Getypte statistische rapportage / kwartaaloverzicht.
Origineel
Getypte statistische rapportage / kwartaaloverzicht. Betreft de cijfers over het jaar 1935, met een focus op het 4e kwartaal. 6
een geringe vermeerdering (3110 tegen 3089).
Daartegenover was het aantal aanbiedingen van werkzoekenden lager dan in 1934
(193.123 tegen 211.524), evenals het aantal aanvragen van werkgevers (49.797 tegen
52.841), terwyl ook het aantal plaatsingen terugliep (38.419 tegen 41.120). Het
4e kwartaal geeft evenwel een styging van het aantal aanbiedingen (92.675 tegen
88.831), terwyl het aantal aanvragen (11.283 tegen 12.157) en dat der plaatsingen
lager was (8414 tegen 8944).
Door "Hulp voor Onbehuisden" en het "Leger des Heils" werden 332000 (340.000)
nachtverblyven verstrekt; in het 4e kwartaal bedroegen deze aantallen resp.
83.000 en 87.200.
Van de gemeentelyke kindervoeding werd een veel drukker gebruik gemaakt; in
1935 werden 2.937.000 porties voedsel verstrekt tegen 2.599.000 in 1934; in het
4e kwartaal bedroegen deze aantallen resp. 764.000 en 711.000.
Overtrof reeds in 1934 by de Rykspostspaarbank en de Spaarbank voor de Stad
Amsterdam het bedrag der terugbetalingen dat der inleggingen, in 1935 nam dit
verschil sterk toe, n.l. tot f. 6.038.000 tegen f. 970.000 het vorige jaar, terwyl
in 1933 nog f. 185.000 meer was ingelegd dan terugbetaald. Ingelegd werd
f. 32.146.000 (f. 35.857.000); terugbetaald f. 38.184.000 (f. 36.827.000).
Door de Bank van Leening werd wederom minder aan beleensommen uitbetaald
(f. 2.070.500 tegen f. 2.167.700), terwyl ook het bedrag der geloste panden lager
was (f. 1.971.200 tegen f. 2.064.900).
Economische misdryven (diefstal, verduistering, heling en bedrog) kwamen minder
veelvuldig voor dan in 1934 (16.050 tegen 17.847); vooral het aantal diefstallen
was lager (14.670 tegen 16.556), hoofdzakelyk door vermindering van de rywiel-
diefstallen 7.753 (9.179). De cyfers over het 4e kwartaal vertoonen in zoo-
verre eenzelfde beeld, dat het totaal verminderde (4201 tegen 4418; diefstallen
3922 tegen 4050; rywieldiefstallen echter kwamen meer voor n.l. 2087 tegen 1929).
Faillissementen van te Amsterdam gevestigde natuurlyke en rechtspersonen werden
zoowel in het jaar als in het 4e kwartaal 1935 meer uitgesproken dan in 1934
(jaar 775 tegen 695; 4e kwartaal 204 tegen 194).
De cyfers omtrent het bezoek aan vermakelykheden doen zien, dat, hoewel het aan-
tal bezoekers met ruim 8% steeg, het belastbaar bedrag byna 8% onder dat van ver-
leden jaar bleef. De vermeerdering in het aantal bezoekers is byna uitsluitend
een gevolg van drukker bioscoopbezoek; dat ook hier het belastbaar bedrag lager
is, moet naast prysverlaging in verschillende bioscopen, worden toegeschreven
aan de oprichting van de "Cineac". De cyfers omtrent het 4e kwartaal geven een
drukker bezoek aan schouwburgen, bioscopen en tentoonstellingen, terwyl in deze
gevallen ook het belastbaar bedrag, hoewel in mindere mate, hooger was dan ver-
leden jaar. Het drukke tentoonstellingsbezoek kan worden toegeschreven aan de in
dit kwartaal gehouden tentoonstelling "de Mensch".
| Aantal bezoekers | 1935 | 1934 | 1935 in % van 1934 | 4e kw. '35 in % van 4e kw. '34 |
|---|---|---|---|---|
| schouwburgen | 415.707 | 475.231 | 87.3 | 105.8 |
| concerten | 275.115 | 287.284 | 95.8 | 83.9 |
| bioscopen | 8.412.854 | 7.315.521 | 115.0 | 112.0 |
| variétés en sport | 2.333.979 | 2.465.497 | 94.7 | 72.4 |
| tentoonstellingen | 435.673 | 431.153 | 101.0 | 224.9 |
| totaal | 11.873.328 | 10.974.686 | 108.2 | 100.4 |
| Belastbaar bedrag | 1935 | 1934 | 1935 in % van 1934 | 4e kw. '35 in % van 4e kw. '34 |
|---|---|---|---|---|
| schouwburgen | f 476.910 | f 597.170 | 79.8 | 100.6 |
| concerten | " 242.065 | " 276.285 | 87.6 | 81.8 |
| bioscopen | " 3.373.477 | " 3.486.721 | 96.7 | 101.3 |
| variétés en sport | " 1.495.870 | " 1.690.430 | 88.4 | 70.2 |
| tentoonstellingen | " 185.780 | " 203.370 | 91.3 | 225.3 |
| totaal | " 5.774.102 | " 6.253.956 | 92.3 | 91.4 |
Samenvatting
Evenmin als de voorafgaande kwartalen van 1935 leverde het 4e kwartaal gegevens
op, welke erop zouden wyzen, dat in de na de overeenkomstige periode van 1934
ingetreden inzinking van den economischen toestand een gunstige wending zou zyn
gekomen. Dit document is een statistisch verslag dat de economische en sociale achteruitgang van Amsterdam in 1935 kwantificeert. De belangrijkste conclusies zijn:
* Arbeidsmarkt: Er is een afname van het aantal vacatures en plaatsingen, terwijl de werkloosheid (aanbiedingen van werkzoekenden) in het laatste kwartaal weer stijgt.
* Sociale nood: Het aantal verstrekte maaltijden voor kinderen en de hulp aan daklozen stijgt aanzienlijk, wat duidt op groeiende armoede.
* Financiën: Amsterdammers nemen massaal meer geld op van hun spaarrekeningen dan ze inleggen, een trend die zich sinds 1934 verslechtert. Ook de activiteit bij de Bank van Leening (stadsbank van lening) neemt af, zowel in beleningen als lossingen.
* Criminaliteit: Er is een lichte daling in economische delicten, behalve bij de diefstal van rijwielen in het laatste kwartaal.
* Vermaak: De cultuursector toont een verschuiving: terwijl traditionele theaters en concerten achterblijven, stijgt het bioscoopbezoek enorm. Echter, door prijsvechters (zoals de Cineac) dalen de totale belastingopbrengsten uit deze sector.
* Conclusie: Het document eindigt met een sombere samenvatting; er is geen sprake van economisch herstel. Het document dateert uit 1935, een jaar midden in de Grote Depressie (de crisis van de jaren '30). Nederland werd pas laat en zeer diep geraakt door de wereldwijde economische crisis. De regering-Colijn hield vast aan de "aanpassingspolitiek" (bezuinigingen en de gouden standaard), wat in steden als Amsterdam leidde tot enorme werkloosheid en sociale ontwrichting.
De vermelding van de Cineac (geopend in Amsterdam in 1934 aan het Damrak) is interessant; dit was een bioscoop die continu nieuwsjournaals draaide tegen zeer lage prijzen, wat de traditionele bioscopen onder druk zette. De tentoonstelling "de Mensch" (vermoedelijk in de RAI of het Stedelijk Museum) zorgde voor een tijdelijke piek in bezoekersaantallen in het 4e kwartaal. Dit verslag diende waarschijnlijk als interne beleidsinformatie voor de gemeente om de effectiviteit van sociale steun en de toestand van de stedelijke economie te monitoren.