Archief 745
Inventaris 745-267
Pagina 189
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

[Pagina 36]

werden bewerkt.
Hier zullen gedurende meerdere jaren eventueel mogelijke in-komsten van een reclamefonds nog onder de kosten blijven. Tus-schen Gouvernement en planters zal hierover te zijner tijd het noo-dige overleg gepleegd moeten worden.

Geachte toehoorders, deze lezing heeft U op oppervlakkige wijze langs de hoofdproblemen der citruscultuur gevoerd. Slechts zeer kort woon ik hier en ik heb daarom ook zooveel mogelijk vermeden te spreken over de plaats, welke deze cultuur in het sociale bestel van dit gebiedsdeel kan innemen.

Slechts thans, het gezegde samenvattende, moge U mij een enkele opmerking veroorloven. Het is den nieuweling opgevallen, hoe zeer in vele gesprekken het verschil tusschen grooten en kleinen landbouw wordt gecultiveerd. U hebt vroeger opgemerkt, dat ik dit verschil aanvaardde en het zelfs speciaal erkende bij de eventueele organisatie van het citrusbedrijf. Het verschillend karakter van den grooten en den kleinen landbouw zou ik echter niet willen accentueeren door de woorden „groot” en „klein”, die niet typisch het karakterverschil tusschen deze twee bedrijfsvor-men naar voren brengen. Veeleer zou de monocultuurvorm van den grooten landbouw en het gevariëerde in zijn productie van den kleinen landbouw karakteristiek genoemd moeten worden.

Het gespecialiseerde van de monocultuur, gevoegd bij de mo-gelijkheid hierdoor tot een zeer ver doorgevoerde arbeidsorgani-satie te geraken, zijn verlokkend voor beleggend kapitaal dat hierdoor vergelijkingsmogelijkheden met de industrie krijgt en winstvooruitzichten, welke het meent te kunnen overzien.

In tijden van economische depressie blijken aan dezen bedrijfs-vorm alle gevaren der eenzijdigheid te kleven en is het gevariëer-de bedrijf (ik vermijd liever het woord : gemengd bedrijf) in zich zelve beter bestand schokken op te vangen en op dat moment staathuishoudkundig belangrijker, dan het bedrijf met de mono-cultuur. In vele landen ziet men dan ook, dat pogingen worden ondernomen, om ook grootbedrijven zooveel als doenlijk is, door een gevariëerde productenkeuze, een grootere economische kans te geven op het moment, dat een bepaald product economisch op den achtergrond geraakt.

Reeds heeft de koffiecultuur hier de citrus ten deele als bij-cultuur aanvaard, waarnaast deze cultuur in de bestaande geva-riëerde bedrijven eveneens reeds een plaats heeft veroverd, die, hoewel verdeeld over vele éénheden, als totaal allerminst te ver-waarloozen is. Er bestaat voor beide cultuurvormen thans een gemeenschappelijk belang en hoe eerder men zich dit duidelijk bewust wordt, hoe beter dit voor alle betrokkenen is.

Het is door het voorafgaande ook wel duidelijk, dat ik er geen voorstander van ben, bedrijven op te richten, die als mono-

[Pagina 37]

cultuur de citrus zouden hebben. Zelfs niet als meerdere citrus-soorten zouden aangebouwd worden, hetgeen ook in de thans bestaande bedrijven reeds geschiedt. Een combinatie met andere culturen, die ongeveer dezelfde eischen aan den grond stellen, is aanbevelingswaardig. Waar men beschikt over meerdere grond-soorten, daar zal voor iedere cultuur den voor deze meest geschik-ten grond in cultuur moeten worden genomen. De combinatie met bacoven of ananas is zeer goed mogelijk. Zelfs zullen ook com-binaties met bepaalde vezelgewassen moeten onderzocht worden, evenals met cocos- en oliepalmen. Wel te verstaan in gecombi-neerde bedrijven, doch niet als tusschenbeplanting. x)

De citruscultuur als zoodanig is hier nog zeer jong. Wij staan nog voor vele problemen. Problemen, zoowel van cultuurtechni-schen, als van organisatorischen en industriëelen aard. Op ieder dezer gebieden zullen we door vallen en opstaan wijzer moeten worden. Ziekten en plagen zullen in de cultuur zeker niet uit-blijven, vrijwel nergens was dit een reden, om een cultuur te ver-laten. De eerste organisaties zullen niet goed functionneeren en het eerste bestuur zal wel met ondank naar huis worden gejaagd : dat behoort nu eenmaal bij eerste besturen. Onze sappen zullen aanvankelijk door de handelaren met een opgetrokken neus beoor-deeld worden — het normale lot van nieuwe fabrieksproducten.

Mijnheer de Voorzitter, taaie vasthoudendheid, de wil tot doorzetten, geloof in uiteindelijk slagen, gepaard aan grondig vak-manschap, kunnen de citruscultuur in de Surinaamsche gemeen-schap de plaats verschaffer, die deze toekomt. Een plaats, die evenmin onder — als overschat mag worden. Door uitwisseling onzer goed geobserveerde waarnemingen en door goeden wil tot samenwerken moet deze cultuur door een moeilijk begin, naar een rijken oogst worden gebracht.

Dat U tot het inroepen van aller medewerking, mij door Uwe Vereeniging de gelegenheid hebt willen geven, is mij een eer en stemt mij tot hoopvolle verwachting.

Ik heb gezegd.


x) Er moge op gewezen worden, dat bepaalde gewassen naast citrus thans nog niet kunnen worden aanbevolen. Slechts wordt de wenschelijk-heid voor een onderzoek naar juiste combinaties hier betoogd.

--- * Spreker en perspectief: De spreker identificeert zich als een "nieuweling" in het gebied, wat suggereert dat het gaat om een deskundige of functionaris die van buitenaf (waarschijnlijk Nederland) naar Suriname is gekomen om de landbouwsector te adviseren.
* Kernbetoog: De tekst pleit voor een structurele aanpak van de citruscultuur, waarbij de nadruk ligt op diversificatie. De spreker zet zich af tegen pure monocultuur (geassocieerd met grootkapitaal) vanwege de economische kwetsbaarheid tijdens depressies. In plaats daarvan wordt het "gevariëerde bedrijf" (kleinschaliger of gecombineerd) geprezen om zijn weerbaarheid.
* Landbouwkundige adviezen: Er worden specifieke combinaties voorgesteld, zoals citrus met bacoven (bananen), ananas, koffie of oliepalmen. Er wordt gewaarschuwd voor de technische en organisatorische uitdagingen, waaronder ziekten, plagen en marktacceptatie van "sappen".
* Toon: De toon is formeel, didactisch en aanmoedigend, eindigend met de klassieke redevoering-afsluiting "Ik heb gezegd".

--- Deze tekst past in de context van de economische heroriëntatie van Suriname in de eerste helft van de 20e eeuw. Na de neergang van de suikerriet- en cacaocultuur zocht men naar nieuwe exportproducten. Citrusvruchten werden gezien als een potentieel belangrijk nieuw exportartikel.

De verwijzing naar "tijden van economische depressie" en de kritiek op monocultuur duiden erop dat de lessen van de Grote Depressie (jaren '30) vers in het geheugen lagen. De spreker probeert een balans te vinden tussen de efficiëntie van grootschalige industrie en de sociale en economische stabiliteit van gevarieerde landbouw. De vermelding van "bacoven" (de Surinaamse term voor bananen) en de "Surinaamsche gemeenschap" bevestigen de geografische locatie van het betoog.

Samenvatting

  • Spreker en perspectief: De spreker identificeert zich als een "nieuweling" in het gebied, wat suggereert dat het gaat om een deskundige of functionaris die van buitenaf (waarschijnlijk Nederland) naar Suriname is gekomen om de landbouwsector te adviseren.
  • Kernbetoog: De tekst pleit voor een structurele aanpak van de citruscultuur, waarbij de nadruk ligt op diversificatie. De spreker zet zich af tegen pure monocultuur (geassocieerd met grootkapitaal) vanwege de economische kwetsbaarheid tijdens depressies. In plaats daarvan wordt het "gevariëerde bedrijf" (kleinschaliger of gecombineerd) geprezen om zijn weerbaarheid.
  • Landbouwkundige adviezen: Er worden specifieke combinaties voorgesteld, zoals citrus met bacoven (bananen), ananas, koffie of oliepalmen. Er wordt gewaarschuwd voor de technische en organisatorische uitdagingen, waaronder ziekten, plagen en marktacceptatie van "sappen".
  • Toon: De toon is formeel, didactisch en aanmoedigend, eindigend met de klassieke redevoering-afsluiting "Ik heb gezegd".

Historische Context

Deze tekst past in de context van de economische heroriëntatie van Suriname in de eerste helft van de 20e eeuw. Na de neergang van de suikerriet- en cacaocultuur zocht men naar nieuwe exportproducten. Citrusvruchten werden gezien als een potentieel belangrijk nieuw exportartikel.

De verwijzing naar "tijden van economische depressie" en de kritiek op monocultuur duiden erop dat de lessen van de Grote Depressie (jaren '30) vers in het geheugen lagen. De spreker probeert een balans te vinden tussen de efficiëntie van grootschalige industrie en de sociale en economische stabiliteit van gevarieerde landbouw. De vermelding van "bacoven" (de Surinaamse term voor bananen) en de "Surinaamsche gemeenschap" bevestigen de geografische locatie van het betoog.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Ananas A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Bananen A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Cacao Kruidenier (Droog): Koffie Kruidenier (Droog): Meel Kruidenier (Droog): Suiker Olie & Techniek: Ijzer Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 33

K. Kol 761
Bij invoer
Bij invoer
Bij invoer
Bij invoer
M. Reinders 10676
Gr. Brittannië
Januari 1937 -
J. Hartgers 1225.-
Uitgaven tot fob. 950.-
N. Afrika
Vereenigde Staten 1936-'37
Vereenigde Staten 5.9%
V. Amerika 72.766
S.V. 14544
Alle 33 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 4