Officiële brief/aanmaning.
Origineel
Officiële brief/aanmaning. 22 februari 1939. De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.). MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 25/32/1 M
BIJLAGE
ONDERWERP:
AMSTERDAM (W.) 22 Februari 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer Th.J.Ruimschoot,
Cornelis Trooststraat 63 huis,
Amsterdam-Zuid.
Wyk 22.
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór 26 Februari a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 27 Februari a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur,
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een formele laatste waarschuwing van de gemeente Amsterdam aan een marktkoopman. De heer Ruimschoot heeft een achterstand van meer dan drie weken in de betaling van het marktgeld voor zijn kraam op de Albert Cuypmarkt.
De toon is dwingend en bureaucratisch. Er wordt een harde deadline gesteld (26 februari), waarna sancties volgen. De sanctie is zwaar: het permanent intrekken van de "vaste plaats" op basis van de geldende marktverordening. De brief biedt echter ook een opening voor sociale omstandigheden; indien de koopman een geldige reden heeft (zoals ziekte of armoede), kan de intrekking voorkomen worden, mits dit direct gemeld wordt. Het document dateert uit februari 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Albert Cuypmarkt was toen al een centrale plek voor de Amsterdamse straathandel.
De vermelding van het "genieten van steun" (een vorm van werklozenzorg) refereert aan de sociaaleconomische realiteit van die tijd, waarin de gevolgen van de economische crisis van de jaren '30 nog steeds merkbaar waren. Voor een marktkoopman betekende het verliezen van een "vaste plaats" het verlies van zijn primaire bron van inkomsten. De administratie van het Marktwezen was gevestigd aan de Jan van Galenstraat, bij de Centrale Markthallen, wat destijds het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad was.