J. Kerkmeester
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Handgeschreven brief/verzoekschrift op briefkaart.
In deze brief verzoekt J. Kerkmeester om herstel van haar marktvergunning op het Waterlooplein in Amsterdam. Ze had de plaats eerder opgezegd (waarschijnlijk rond 4 september), maar komt daar nu op terug. De argumentatie is tweeledig en aangrijpend: 1. **Medisch:** Ze geeft aan dat ze wegens ziekte niet kon werken, maar dat ze nu van de dokter weer "een paar dagen per week" mag staan. 2. **Persoonlijk/Financieel:** Ze vermeldt expliciet dat haar man "in Kamp" is. Ze schrijft dat hij niet wist dat zij de plek had opgegeven en dat ze nu uit zijn naam handelt. Ze belooft achterstallige schulden (marktgeld) te betalen. De toon is nederig maar dringend ("wilt u s.p." – s'il vous plaît). De toevoeging onderaan ("u weet dat het wegens ziek zijn was") lijkt een laatste emotionele poging om begrip te kweken voor haar eerdere opzegging.
Medische verklaring/Attest op officieel briefpapier.
Het document is een medische verklaring, opgesteld door een arts van het Nederlandsch-Israëlietisch Ziekenhuis (waarschijnlijk dr. Lodewijk Hamburger). De verklaring dient als bewijs dat Judith Kerkmeester-Kinsbergen sinds 7 december 1942 in het ziekenhuis is opgenomen. De administratieve aantekeningen onderaan onthullen het doel van deze verklaring: mevrouw Kerkmeester-Kinsbergen exploiteerde een marktkraam op het **Waterlooplein** (op standplaats nummer 6). Omdat zij door haar ziekenhuisopname niet op de markt kon staan, werd er een verzoek ingediend bij de gemeentelijke marktadministratie om haar vrij te stellen van het dagelijkse marktgeld van **ƒ 0,20**. De verschillende data tonen de bureaucratische gang van zaken: * **17-12-1942:** De arts schrijft de verklaring. * **30-12-1942:** De aanvraag wordt geregistreerd door de administratie (zie stempel). * **04-01-1943:** De definitieve goedkeuring voor de vrijstelling wordt geparafeerd.
Typoscript (doorslag of origineel) op papier met handgeschreven aantekeningen.
Dit document is een officieel bericht betreffende een financiële verrekening ("te goed") van f. 1,20 wegens een vrijstelling van marktgeld. De geadresseerde, Mevr. J. Kerkmeester-Kinsbergen, had blijkbaar recht op teruggave of kwijtschelding van dit bedrag voor haar activiteiten op de markt van het Waterlooplein. De rode inkt bovenaan ("Verzonden 5/1") bevestigt dat het document op de dag van datering is verzonden. "Imp 2 x" duidt waarschijnlijk op het feit dat er twee exemplaren (impressies) van dit document zijn vervaardigd. De aanduiding "wijk 1" verwijst naar de oude administratieve indeling van Amsterdam; wijk 1 omvatte een groot deel van de oude binnenstad en de Jodenbuurt. Hoewel het gaat om een zeer klein bedrag, is de administratieve precisie kenmerkend voor de gemeentelijke bureaucratie, die zelfs tijdens de oorlogsjaren onverstoorbaar doorging met de reguliere boekhouding.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE Den Heer P. Hoekhouder v. Marktwezen. Jan v. Galenstraat 14.
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin een klein merkje, mogelijk een 'i' of vinkje] Molenaar 'B <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> 16/12 '43 Markt Dapperstraat B [onderstreept]
# TRANSCRIPTIE **Verhoor van den verdachte J. VLEESDRAAGER.**
# TRANSCRIPTIE den heer J.J.de Kort-Halli, Lindengracht 336 _A_L_H_I_E_R_(C).
M. de Haan.