Ambtelijk rapport betreffende een vestigingsvergunning.
Origineel
Ambtelijk rapport betreffende een vestigingsvergunning. 19 september 1939 (opgesteld), afgehandeld t/m 25 september 1939. Nº 2 B/131/1 M. 1939 21/9
[Handgeschreven, rechtsboven:]
Vragenlijst doorgezonden naar Den Haag.
Accoord
[handtekening] 23/9/39 [paraf]
R A P P O R T
D.de Cocq van Delwynen, oud 49 jaar en wonende 3e Schinkelstraat 14,
alhier,verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten
en fruit.In 1936 en 1937 heeft hij toegang tot de Centr:markt gehad
als personeel van zijn zoon A.de Cocq van Delwynen,die een vaste
wijk had voor de verkoop van aardappelen groenten en fruit.In Januari
1938 is A.de Cocq van Delwynen in dienst gekomen bij de Gem: Tram
en heeft toen zijn wijk overgedaan aan zijn vader.Van Januari 1938
heeft de laatste toegang tot de Centr: Markt als kooper.Hij verzorgt
nog steeds de,van zijn zoon overgenomen,vaste wijk.Voor zoover door
mij kan worden beoordeeld heeft hij de vragen van zijn invulformulier
naar waarheid beantwoord.
[Handgeschreven, diagonaal onder de getypte tekst:]
Vragenlijst doorgezonden
naar Den Haag.
25/9-'39 [paraf]
Den Heer Bedrijfschef
V/h Marktwezen.
[Handtekening]
Amsterdam 19-9-39
Controleur.
[Handtekening] Dit document is een intern rapport van een controleur van het Amsterdamse Marktwezen aan zijn bedrijfschef. Het betreft het onderzoek naar de aanvraag van de heer D. de Cocq van Delwynen om officieel erkend te worden als kleinhandelaar in groenten en fruit.
De kern van de zaak is de overdracht van een "vaste wijk" (een ventwijk of klantenkring). De zoon van de aanvrager had deze wijk tot januari 1938, waarna hij in dienst trad bij de Gemeentetram (GVB). De vader nam de zaken over en vraagt nu, anderhalf jaar later, om de officiële erkenning die nodig is om als zelfstandig "kooper" toegang te krijgen tot de Centrale Markt. De controleur bevestigt de feitelijke juistheid van de aanvraag.
Opvallend is de administratieve snelheid: het rapport is opgesteld op de 19e, goedgekeurd op de 23e en doorgezonden naar Den Haag op de 25e. In 1939, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende schaarste, was de handel in levensmiddelen in Nederland strikt gereguleerd. Om te mogen handelen op de Centrale Markt in Amsterdam en om als kleinhandelaar erkend te worden, moest men voldoen aan strenge vestigingseisen.
De vermelding dat de vragenlijst is "doorgezonden naar Den Haag" wijst op de centrale aansturing van de distributie en handel door de rijksoverheid (waarschijnlijk het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, dat al voor de feitelijke bezetting in oprichting was). Het document illustreert hoe kleine zelfstandigen in de jaren '30 vaak familiebedrijven overdroegen wanneer een gezinslid een zekere baan vond bij de overheid of een gemeentelijk nutsbedrijf zoals de tram. A. de Cocq D. de Cocq Gemeente Amsterdam Marktwezen Rijksbureau