Archiefdocument
Origineel
9 oktober 1939. Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage. Directeur van den Gemeentelijken Vischafslag te Amsterdam. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3-4 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 TELEFOON 720080*
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN INTERCOMM. XX
Afd. Ga. № 4639/448. 's-Gravenhage, 9 October 1939.
Betreffende: tarief № 5 van A A N
minimum-premiën voor de ver-
zekering van visschersvaar-
tuigen.
№ 46 13/31/1 M. 1939 12/10 [Paars stempel]
den Heer Directeur van den
1/ere. M. de Kock. [Handgeschreven in groen/blauw] Gemeentelijken Vischafslag
te
Gezien [Paars stempel] AMSTERDAM. -
[Handtekening/Paraaf]
Hierbij heb ik de eer U te verzoeken het onderstaande bekend te maken aan de kustvisschers, die van Uw afslag gebruik maken, o.a. door aanplakking van een exemplaar dezer circulaire in of bij het afslaggebouw.
Voor Uw medewerking dank ik U zeer.
Voor het verzekeren tegen het risico van oorlogs- en stakersmolest voor kustvisschersvaartuigen zijn thans bijzondere bepalingen opgenomen in "tarief № 5 van minimum-premiën voor de verzekering van Nederlandsche, Nederlandsch-Indische, Surinaamsche- en Curaçaosche zeeschepen en luchtvaartuigen, alsmede van Nederlandsche Visschersvaartuigen" ingevolge de Zee- en Luchtvaartverzekeringswet 1939, welk tarief met ingang van 9 October 1939 van kracht is.
De bepalingen van bedoeld tarief, voor zoover deze voor de kustvisschers van belang zijn, volgen hieronder:
"alinea 2. De verzekering geschiedt tegen het risico van
" oorlogs- en stakersmolest volgens Amsterdam-
" sche en Rotterdamsche conditiën en usantiën.
" Het risico van stakersmolest is echter niet in
" de verzekering begrepen, indien en voor zoo-
" ver dit ingesloten is in de op het betrokken
" object gesloten verzekering tegen de gewone
" transport-gevaren.
"alinea 5. Dit tarief geldt voor
" ...................................................................................................................
" en voor Nederlandsche visschersvaartuigen,
" voor welke door de Nederlandsche Visscherij-
" centrale is uitgegeven een uitvaarcertificaat
" voor de groote trawl- en beugvisscherij, de
" drijfnet haringvisscherij, de kleine trawl- en
" snurrevaadvisscherij of de garnalenvisscherij
" en die - voor zoover zij langer dan 24 uur
" achtereen buitengaats plegen te blijven - voor-
" zien zijn van een radio-ontvangtoestel.
"alinea 6. De verzekering van visschersvaartuigen ge-
" schiedt onder de voorwaarden, dat met de vaar-
" tuigen ten minste 4 zeemijlen buiten de be-
" kende, buiten de territoriale wateren gelegen,
" mijnenvelden het bedrijf wordt uitgeoefend en
" dat binnen de territoriale wateren slechts met
" inachtneming van de door de Marine-autoriteiten
" gegeven voorschriften wordt gevischt. Schade
" aan uitstaand vischtuig wordt - voor zoover
" de waarde daarvan in de verzekerde waarde is
" begrepen - alleen vergoed bij totaal verlies
van
17767a - '39
--- Dit document is een officiële circulaire van de Nederlandsche Visscherijcentrale, gericht aan de directeur van de Amsterdamse visafslag. De kern van de brief is de communicatie over een nieuwe verzekeringsregeling (Tarief № 5) voor vissersschepen tegen oorlogsrisico's en "stakersmolest" (schade door stakingen of onlusten).
Opvallende elementen:
* Veiligheid: Er worden strikte voorwaarden gesteld aan de dekking, zoals een minimale afstand van 4 zeemijl tot bekende mijnenvelden en het strikt opvolgen van instructies van de Marine-autoriteiten.
* Technologie: Voor schepen die langer dan 24 uur op zee blijven, wordt een radio-ontvangtoestel verplicht gesteld om in aanmerking te komen voor de verzekering. Dit duidt op het belang van tijdige waarschuwingen tijdens oorlogstijd.
* Bureaucratie: De schepen moeten beschikken over een "uitvaarcertificaat" verstrekt door de Visscherijcentrale zelf.
* Administratie: De stempels "M. 1939" en "Gezien" wijzen op een formele inkomende postregistratie en afhandeling bij de gemeente Amsterdam.
--- De datum van het document, 9 oktober 1939, is cruciaal. De Tweede Wereldoorlog was net een maand daarvoor uitgebroken (1 september 1939). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de dreiging op zee onmiddellijk groot door zeemijnen en mogelijke vijandelijkheden tussen de oorlogvoerende landen (Groot-Brittannië en Duitsland).
De genoemde Zee- en Luchtvaartverzekeringswet 1939 werd door de Nederlandse overheid in het leven geroepen omdat private verzekeraars dergelijke enorme oorlogsrisico's niet meer wilden of konden dekken tegen betaalbare premies. De overheid nam hierbij de rol van herverzekeraar op zich om de vitale scheepvaart en visserij (belangrijk voor de voedselvoorziening) gaande te houden.
De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een publiekrechtelijke organisatie die de visserijsector reguleerde en tijdens de mobilisatieperiode een centrale rol speelde in de controle op de uitvaart van vissersschepen. Deze brief toont hoe de overheid grip probeerde te houden op de visserijvloot in een steeds gevaarlijker wordende maritieme omgeving. M. de Kock Gemeente Amsterdam