De vermelding van de "crisis-commissie" en "Bureau voor Maatschappelyken Steun" verwijst naar de verschillende overheidsinstanties die belast waren met de uitvoering van de crisiswetgeving en de zogeheten 'steun' (sobere uitkeringen).
- Diamantsector: De expliciete scheiding in de tabel tussen groepen met en zonder diamantbewerkers illustreert het belang en de uitzonderlijk hoge werkloosheid binnen deze Amsterdamse industrie.