Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 9 juni 1939. [Linksboven, handgeschreven/stempel:]
№ 1/44/M. 339 24/6
No. 286 Bur.G.
519 L.m. 1939
[Stempel:]
Gezien
[paraaf] 26-6-39
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Markt?
[Rechtsboven, getypt:]
Opdracht aan afdeeling Arbeidszaken van administratieve bemoeiingen, voortvloeien- de uit Rijtijdenwet 1936.
[Midden:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 9 Juni 1939.
De Gemeentesecretaris deelt mede, dat binnenkort in werking zal treden het Rijtijdenbesluit van 17 Februari 1939, Staatsblad 842, ter uitvoering van de Rijtijdenwet 1936. Het toezicht op de naleving van deze wettelijke maatregelen berust bij de Arbeidsinspectie en de Rijks- en Gemeentepolitie. Bij de administratieve uitvoering dezer maatregelen is echter ook de Gemeente betrokken, in hoofdzaak wat betreft de afgifte door of vanwege den Burgemeester van werkboekjes aan de chauffeurs.
De Gemeentesecretaris wijst erop, dat de administratieve bemoeiingen der Gemeente met genoemde wet geheel van denzelfden aard zijn als die, welke voortvloeien uit de Huisarbeidswet-1933. Deze laatste werden bij besluit van 25 September 1936, No. 387 A.Z.(S) aan de afdeeling Arbeidszaken opgedragen. Het ligt dus voor de hand, een zelfde besluit te nemen ten aanzien van de Rijtijdenwet, te meer omdat van de gegevens, waarover de afdeeling Arbeidszaken op deze wijze de beschikking krijgt, profijt kan worden getrokken voor de contrôle over de werkloosheidsverzekering, terwijl zoo noodig deze gegevens aan den dienst voor Maatschappelijken Steun ten dienste kunnen worden gesteld.
Op voorstel van den Gemeentesecretaris wordt daarom besloten aan de afdeeling Arbeidszaken de zorg op te dragen voor de administratieve bemoeiingen, welke voor de Gemeente uit de Rijtijdenwet-1936 voortvloeien.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Arbeidszaken (5 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), Commissarissen over het Raadhuis (2 stuks), den Gemeenteontvanger en het Pensioenbureau.
EL
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. In dit besluit wordt de administratieve verantwoordelijkheid voor de nieuwe Rijtijdenwet 1936 toegewezen aan de afdeling Arbeidszaken van de gemeente Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Administratieve Taak: Hoewel de politie en de Arbeidsinspectie toezien op de naleving (handhaving), moet de gemeente de praktische uitvoering regelen, specifiek het uitgeven van de verplichte "werkboekjes" aan chauffeurs.
- Efficiëntie en Synergie: De secretaris beargumenteert dat dit werk lijkt op de uitvoering van de Huisarbeidswet uit 1933. Door de gegevens bij Arbeidszaken te centraliseren, kan de gemeente de informatie ook gebruiken voor de controle op werkloosheidsuitkeringen en maatschappelijke steun.
- Procedure: Het besluit is getekend door de Gemeentesecretaris (Van Lier) en breed gedistribueerd binnen het ambtelijk apparaat. Dit document dateert van juni 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en in een tijd van economische herstel na de Grote Depressie.
De Rijtijdenwet 1936 was een cruciale sociale wetgeving in Nederland. Het doel was de veiligheid op de weg te vergroten en de arbeidsomstandigheden van chauffeurs te verbeteren door maximale rijtijden en verplichte rusttijden in te voeren. Voor die tijd maakten chauffeurs extreem lange dagen, wat leidde tot veel ongelukken.
Interessant is de expliciete koppeling aan de sociale zekerheid. In de jaren '30 was de controle op steunverlening en werkloosheidsverzekeringen streng. Door de registratie van chauffeurs (via de werkboekjes) bij de afdeling Arbeidszaken onder te brengen, kreeg de gemeente een extra instrument in handen om te controleren of mensen die aanspraak maakten op een uitkering, stiekem niet toch als chauffeur aan het werk waren. Dit getuigt van een toenemende bureaucratisering en controledrang van de overheid in het interbellum.