Zakelijke brief / administratieve correspondentie.
Origineel
Zakelijke brief / administratieve correspondentie. 23 februari 1939. Onbekend (ondertekend door "De Directeur", waarschijnlijk van een Gemeentelijke Visafslag). Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, Den Haag. HG.
extra (handgeschreven)
46A/3/6 M.
23 Februari 1939.
den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherijcentrale,
Juliana van Stolbergplein 3/4,
's - G r a v e n h a g e .
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 10 Febru-
ari jl. (Afd.I No.640) heb ik de eer U te berichten, dat op
21 Februari jl. door den heer H.Wijnschenk in den Gemeente-
lijken Vischafslag alhier is aangevoerd de navolgende uit het
buitenland afkomstige visch (Deensche visch):
26 kistjes kabeljauw à 35 kg.; de bruto-opbrengst
bedroeg f 142,35
24 kistjes gullen à 20 kg.; de bruto-opbrengst
bedroeg f 81,10
6 kistjes kl.gullen à 20 kg.; de bruto-opbrengst
bedroeg f 12,60
11 kistjes bot à 20 kg.; de bruto-opbrengst
bedroeg f 37,70
--------
Totaal opbrengst f 273,75
========
De Directeur, * Inhoud: De brief dient als een officiële melding van de verkoop van geïmporteerde Deense vis. Er wordt specifiek verwezen naar een eerdere brief van de Visscherijcentrale van 10 februari 1939, wat duidt op een controlerende of regulerende functie van deze centrale.
* Handelaren: Een zekere "heer H. Wijnschenk" wordt genoemd als degene die de vis heeft aangevoerd.
* Producten: De lading bestond uit kabeljauw, gullen (jonge kabeljauw), kleine gullen en bot. De gewichten per kist (35 kg en 20 kg) en de totale opbrengsten per soort worden nauwgezet vermeld.
* Taalgebruik: Het document hanteert de vooroorlogse spelling (bijv. "visch", "Nederlandsche", "Februari") en een formele, ambtelijke toon ("heb ik de eer U te berichten"). Dit document stamt uit februari 1939, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de visserijsector in Nederland sterk gereguleerd. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een overkoepelend orgaan dat toezicht hield op de markt en de distributie van vis.
De import van "Deensche visch" was een regulier onderdeel van de Nederlandse vismarkt, zeker in de wintermaanden wanneer de eigen vangsten soms ontoereikend waren of er vraag was naar specifieke soorten. De brief illustreert de administratieve nauwkeurigheid waarmee gemeentelijke instanties verantwoording moesten afleggen aan centrale marktorganen over buitenlandse aanvoer, waarschijnlijk in het kader van prijsbeheersing of importquota.