Gedrukte publicatie (waarschijnlijk een rapport of landbouwkundig tijdschrift).
Origineel
Gedrukte publicatie (waarschijnlijk een rapport of landbouwkundig tijdschrift). [Pagina 16]
16
en de werkelijke behaalde winst op het dure product behoeft niet steeds grooter te zijn, dan die van het goedkoope product. De balansen van de Ford- en de Rolls-Royce-automobielfabrieken zijn in deze zeer leerrijk.
Gezien het feit, dat de kansen om een landbouwproduct te verbeteren veelal begrensder zijn, dan die van een industrie-product, moet allereerst de qualiteit van het fruit dat wij produceeren willen, beschouwd worden. Dit nu wordt bijna onmogelijk gemaakt, omdat de sinaasappel, welke wij uiteindelijk zullen gaan leveren, nu nog slechts in zeer onbeteekenende hoeveelheden aan de markt komt. De Kwatta 202, die uit het materiaal van Prof. Stahel door het werk van het Handelsmuseum van de Kon. Vereeniging Koloniaal Instituut tot de aanbevelingswaardigste der aanwezige variëteiten werd verklaard, is slechts in geringe hoeveelheden als fruit voorhanden. Wel is hiervan veel veredeld, maar het fruit zelve zal nog eenige jaren op zich laten wachten, alvorens het commercieel volledig kan beoordeeld worden. Het fruit, dat thans als Surinaamsch fruit aan de markt komt, is een variëteitenmengsel van verschillende herkomst en van verschillende uiterlijke en innerlijke eigenschappen. Het zal dan ook van belang zijn, dat zoodra de Kwatta 202 in eenigszins grootere hoeveelheden zal aangeboden worden, deze onder een apart merk zullen verhandeld worden, om deze variëteit duidelijk van het thans verhandelde mengsel te onderscheiden.
Te meer is dit van belang, omdat, indien er eventueel later soorten van betere kwaliteit op de markt zouden komen, ook deze weer onder een apart merk in den handel gebracht zouden kunnen worden. Het is de gewoonte, welke men in de ontwikkelingsgang van meerdere citrusverbouwende landen aantreft. Ik ben het dan ook oneens met de meening van Mevr. Verkade ¹⁷) dat het „voorbarig aankweeken van mindere superieure soorten” (de Kwatta 202 werd door het Handelsmuseum van het Kon. Instituut aanbevelenswaardig voor de cultuur geacht!) op den duur een belemmering zou zijn voor „het scheppen van een uniforme cultuur” en „voor zoover de vruchten uitgevoerd worden, onnoodig den naam van het Surinaamsche fruit op de wereldmarkt” zou bederven. Weinig culturen hebben op de superieurste variëteit gewacht, alvorens te trachten een markt te veroveren. Noch de Nederlandsche groentebouw, noch de Nederlandsche bloementeelt, hebben hun wereldmarkten veroverd met de superieure kwaliteiten welke thans de Nederlandsche tuinbouw roem en eer verschaffen. Het Canadeesche fruit veroverde zich een wereldmarkt in een tijd, toen Californische fruitvariëteiten superieur aan de Canadeesche waren. Naast het zeer belangrijke van een streven naar een superieur product, zijn prijs en koopmanschap factoren, welke men niet mag onderschatten. De prijs moet een goede
[Pagina 17]
17
verhouding hebben tot de qualiteit van het aangeboden product. Een weinig superieur product heeft, goedkoop op de markt gebracht, zijn eigen goede kansen van slagen, d.w.z. winstbrengend te zijn voor den producent.
Deze relatie onderzoeken wij thans, het streven vooropstellende, tot superieure variëteiten te willen geraken, die dan waarschijnlijk een andere relatie tusschen qualiteit en productiekosten zullen vertoonen.
Eenige eigenschappen der Kwatta 202 kunnen echter reeds geconstateerd worden. Zij heeft een dunne schil, is niet volledig zaadloos, is saprijk, heeft een hoog suiker- en een vrij laag citroenzuurgehalte en heeft dikke membranen tusschen de segmenten. De producent kan geen eigen oordeel over zijn product geven, het is de consument, die de commercieele waarde van een product bepaalt. We moeten dus bij hem te rade gaan, om te weten, hoe ons product in zijn smaak valt. Voor een zomervrucht is de groote saprijkdom zeker een voordeel, voor een te eten vrucht zijn dikke membranen echter een nadeel. Hoe of een hoog suikergehalte zal beoordeeld worden is niet te voorspellen. De praktijk toonde, dat verschillende landen verschillende suikergehalten van fruit verschillend waardeeren. Op grond van Palestijnsche ervaringen mag verwacht worden, dat Holland een zoete sinaasappel zal waardeeren. Het aantal pitten van de Kwatta 202, dat zelden boven 15 komt, zal waarschijnlijk niet als hinderlijk ondervonden worden, indien het aantal pitten op dit maximum zal gehouden kunnen worden. Dit mag verwacht worden, omdat de kruisbestuiving, die in sommige sinaasappelvariëteiten aanleiding tot de ontwikkeling van een verhoogd aantal pitten kan geven, bij grootere complexen van één variëteit zich niet zoo zeer doet gelden. De nu aangeplante complexen zijn groot genoeg, om den invloed van eventueele kruisbestuiving met andere citrussoorten zeer gering te achten.
De dikke membranen tusschen de segmenten zijn een niet gering nadeel voor een eetvrucht.
Voor een vrucht aan de kar verkocht, goedkoop en voor volksconsumptie, behoeft dit nadeel niet groot te zijn.
Voor een ietwat verfijnder tafelgebruik kan dit een bezwaar wezen. Dan kan echter geprofiteerd worden van het nu meer en meer ingang vindende reclameadvies: drink meer fruit. Ook in ander fruit, maar speciaal in Citrusfruit, doet men reeds sinds eenige jaren moeite de consumenten te bewegen over te gaan tot het gebruik van het fruit als drank en niet meer als eetwaar. De oude leuze, vooral der Californische reclame was: „eat more fruit”, reeds in 1932 heb ik er op gewezen ¹⁰), dat deze leuze niet doelmatig was. Immers, men kan een mensch er moeilijk toe brengen meer dan één sinaasappel tegelijkertijd te verorberen. De tekst betreft een economische en landbouwkundige verhandeling over de introductie van een specifieke sinaasappelvariëteit, de Kwatta 202, op de wereldmarkt. De auteur voert een argumentatie over de balans tussen kwaliteit en prijs.
De kernpunten van het betoog zijn:
1. Marktpositionering: De auteur vergelijkt de fruitmarkt met de auto-industrie (Ford vs. Rolls-Royce) om aan te tonen dat zowel massaproductie als luxe-segmenten winstgevend kunnen zijn.
2. Kwaliteit van de Kwatta 202: De variëteit wordt technisch beschreven als dunschillig, saprijk, suikerrijk, maar met het nadeel van "dikke membranen" en de aanwezigheid van pitten (tot 15 stuks).
3. Consumentengedrag: Er wordt een verschuiving in marketing geconstateerd: van "eat more fruit" naar "drink meer fruit". Dit wordt gepresenteerd als een oplossing voor vruchten die door hun vliezen minder geschikt zijn als tafelvrucht, maar uitstekend zijn voor sap.
4. Polemie: De auteur spreekt de mening van een "Mevr. Verkade" tegen, die vreesde dat de introductie van een nog niet perfecte soort de naam van het Surinaamse fruit zou schaden. De auteur stelt daarentegen dat men niet moet wachten op de "perfecte" vrucht om een marktpositie op te bouwen. Dit document stamt uit de vroege jaren '30 (de tekst noemt 1932 in de verleden tijd op pagina 17, wat suggereert dat het geschreven is in het midden of de late jaren '30). Het speelt zich af in de context van de koloniale landbouw in Suriname.
De genoemde Prof. Stahel is Gerold Stahel (1887–1955), een bekende botanicus en directeur van het Landbouwproefstation in Suriname. Hij speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van de Surinaamse citruscultuur. De variëteit "Kwatta 202" is vernoemd naar de regio/plantage Kwatta nabij Paramaribo.
De discussie over de "Koloniaal Instituut" (tegenwoordig het Koninklijk Instituut voor de Tropen - KIT) en de vergelijking met Palestijnse en Californische concurrentie plaatst de tekst in een periode waarin Suriname probeerde zijn exporteconomie te diversifiëren en te professionaliseren om te kunnen concurreren op de Europese markt. De transitie van "eten" naar "drinken" (persen) van fruit weerspiegelt de opkomst van de vruchtensappenindustrie in die tijd.