Archief 745
Inventaris 745-290
Pagina 289
Dossier 17
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt concept of afschrift van een raadsvoorstel.

Na 1928 (verwijst naar een besluit van 4 mei 1928 dat al "enige jaren" van kracht is). Vermoedelijk vroege jaren '30. Van: Waarschijnlijk het College van Burgemeester en Wethouders (gezien de adressering aan de Gemeenteraad). Aan: De Gemeenteraad (van Amsterdam, op te maken uit de tekst).

Origineel

Getypt concept of afschrift van een raadsvoorstel. Na 1928 (verwijst naar een besluit van 4 mei 1928 dat al "enige jaren" van kracht is). Vermoedelijk vroege jaren '30. Waarschijnlijk het College van Burgemeester en Wethouders (gezien de adressering aan de Gemeenteraad). De Gemeenteraad (van Amsterdam, op te maken uit de tekst). Wijziging Verordeningen op de heffing en de
invordering van gelden voor het gebruik der
Gemeentevischhal en van de verordening op
het bedrijf der Gemeentelijke Vischvoor-
ziening.

Aan den Gemeenteraad.

      Wij herinneren ~~er~~ [U] aan, dat bij Uw besluit van 4 Mei
1928, werden vastgesteld de Verordeningen op de heffing en de
invordering van gelden voor het gebruik der Gemeentevischhal
en bijbehoorende terreinen en water (Gemeenteblad 1928, afd. 3
volgn. 69). Nu die heffingsverordening eenige jaren heeft ge-
werkt, blijkt, dat zij, zoowel wat enkele technische details
der grondslagen van heffing als wat de finantieele resultaten
betreft, niet geheel aan de verwachtingen heeft beantwoord.
In verband met de nadeelige saldi van de exploitatie der
vischhal, hebben wij allereerst de vraag overwogen of wij aan
Uw Raad een voorstel tot opheffing der hal zouden voorleggen.
Wij zijn echter tot de overtuiging gekomen daartoe niet te
moeten overgaan. Immers, opheffing der vischhal zou in de eerste
plaats het bestaan van een 500 á 700 vischventers, die voor
den inkoop van hun visch meerendeels op de vischhal zijn aan-
gewezen, ernstig in gevaar brengen. Voorts zou die opheffing
ten gevolge hebben, dat van de Amsterdamsche markt een vrij
groot kwantum goedkoope visch zou verdwijnen, die als product
van de kustvisscherij op de Noordzee, hier ter stede op be-
paalde dagen wordt aangevoerd. Deze visch, die veelal zelfs
nog levend is, en in ieder geval in volkomen verschen staat
verkeert, is bij de Amsterdamsche bevolking zeer in trek. In
een groote stad als de onze is daarom de aanwezigheid van een
vischafslag, met marktterrein voor den tusschenhandel, onont-
beerlijk.
      Komt opheffing van de vischhal ons om bovengenoemde
redenen ongewenscht voor, wij zijn aan den anderen kant van
oordeel, dat getracht moet worden de inkomsten der hal zoo-
veel mogelijk te verhoogen. In verband met de tijdsomstandig-
heden meenen wij U thans geen algemeene tariefsverhooging
voor den afslag in de Gemeentevischhal te moeten voorstellen.
Wij vestigen echter Uw aandacht op [dat] de omstandigheden op
het oogenblik van dien aard zijn, dat een vermeerdering van

[Marginale notitie in rode inkt, cursief: hoogstwaarschijnlijk] Het document bespreekt de financiële problemen van de Gemeentevischhal in Amsterdam. De exploitatie kampt met tekorten ("nadeelige saldi"). Het bestuur overweegt twee uiterste oplossingen: de hal sluiten of de tarieven verhogen.

Beide opties worden in dit stadium afgewezen:
1. Tegen sluiting: De vismarkt is essentieel voor de werkgelegenheid van honderden visventers en voor de voedselvoorziening van de Amsterdamse bevolking (toevoer van goedkope, verse Noordzeevis).
2. Tegen algemene tariefsverhoging: De "tijdsomstandigheden" (de economische crisis van de jaren '30) maken een algemene prijsstijging ongewenst.

De tekst suggereert dat er gezocht wordt naar een tussenweg om de inkomsten te verhogen zonder de hele sector te belasten. Dit stuk weerspiegelt de economische realiteit van Amsterdam tijdens de Grote Depressie. De overheid worstelde met sluitende begrotingen voor gemeentelijke diensten, terwijl ze tegelijkertijd de sociale gevolgen voor de arbeidersklasse (de visventers) en de betaalbaarheid van voedsel voor de burgers moest bewaken. De Gemeentevischhal maakte destijds deel uit van het complex van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. De vermelding van "vischventers" herinnert aan een tijd waarin straathandel een cruciaal onderdeel was van de stedelijke distributie.

Samenvatting

Het document bespreekt de financiële problemen van de Gemeentevischhal in Amsterdam. De exploitatie kampt met tekorten ("nadeelige saldi"). Het bestuur overweegt twee uiterste oplossingen: de hal sluiten of de tarieven verhogen.

Beide opties worden in dit stadium afgewezen:
1. Tegen sluiting: De vismarkt is essentieel voor de werkgelegenheid van honderden visventers en voor de voedselvoorziening van de Amsterdamse bevolking (toevoer van goedkope, verse Noordzeevis).
2. Tegen algemene tariefsverhoging: De "tijdsomstandigheden" (de economische crisis van de jaren '30) maken een algemene prijsstijging ongewenst.

De tekst suggereert dat er gezocht wordt naar een tussenweg om de inkomsten te verhogen zonder de hele sector te belasten.

Historische Context

Dit stuk weerspiegelt de economische realiteit van Amsterdam tijdens de Grote Depressie. De overheid worstelde met sluitende begrotingen voor gemeentelijke diensten, terwijl ze tegelijkertijd de sociale gevolgen voor de arbeidersklasse (de visventers) en de betaalbaarheid van voedsel voor de burgers moest bewaken. De Gemeentevischhal maakte destijds deel uit van het complex van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. De vermelding van "vischventers" herinnert aan een tijd waarin straathandel een cruciaal onderdeel was van de stedelijke distributie.

Gerelateerde Documenten 6