I. Bonte
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Document
* **Documenttype:** Zakelijke correspondentie / rekest. * **Inhoud:** De marktkoopman I. Bonte Jr. verzoekt het Marktwezen om zijn standplaats op de Uilenburgse zondagsmarkt gedurende enkele maanden (tot medio mei) onbezet te mogen laten. * **Argumentatie:** Bonte voert aan dat zijn handel seizoensgebonden is. In januari is de vraag naar regenkleding afgenomen, terwijl het visseizoen pas in juni start. Hij belooft de marktgelden wel tijdig te voldoen om zijn rechten op de standplaats te behouden. * **Taalgebruik:** Formeel en eerbiedig ("Weledl. Heer", "verblijft hij"), kenmerkend voor vooroorlogse ambtelijke correspondentie. Opvallend is de spelfout "seisoen" (moet zijn 'seizoen'), die consequent wordt herhaald.
Getypte brief (doorslag), waarschijnlijk afkomstig van de Amsterdamse marktmeester of een gemeentelijke dienst.
* **Inhoud:** De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door de heer I. Bonte Jr. op 27 januari 1939 was ingediend. Hoewel de aard van het verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de rest van de tekst dat het waarschijnlijk ging om een ontheffing van de bezettingsplicht van zijn marktkraam. * **Regelgeving:** De directeur wijst de ontvanger op de strikte regels van het 'Reglement op de Markten'. Standplaatshouders zijn verplicht hun plek regelmatig te gebruiken (minstens 3 van de 4 weken). Bij verzuim dreigt intrekking van de standplaatsvergunning. * **Stijl:** De toon is zakelijk, autoritair en typisch voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. Het gebruik van onderstrepingen ("<u>niet</u>") benadrukt de onverbiddelijkheid van het besluit.
Officiële brief/kennisgeving.
Deze brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door de heer I. Bonte Jr. was ingediend. Hoewel de aard van het verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de reactie dat hij waarschijnlijk vroeg om een uitzondering op de aanwezigheidsplicht op de markt. De toon is strikt administratief en wijst de ontvanger op zijn plichten als marktkoopman. De kern van de boodschap is de handhaving van het "Reglement op de Markten": een koopman moet zijn standplaats op de markt Uilenburg minimaal drie keer per vier weken bezetten. Gebeurt dit niet, dan wordt de vergunning voor de standplaats ingetrokken.
Zakelijke brief / verzoekschrift.
In deze brief verzoekt de heer I. Bonte Jr. om een tijdelijke ontheffing van vier maanden voor de bezettingsplicht van zijn marktstandplaats op Uilenburg (Amsterdam). De kern van zijn verzoek ligt in het feit dat hij zijn wintervoorraad — bestaande uit oliegoederen (waterdichte kleding) en rubberlaarzen — niet kan aanvullen. Opvallend is zijn toezegging dat hij het marktgeld wekelijks zal blijven betalen, ondanks dat hij de plek niet zal bezetten. Hiermee probeert hij waarschijnlijk te voorkomen dat hij zijn felbegeerde standplaats definitief kwijtraakt aan een andere gegadigde. De toon is uiterst formeel en beleefd, wat gebruikelijk was in de correspondentie met overheidsinstanties in die tijd.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin een klein merkje, mogelijk een 'i' of vinkje] Molenaar 'B <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> 16/12 '43 Markt Dapperstraat B [onderstreept]
Div. bylagen (w.o. teek).
# TRANSCRIPTIE Ewald Bakke & B... Boter linkre (1 kan.) ^ v. Wemant
# TRANSCRIPTIE aanvoer 14 Dec In Kalestraat Zoetwatervisch (voorw) van A Fonn . a B Fonn en W Ruiter 80p 40p + 40p. aanvoerders A Fonn <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> || Ik heb alleen vink af laten houden van de aanvoerder doch **niet** van de beide andere aanv...
## Rechterpagina