Voorpagina van een officieel gemeentelijk verslag.
Origineel
Voorpagina van een officieel gemeentelijk verslag. VERSLAG VAN HET MARKTWEZEN
TE AMSTERDAM, OVER HET JAAR 1937
AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM Dit document is de titelpagina van een jaarverslag betreffende het marktwezen in Amsterdam. De opmaak is uiterst zakelijk en sober, passend bij de bureaucratische stijl van de jaren '30. De tekst is gecentreerd en maakt gebruik van kapitalen (hoofdletters) voor zowel de titel als de adressering.
Het verslag is gericht aan het college van Burgemeester en Wethouders (B&W), het dagelijks bestuur van de stad. Dit wijst erop dat het een formele verantwoording is van de betreffende gemeentelijke dienst over de uitgevoerde werkzaamheden, de inkomsten uit marktgelden, en de staat van de diverse Amsterdamse markten in dat specifieke jaar. Het jaar 1937 valt in de late periode van het interbellum. Amsterdam kende in deze tijd een uitgebreid netwerk van dagmarkten (zoals de Albert Cuypmarkt en de Dappermarkt) en gespecialiseerde markten (bloemen, vis, postzegels). De Dienst van het Marktwezen hield toezicht op de orde, de hygiëne en de inning van staangelden.
Dergelijke verslagen zijn van grote waarde voor sociaal-economisch historici, omdat ze gedetailleerde informatie bieden over de handel, de economische vitaliteit van de stad vlak voor de Tweede Wereldoorlog, en de interactie tussen de overheid en kleine zelfstandigen (marktkooplieden). In 1937 was de economische crisis van de jaren '30 nog steeds voelbaar, wat vaak in de statistieken van dergelijke verslagen terug te zien is. Gemeente Amsterdam Marktwezen