Dienstbrief (officiële correspondentie).
Origineel
Dienstbrief (officiële correspondentie). 18 november 1939. De Directeur van de Nederlandsche Visscherijcentrale. Den Heer P. A. v.d. Laan, Directeur v.d. Vischmarkt te Amsterdam. [Briefhoofd]
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
TELEFOON 720080* TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
INTERCOMMUNAAL XX 1 GIROREKENING 245271
[Stempel/Kenmerk in paars en blauw potlood]
No 4613/33/f M. 1939 21/11
[Linkerkolom]
AFD. M. V.
BETREFFENDE opgave vaartuigen.
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN
No.
BIJ ANTWOORD VERMELDEN:
No. 5628.
BIJLAGEN STUKS, T.W.:
[Adresblok]
Den Heer P. A. v.d. Laan
Directeur v.d. Vischmarkt
de Ruijterkade
AMSTERDAM. - (C)
[Datum en locatie]
'S-GRAVENHAGE, 18 November 1939
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3—4
[Handgeschreven aantekening links]
1 Afschrift gezonden aan Vischmarkt. 22/11-'39
Opbergen 24-11-39 [Paraaf]
[Inhoud]
In aansluiting op de U reeds eerder verstrekte opgaven, heb ik de eer U te berichten, dat ook de hieronder genoemde vaartuigen voor de vermelding van de tijdstippen van vertrek en binnenkomst (datum en uur) aan de Nederlandsche Visscherijcentrale in aanmerking komen: SCH.3 - KW.10.
DE DIRECTEUR,
[Handtekening: H.J. v. d. Wal (?)]
[Voetnoot links]
17768a - '39
FPr/AH. Dit document is een administratieve kennisgeving van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) aan de directeur van de Amsterdamse vismarkt. De kern van de brief is de uitbreiding van een lijst met vaartuigen die onderworpen zijn aan een strikte meldingsplicht voor hun bewegingen (vertrek en aankomst). Specifiek worden de vaartuigen SCH.3 (Scheveningen) en KW.10 (Katwijk) toegevoegd aan deze lijst.
Opvallend is het referentienummer met de letter "M" en het jaartal 1939. De "M" staat hoogstwaarschijnlijk voor Mobilisatie. De handgeschreven kanttekeningen wijzen op een actieve dossierverwerking: een afschrift is op 22 november verzonden en het stuk is op 24 november 1939 gearchiveerd ("opbergen"). De afkorting "FPr/AH" linksonder duidt op de typist(e) en de opsteller van de brief. De datum van de brief, 18 november 1939, plaatst het document in de vroege fase van de Tweede Wereldoorlog (de 'Schemeroorlog'). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, verkeerde het land in staat van mobilisatie. De Noordzee was een oorlogsgebied geworden door de aanwezigheid van zeemijnen en vijandelijke schepen.
De Nederlandsche Visscherijcentrale was een overheidsorgaan dat toezicht hield op de visserijsector. Tijdens de mobilisatie en latere bezettingsjaren was strikte controle op vaartuigen essentieel om te voorkomen dat schepen zouden uitwijken naar Engeland, om de voedselvoorziening te reguleren en om de veiligheid van de vloot te waarborgen. De meldingsplicht voor de exacte tijden van vertrek en binnenkomst, zoals vermeld in deze brief, was een direct gevolg van deze oorlogsomstandigheden en verscherpte kustbewaking. De letters SCH (Scheveningen) en KW (Katwijk) verwijzen naar belangrijke vissershavens die onder dit regime vielen.