Krantenknipsel.
Origineel
Krantenknipsel. kten bon toe en wij zorgen voor de rest
7820
CANDIDATEN VOOR RAADSHEER
IN DEN HOOGEN RAAD.
Lijst van aanbeveling.
's-GRAVENHAGE, 6 Jan. — De Hooge Raad der Nederlanden heeft aan de Tweede Kamer doen toekomen een lijst van aanbeveling van zes candidaten, ten einde daarop te kunnen achtslaan bij het maken der nominatie voor de vacature van een raadsheersplaats, ontstaan door de benoeming van den raadsheer prof. dr. B. M. Taverne tot vice-president.
Deze aanbevelingslijst luidt als volgt:
1e. dr. F. J. A. H i j i n k, raadsheer in het gerechtshof te 's-Gravenhage Het document is een bericht uit een dagblad over de officiële procedure voor het vervullen van een vacature bij de Hoge Raad der Nederlanden. De tekst is opgesteld in de toenmalige spelling (bijv. "Hoogen Raad", "candidaten").
De kern van het bericht is dat de Hoge Raad een lijst met zes namen (de lijst van aanbeveling) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Dit is de eerste stap in de benoemingsprocedure. De Tweede Kamer kiest uit deze zes personen vervolgens drie kandidaten (de voordracht), waarna de Kroon (de Koning(in) en de ministers) de uiteindelijke benoeming doet.
De specifieke aanleiding voor de vacature wordt ook genoemd: de bevordering van prof. dr. Bernardus Maria Taverne tot vice-president van de Hoge Raad. De eerste kandidaat op de lijst is dr. Frederik Jan Albert Hijink, die op dat moment raadsheer was bij het gerechtshof in Den Haag. Op basis van de genoemde namen kan het document nauwkeurig gedateerd worden. B.M. Taverne (1874-1944) werd op 31 december 1939 benoemd tot vice-president van de Hoge Raad. Dit bericht van 6 januari betreft dus de opvolging in zijn oude functie en dateert uit 1940.
De genoemde kandidaat, F.J.A. Hijink, werd uiteindelijk inderdaad benoemd en op 22 februari 1940 beëdigd als raadsheer in de Hoge Raad. Deze procedure weerspiegelt de grondwettelijke verhoudingen in Nederland waarbij de rechterlijke macht, de wetgevende macht (Tweede Kamer) en de uitvoerende macht (Kroon) gezamenlijk betrokken zijn bij de samenstelling van het hoogste rechtscollege. Dit proces dient om de onafhankelijkheid van de rechtspraak te waarborgen.