J. de Horst
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 23
J. de Horst was een marktkoopman actief op de Westerstraat (standplaats No. 193) en de Centrale Markt. Hij verkocht textiel en overige producten. In 1939 meldde hij zich ziek. In 1940 verzoekt hij om ontheffing van zijn standplaats op de Westerstraat vanwege slechte handel en overweegt hij een omschakeling naar een andere sector.
Lotgevallen
Relaties
Handel
Archiefdocumenten
Briefkaart (postkaart).
De briefkaart betreft een zakelijke, doch beleefde ziektemelding van een burger aan de directeur van de gemeentelijke dienst het Marktwezen in Amsterdam. De afzender, J. de Horst, verklaart zijn afwezigheid op de Westerstraat 193 (waarschijnlijk de locatie van een marktkraam of een specifiek werkadres) door ziekte. De auteur geeft aan voornemens te zijn zijn "plaats weer te bezetten" zodra de gezondheid dit toelaat en vraagt hiervoor impliciet om toestemming of begrip. De toon is formeel, passend bij de tijdgeest en de hiërarchische verhouding tussen burger/koopman en de overheidsinstantie.
Handgeschreven brief (verzoekschrift).
* **Inhoud:** De heer J. de Horst verzoekt de directeur van het Marktwezen om ontheffing voor het gedurende drie maanden niet innemen van zijn marktplaats (No. 193) op de Westerstraat. * **Motivering:** De afzender geeft aan dat zijn handel slecht loopt en dat hij momenteel niet in staat is om zijn gezin te onderhouden met de opbrengsten van de markt. Hij heeft tijdelijk ander werk gevonden ("werkkring gevonden") om in zijn levensonderhoud te voorzien. * **Toon:** De brief is geschreven in de formele, eerbiedige stijl die destijds gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties ("Weledele Heer", "zoovrij, U beleefd te verzoeken"). * **Status:** Het document is onvolledig; de tekst breekt halverwege een zin af onderaan de pagina ("...waardoor ik tijdelijk in ons").
Handgeschreven brief (verzoekschrift).
De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman of -vrouw (J. de Horst) aan een instantie (vermoedelijk de marktmeester of het gemeentebestuur van Amsterdam). De schrijver verzoekt om een tijdelijke ontheffing van de aanwezigheidsplicht voor een periode van drie maanden. De kernpunten van het verzoek zijn: 1. **Behoud van standplaats:** De afzender wil zijn/haar plek op de markt niet kwijtraken tijdens de afwezigheid. 2. **Financiële toezegging:** Om het verzoek kracht bij te zetten, belooft de afzender het wekelijkse marktgeld gewoon door te betalen, ondanks de afwezigheid. 3. **Specifieke locatie:** Het betreft een plek op de Albert Cuypstraat (Alb. Cuypst. 479), waarvoor de afzender een "voorkeurskaart" bezit.
Administratieve notitie / Ambtelijk advies betreffende marktplaatsrechten.
De kern van dit document is een verzoek van een marktkoopman, **J. de Horst**, aan de gemeentelijke instanties (waarschijnlijk de Marktdienst van Amsterdam). De heer De Horst wil onderzoeken of hij in een andere sector een bestaan kan opbouwen ("een ander bestaan te zoeken"). Om dit risico te kunnen nemen zonder zijn opgebouwde rechten te verliezen, vraagt hij om een overbruggingsperiode van drie maanden. Gedurende deze tijd: 1. Hoeft hij zijn vaste standplaats in de **Westerstraat** niet fysiek in te nemen. 2. Hoeft hij geen gebruik te maken van zijn **voorkeurkaart** (senioriteitsrecht) voor de **Albert Cuypstraat**. 3. Blijft hij wel verplicht het **marktgeld** door te betalen voor zijn plek in de Westerstraat om zijn rechten te behouden. Verschillende ambtenaren (Moerkerken en Wolff) adviseren positief over dit verzoek. De afhandeling loopt van 26 januari tot 15 februari 1940.
Koopliedenlijsten
meerdere — standplaats " (idem) id
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE den heer J.J.de Kort-Halli, Lindengracht 336 _A_L_H_I_E_R_(C).
M. de Haan.
# TRANSCRIPTIE J.G. Overkamp [rechtsboven:] pers. bew. A 35/623317 geb. 25/3 '91 Rozenstraat 50 ^II
# TRANSCRIPTIE afz. J. E. Schrandt Corn. Anthoniszstr 49 II Amsterdam. Z.
# TRANSCRIPTIE 6 Nov. '39 den Heer L. Drukker p/a den Heer J. Jenken Horssen. (Gld) Naar aanleiding van Uw brief