Getypt verslag van een vergadering (notulen/verslag van handelingen).
Origineel
Getypt verslag van een vergadering (notulen/verslag van handelingen). -2-
in slechte tijden niet voorzien worden van handelsgeld, maar liever in volledigen steun worden opgenomen. Dit is een van de redenen welke de grossiers weerhouden om visch naar Amsterdam te sturen. Ook de zoogenaamde grossier-venter is een beletsel voor de gezonde ontwikkeling van den grossiersstand en spreker meent daarom, dat deze combinatie verboden moet worden.
Mevrouw Huisman-van Kol zou graag willen weten wanneer de heer Presser zijn voorstel heeft samengesteld, zulks in verband met den vastentijd, waarin uiteraard meer visch noodig is dan normaal het geval kan worden genoemd.
De heer Rooseman merkt op, dat zoo lang de Commissie voor Visch bestaat, dit vraagstuk bij haar aan de orde is geweest. Indien niet eindelijk eens een uitvoerig onderzoek naar de oorzaken van den geringen aanvoer wordt ingesteld, zal dit vraagstuk steeds op de agenda blijven staan. Spreker zegt voorts, dat voordat de afsluiting van de Zuiderzee een feit was, 3/4 deel van de in Amsterdam benoodigde visch uit de Zuiderzee werd aangevoerd. Daarvoor heeft amsterdam vrijwel niets teruggekregen. Vroeger was de stad goed voorzien van platvisch, doch sinds de afsluiting van de Zuiderzee, is deze visch, welke in Amsterdam zoo bijzonder graag gegeten wordt, slechts in zeer onvoldoende mate verkrijgbaar. Men zegt nu wel, dat in IJmuiden voldoende voorraad is, doch dit betreft andere vischsoorten, zooals koolvisch, welke Amsterdam echter niet belieft, omdat de stad platvisch en garnalen moet hebben. De garnalenaanvoer is in zoo sterke mate geremd door de Visscherij Centrale, dat, als de Wethouder voor de Levensmiddelen daarvan op de hoogte was, hij zeker het zijne zou doen om daarin verandering te brengen. Voor de Amsterdamsche vischhandelaren is deze kwestie een bestaansvraag. Spreker meent dat het publiek graag wil betalen voor platvisch, hetgeen wel blijkt uit de afname van deze visch als er aanvoer komt uit het buitenland. Volgens spreker moet getracht worden den Minister te bewegen goed te vinden deze vischsoort in extra hoeveelheid uit het buitenland te betrekken in tijden dat IJmuiden niet voor voldoende aanvoer kan zorgen. Spreker wijst er nog op dat de teeltplaats voor schol bij de Wadden eilanden, welke vroeger van groote beteekenis was, totaal is verdwenen. Voor het gemis van aanvoer van platvisch door Nederlandsche schepen moet iets in de plaats worden gesteld.
De heer S. Presser zegt, dat men ook in zijn organisatie overtuigd is van de verkeerde toestanden, welke er zijn in den Amsterdamschen vischhandel. In zooverre gaat spreker dus met de toelichting van den heer L. Presser accoord. Echter had hij gedacht in deze toelichting richtlijnen te zullen vinden, welke de opheffing van moeilijkheden zouden aangeven. Waar dit niet het geval is, hoopt hij dat de heer L. Presser deze alsnog hedenavond zal kunnen mededeelen.
Mevrouw Huiting-Meyer is van meening, dat de Amsterdamsche bevolking visch zal moeten leeren eten, welke er is en niet mag blijven vasthouden aan den wensch om terug te krijgen wat in vroeger tijden verkregen kon worden. Dit lijkt spreekster de eenige en de meest radicale oplossing van het vraagstuk.
-3-
De heer van der Laan acht het moeilijk om een studiecommissie in te stellen, zonder dat algemeene richtlijnen omtrent de oplossing van de moeilijkheden zijn vastgesteld. Naar aanleiding van het besprokene wil spreker enkele opmerkingen maken. In de eerste plaats dat de kwestie grossier-venter aan de Amsterdamsche vischmarkt niet in verband staat met het door den heer L. Presser aangesneden vraagstuk en dus feitelijk buiten dit debat moet blijven. Nu de heer van Zanten daaromtrent echter een opmerking heeft gemaakt, wil spreker wel mededeelen dat deze kwestie zijn bijzondere aandacht heeft en dat hij hieromtrent spoedig voorstellen aan zijn Wethouder hoopt te kunnen doen.
Wat de opmerking van Mevrouw Huiting betreft, zegt spreker, dat hij zeer sceptisch staat tegenover de gedachte dat men het Amsterdamsche publiek zou moeten leeren iets anders te eten dan dit publiek wenscht. Een Amsterdammer wil nu eenmaal visch hebben naar zijn smaak en dan nog alleen als die niet te duur is. In Amsterdam gaat het eten van visch uit de mode omdat er geen visch is die de bevolking wenscht te eten en deze visch – de platvisch – nu eenmaal niet is te vervangen. Dit is volgens spreker het onderdeel van het vraagstuk, dat in het bijzonder de aandacht moet hebben. Wat de garnalenaanvoer betreft, brengt spreker in herinnering in een vorige vergadering te hebben gezegd, dat deze kwestie zijn aandacht had. Hij kan thans mededeelen, dat sindsdien de toestand veel gunstiger is geworden. De aanvoer is thans veel grooter dan het vorige jaar, door grooteren garnalenvangst en een verdubbeling van het aantal in de vaart zijnde garnalenschepen.
De positie van de Amsterdamsche vischmarkt in het thans in behandeling zijnde vraagstuk, acht spreker niet belangrijk, omdat deze dienst aan de vischvoorziening op zichzelf niet veel kan doen. Het probleem zit volgens spreker in IJmuiden. Daarbij speelt de economie van het bedrijf een groote rol. Het is echter een vraagstuk van de Regeering en de Commissie is niet bij machte daarnaar een onderzoek in te stellen.
De aanvoer van andere vischsoorten dan platvisch, zoowel in de Amsterdamsche vischhal als op het buitenterrein is sinds vorige jaren heel weinig teruggeloopen. Dit blijkt zoowel uit de aanvoer- als uit de omzetcijfers. Het vraagstuk der extra consenten is aan de Commissie bekend. De daaromtrent van den Minister verkregen toezegging heeft slechts enkele 10.000 kilogrammen opgeleverd. Van veel beteekenis is dat niet, omdat de Minister geen toezegging wil geven voor extra aanvoer van buitenlandsche visch naar Amsterdam door schepen. Indien een zoodanige toezegging zou worden verkregen, zou er van een tekort aan voor Amsterdam geschikte visch geen sprake meer zijn.
De Voorzitter sluit zich aan bij de leden die hebben gezegd dat de heer Presser wel wenschen heeft geuit, doch geen richtlijnen heeft gegeven en dat dit laatste toch noodig zal zijn om met succes een onderzoek te kunnen instellen. Indien er geen redelijk uitzicht is op eenig gunstig resultaat, dan is er volgens spreker ook geen reden om een studiecommissie in te stellen. Spreker wil nog een enkele opmerking maken * Kernproblematiek: De Amsterdamse vismarkt kampt met een structureel tekort aan de juiste vissoorten (met name platvis en garnalen). De afsluiting van de Zuiderzee heeft de traditionele aanvoerlijnen (3/4 van de totale behoefte) vernietigd.
* Consumentengedrag: Er is een opvallende discussie over de "koppigheid" van de Amsterdamse consument. Mevrouw Huiting-Meyer stelt een radicale gedragsverandering voor (andere vis leren eten), terwijl de heer Van der Laan stelt dat de Amsterdammer onverzettelijk is in zijn voorkeur voor platvis.
* Belangenverstrengeling: Er wordt gesproken over de "grossier-venter". Dit wijst op een conflict tussen de groothandel en de straathandel, waarbij men de combinatie van beide functies wil verbieden om de groothandelsstand te beschermen.
* Politieke context: Er wordt verwezen naar de rol van de Minister en de "Visscherij Centrale". Er is sprake van importbeperkingen (consenten), waarbij de overheid slechts mondjesmaat extra import toestaat. Dit document biedt een unieke inkijk in de sociaaleconomische gevolgen van de Afsluitdijk voor de stad Amsterdam. Waar de focus bij de afsluiting vaak ligt op waterveiligheid en landbouw (de IJsselmeerpolders), toont dit verslag de crisis in de stedelijke voedselvoorziening.
De visserijsector moest in de jaren '30 transformeren van een Zuiderzeevisserij naar een Noordzeevisserij (gecentreerd in IJmuiden). Echter, de infrastructuur en de logistiek waren nog niet voldoende afgestemd op de specifieke behoeften van de Amsterdamse markt. Bovendien was dit de tijd van de Grote Depressie en toenemend staatsinterventionisme; de overheid reguleerde de handel streng via contingenten en consenten om de eigen markt te beschermen, wat hier leidde tot schaarste aan de geliefde "platvisch". De vermelding van de "vastentijd" door Mevrouw Huisman-van Kol herinnert ons tevens aan de religieuze invloeden op het voedingspatroon in die periode.