Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. Vrijdag 16 juni 1939. [Linksboven, gestempeld/geschreven:]
No 1/45/M. 1939 25/6
No. 22/9b Arb.1939.
529 hm 1939
[Links, schuin geschreven:]
Gezien [Paraaf] 1/7 39
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Marker.
[Rechtsboven, getypt kader:]
Tot het geldend verklaren in de bestekken van de collectieve arbeidsovereenkomsten in het Loodgieters- en Fittersbedrijf, voor de Verwarmingsindustrie en in het Steen- en Houtgranietbedrijf.
[Centraal:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 16 Juni 1939.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken, neemt de vergadering het volgende besluit:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gelet op de brieven van de afdeeling Amsterdam van den Algemeenen Nederlandschen Metaalbewerkersbond van 3 en 6 Juni 1939, respectievelijk No. 2324 en No. 2389, alsmede op dat van den Bedrijfsraad voor het Steen-, Kunststeen- en Houtgranietbedrijf van 7 Juni 1939, afd. S.A. No. 1;
B e s l u i t e n:
1o de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Loodgieters- en Fittersbedrijf, overeengekomen tusschen:
a den Bond van Loodgieters- en Fitterspatroons in Nederland en
b den Nederlandschen Roomsch Katholieken Bond van Loodgieters-, Fitterspatroons en Verwarmingsinstallateurs,
ter eenre, en
c den Algemeenen Nederlandschen Metaalbewerkersbond,
d den Nederlandschen Roomsch Katholieken Metaalbewerkersbond en
e den Christelijken Metaalbewerkersbond in Nederland,
ter andere zijde,
welke arbeidsovereenkomst geldt tot en met 28 Februari 1940, en geacht zal worden telkens van jaar tot jaar te zijn verlengd, indien niet één der partijen minstens drie maanden vóór den afloop aan de tegenpartij te kennen heeft gegeven de overeenkomst niet te willen continueeren;
2o de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Verwarmingsindustrie, afgesloten tusschen:
a den Nederlandschen Bond van Werkgevers in de Verwarmingsindustrie en
b de Katholieke Vereeniging op Sociaal gebied van Werkgevers in de Verwarmingsindustrie,
ter eenre, en
c den Algemeenen Nederlandschen Metaalbewerkersbond,
d den Nederlandschen Roomsch Katholieken Metaalbewerkersbond en
e den Christelijken Metaalbewerkersbond in Nederland,
ter andere zijde,
welke arbeidsovereenkomst geldt tot en met 31 Mei 1940 en geacht zal worden telkens van jaar tot jaar te zijn verlengd, indien niet één der partijen ten minste drie maanden vóór den afloop aan de tegenpartij te kennen heeft gegeven, de overeenkomst niet te willen continueeren;
3o de Collectieve Arbeidsovereenkomst in het Steen- en Houtgranietbedrijf, overeengekomen tusschen:
a de Vereeniging: Nederlandsche Bond van Patroons in het Steen-, Houtgraniet en Kunststeenbedrijf (N.B.P.S.)
ter eenre, en
b den Algemeenen Nederlandschen Bouwarbeidersbond,
c den Roomsch Katholieken Bouwvakarbeidersbond "St. Joseph", en
d den Nederlandschen Christelijken Bouwarbeidersbond,
ter andere zijde, * Bestuurlijke context: Het document is een officieel uittreksel van een besluit van het college van B&W van Amsterdam. Het illustreert hoe de lokale overheid destijds actief ingreep in de arbeidsmarkt door CAO-afspraken dwingend op te leggen ("geldend verklaren") in gemeentelijke aanbestedingen (bestekken).
* Verzuiling: De tekst geeft een helder beeld van de toenmalige verzuiling in de Nederlandse vakbeweging en werkgeversorganisaties. Bij elke sector worden de "Algemeene" (vaak socialistisch/neutraal), "Roomsch Katholieke" en "Christelijke" (protestantse) bonden afzonderlijk genoemd.
* Juridische structuur: De opbouw van de paragrafen is strikt formeel, met een duidelijke verdeling tussen partijen "ter eenre" (werkgevers) en "ter andere zijde" (werknemers), gevolgd door de geldigheidsduur en de stilzwijgende verlengingsclausule. Dit document stamt uit juni 1939, minder dan een jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de werkloosheid nog aanzienlijk en probeerden gemeenten zoals Amsterdam de arbeidsomstandigheden te reguleren door alleen zaken te doen met aannemers die zich aan de collectief overeengekomen loon- en arbeidsvoorwaarden hielden.
De betrokken sectoren (loodgieters, verwarming en steenhouwerij) waren cruciaal voor de stedelijke uitbreiding en het onderhoud van Amsterdam. De referentie aan de "Wethouder voor de Arbeidszaken" duidt op de grote politieke prioriteit die aan sociale stabiliteit en ordelijke arbeidsverhoudingen werd gegeven in de late jaren '30. De aantekening "Gezien 1/7 39" met paraaf wijst op de administratieve afhandeling en controle kort na het nemen van het besluit.