A. den Heijer
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Dienstbrief / Formele waarschuwing
Dit document is een officiële berisping gericht aan een handelaar of medewerker op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de brief is de constatering dat de heer Den Heijer op 6 oktober 1939 een "statistiekbon" onjuist heeft ingevuld. Deze bonnen waren cruciaal voor het bijhouden van de goederenstroom (aanvoer) naar de markt. De brief hanteert een strikte, ambtelijke toon en beroept zich direct op de wetgeving: artikel 30, lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt. Hierin wordt benadrukt dat het naar waarheid opgeven van de hoeveelheid en de herkomst van goederen een wettelijke verplichting is. De afsluitende zin fungeert als een dringende waarschuwing om herhaling te voorkomen.
Ambtelijke notitie / Dossierstuk betreffende marktwezen.
Het document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek om uitstel voor het bezetten van marktplaatsen door mevrouw A. den Heijer-Taal. Zij had reeds drie maanden uitstel gekregen (lopend tot begin augustus/september) voor haar haringstalplaatsen (plaats 222) op de Lindengracht en de Westerstraat in Amsterdam. Uit de onderste passage blijkt dat zij opnieuw om uitstel heeft gevraagd. De ambtenaar De Boer adviseert echter negatief op dit verzoek. Hij voert aan dat er andere kooplieden zijn die wel bereid zijn om haring te verkopen op die locaties, verwijzend naar een rapport van de marktopzichter. Het advies is om haar een ultimatum te stellen: ofwel zij bezet de plaatsen weer volgens de minimumvereisten (2x per week op de Lindengracht en 3x per 4 weken op de Westerstraat), ofwel de vergunning wordt ingetrokken.
Administratief dossierstuk (mogelijk marktwezen of belastingdienst).
Dit document betreft de weigering van een verzoek om uitstel van betaling door mevrouw of de heer A. den Heijer-Taal. De betrokkene had twee "plaatsen" (waarschijnlijk marktkramen of standplaatsen) in huur in Amsterdam: plaats 222 aan de Prinsengracht en plaats 267 aan de Westerstraat. Uit de aantekeningen blijkt dat er al eerder (22 november) is gevraagd om drie maanden uitstel. De administratie stelt echter vast dat de vergunningen voor beide plaatsen in maart 1941 zijn ingetrokken vanwege "wanbetaling". Voor de Prinsengracht was er een schuld van 4,20 gulden en voor de Westerstraat 0,90 gulden. De conclusie onderaan is resoluut: het verzoek kan niet worden ingewilligd omdat de plaatsen reeds zijn ingetrokken.
Brief (verzoekschrift) op briefpapier van de afzender.
De brief is een formeel verzoek van A. den Heijer, een groentenhandelaar uit Oegstgeest, aan de directie van de Centrale Markthallen in Amsterdam. De schrijver verzoekt om de huur van een pakhuis, bij voorkeur op "Pier A". Zijn argumentatie is logistiek van aard: zijn goederen komen per schuit uit de regio Rijnsburg/Katwijk en meren daar aan. Hij voert zijn arbeidsverleden bij G. den Heijer aan als bewijs van zijn bekendheid met het marktterrein. Opvallend is de informele toevoeging onderaan in de cirkel. Deze lijkt door een beheerder of secretaris van de Markthallen te zijn genoteerd. Het geeft aan dat er een afspraak gepland stond voor donderdag om 3 uur, maar dat deze werd afgezegd vanwege "dichte mist". Dit illustreert hoe weersomstandigheden in die tijd direct invloed hadden op de zakelijke mobiliteit en logistiek.
Zakelijke correspondentie (begeleidend schrijven bij een betaling).
De brief is een formele bevestiging van een huurbetaling. De afzender, een groentenhandelaar en commissionair uit de regio Rijnsburg/Oegstgeest, voldoet hiermee de huur voor een periode van zes maanden voor een specifieke standplaats in de Amsterdamse Centrale Markthallen. Het bedrag van 250 gulden (aangeduid met 'f' voor florijn) was in 1943 een aanzienlijke som geld. De brief is voorzien van administratieve sporen: een archiefstempel linksboven en een notitie onderaan die de verdere afhandeling (het verzenden van de cheque naar het girokantoor op 11 februari) documenteert. De taal is beleefd en zakelijk, kenmerkend voor de handelscommunicatie uit die tijd.
Handgeschreven verslag of getuigenverklaringen.
Het document bevat drie afzonderlijke verklaringen van handelaren/tuinders die toegeven groenten (met name andijvie) buiten de officiële veiling om te hebben verhandeld. 1. **Modus Operandi:** De handelaren maakten gebruik van een loods die gehuurd werd door de 'Gebroeders Valk'. Er werd buiten de verplichte veilingkanalen om geleverd aan de markt. Transport vond plaats via een schipper (v. Noord) tegen een vast tarief van 50 cent per kist. 2. **Motivatie:** Joh. v. d. Spuijk geeft een duidelijke economische reden op: de prijzen op de veiling waren te laag om van te kunnen bestaan, waardoor hij zich genoodzaakt zag tot illegale handel om meer te verdienen (1,50 tot 2 gulden per kist). 3. **Medeverantwoordelijkheid:** In alle drie de verklaringen worden de Gebroeders Valk aangewezen als medeplichtigen die op de hoogte waren van de illegale activiteiten in hun loods en hier toestemming voor gaven. 4. **Terminologie:** Er wordt expliciet gesproken over groente die "zwart werd verhandeld", wat wijst op een periode van prijsbeheersing en distributieregels.
Getypt samenvattend rapport van een opsporingsonderzoek.
Dit rapport documenteert een gecoördineerde inval op de Amsterdamse Centrale Markt tijdens de Tweede Wereldoorlog. De essentie van het document is als volgt: * **Modus Operandi:** Men vermoedde dat de bloemenboot "Voorne Putten" als dekmantel diende voor de smokkel van groenten vanuit Rijnsburg (een belangrijk tuinbouwcentrum). De goederen werden 's nachts gelost om de reguliere controles te ontwijken. * **Betrokkenen:** Er is sprake van een netwerk van grossiers uit Rijnsburg die pakhuizen huren op de Amsterdamse markt. De aangetroffen personen zijn vaak jong (geboren in 1927 en 1928, dus 16 of 17 jaar oud), wat kan duiden op het inzetten van minderjarigen voor risicovol werk. * **Verweer:** De officiële huurders van de pakhuizen claimen onwetendheid. De rapporteur stelt hier kritische vragen bij ("Hoe kon de Mooy in pakhuis Van Belle komen?"), wat wijst op een vermoeden van medeplichtigheid of een georganiseerd systeem van sleuteloverdracht. * **Handgeschreven elementen:** De toevoegingen ("acc", namen in de marge) suggereren dat dit rapport is gebruikt voor verdere administratieve afhandeling of verificatie van marktvergunningen.
Relevante Archieffragmenten
M. de Haan.
# TRANSCRIPTIE M^r de Gaer
# TRANSCRIPTIE aanvoer 14 Dec In Kalestraat Zoetwatervisch (voorw) van A Fonn . a B Fonn en W Ruiter 80p 40p + 40p. aanvoerders A Fonn <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> <s>||||</s> || Ik heb alleen vink af laten houden van de aanvoerder doch **niet** van de beide andere aanv...
# TRANSCRIPTIE 2 10 April x40 8A/66/1 den Heer Wethouder voor de Alhier. Levensmiddelen,
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin een klein merkje, mogelijk een 'i' of vinkje] Molenaar 'B <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> 16/12 '43 Markt Dapperstraat B [onderstreept]