Getypte begrotingsrekening (staat van ontvangsten).
Origineel
Getypte begrotingsrekening (staat van ontvangsten). Bijlage I.
Rekening van ontvangsten van den dienst van het Marktwezen over het jaar 1938.
| Volgn.87 Markt-, standplaats- en ventgelden. | Geraamd | Ontvangen |
|---|---|---|
| Dagmarkten | f 96.000,-- | f 91.745,35 |
| Weekmarkten | " 12.000,-- | " 12.621,45 |
| Brandstoffenmarkten | " 21.500,-- | " 21.123,62 |
| Boom- en Bloemmarkt | " 2.000,-- | " 2.025,90 |
| Standplaatsvergunningen | " 14.000,-- | " 13.928,92 |
| Ventgelden | " 30.000,-- | " 26.164,-- |
| Automarkt | " - ,-- | " 1.610,70 |
| f 175.500,-- | f 169.219,94 | |
| Volgno.87 Overige ontvangsten. | ||
| Huur vleeschwinkel | " 1,-- | " 416,66 |
| Huur Eierveiling | " 1,-- | " 1.666,62 |
| Diversen | " 80,-- | " 197,95 |
| f 82,-- | f 2.281,23 | |
| Volgn.23 Verhaal van pensioenbijdragen. | f 5.883,-- | f 5.230,42 |
| Totaal ontvangsten | f 181.465,-- | f 176.731,59 |
- Belangrijkste inkomstenbronnen: De dagmarkten vormen de grootste inkomstenpost (ruim 91.000 gulden), gevolgd door ventgelden en brandstoffenmarkten.
- Afwijkingen: Er valt op dat de inkomsten uit de "Automarkt" niet waren begroot maar wel ruim 1.600 gulden opbrachten. De posten "Huur vleeschwinkel" en "Huur Eierveiling" hadden een symbolische raming van 1 gulden, maar leverden in de praktijk aanzienlijk meer op (respectievelijk 416,66 en 1.666,62 gulden). De ventgelden bleven met 26.164 gulden achter bij de raming van 30.000 gulden.
- Eindresultaat: Het totaal aan ontvangen gelden (f 176.731,59) lag iets lager dan de totale raming (f 181.465,--), wat wijst op een tekort van ongeveer 4.733 gulden ten opzichte van de begroting. Het document dateert uit de late jaren '30, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het marktwezen een cruciale economische motor voor steden. De vermelding van "Brandstoffenmarkten" verwijst naar de handel in kolen en hout, wat destijds de voornaamste bron van huisverwarming was. De opkomst van de "Automarkt" in de statistieken is typerend voor de toenemende motorisering in die periode. De administratieve precisie (tot op de cent nauwkeurig) en het gebruik van archaïsche spelling ("vleeschwinkel", "den dienst") zijn kenmerkend voor de ambtelijke stukken uit het interbellum in Nederland. Dit overzicht zou deel hebben uitgemaakt van de jaarrekening van een gemeente. I. Rekening Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een financieel overzicht van de inkomsten van een gemeentelijke marktdienst uit het jaar 1938. Het biedt een directe vergelijking tussen de begrote inkomsten ("Geraamd") en de daadwerkelijke opbrengsten ("Ontvangen").
- Belangrijkste inkomstenbronnen: De dagmarkten vormen de grootste inkomstenpost (ruim 91.000 gulden), gevolgd door ventgelden en brandstoffenmarkten.
- Afwijkingen: Er valt op dat de inkomsten uit de "Automarkt" niet waren begroot maar wel ruim 1.600 gulden opbrachten. De posten "Huur vleeschwinkel" en "Huur Eierveiling" hadden een symbolische raming van 1 gulden, maar leverden in de praktijk aanzienlijk meer op (respectievelijk 416,66 en 1.666,62 gulden). De ventgelden bleven met 26.164 gulden achter bij de raming van 30.000 gulden.
- Eindresultaat: Het totaal aan ontvangen gelden (f 176.731,59) lag iets lager dan de totale raming (f 181.465,--), wat wijst op een tekort van ongeveer 4.733 gulden ten opzichte van de begroting.
Historische Context
Het document dateert uit de late jaren '30, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het marktwezen een cruciale economische motor voor steden. De vermelding van "Brandstoffenmarkten" verwijst naar de handel in kolen en hout, wat destijds de voornaamste bron van huisverwarming was. De opkomst van de "Automarkt" in de statistieken is typerend voor de toenemende motorisering in die periode. De administratieve precisie (tot op de cent nauwkeurig) en het gebruik van archaïsche spelling ("vleeschwinkel", "den dienst") zijn kenmerkend voor de ambtelijke stukken uit het interbellum in Nederland. Dit overzicht zou deel hebben uitgemaakt van de jaarrekening van een gemeente.