Archief 745
Inventaris 745-291
Pagina 302
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

[Pagina 4]

-4-

omtrent den door den heer Presser in zijn toelichting voorgestelden gang van zaken ten aanzien van het werk der subcommissie, n.l. dat deze subcommissie natuurlijk geen rapport kan uitbrengen aan den Wethouder. Zij zou dit moeten doen aan de Commissie en deze zal zich zoo noodig verder via den Levensmiddelenraad met den Wethouder verstaan.

Het door den heer Presser noodig geachte onderzoek naar de financieele moeilijkheden van den Amsterdamschen vischhandel acht spreker een taak, welke de Subcommissie niet kan volbrengen. Immers een belangrijk deel van de belanghebbenden zal bezwaar maken inzicht te geven in hun financieele omstandigheden, waardoor aan het onderzoek weinig waarde zal moeten worden toegekend.

Al jaren schenkt de Commissie aandacht aan het vraagstuk der vischvoorziening in Amsterdam. Nooit zijn de deskundigen in de Commissie met een plan gekomen dat maar eenigszins uitvoerbaar kon worden geacht. Indien geen voorstellen kunnen worden ingediend, welke uitvoerbaar zijn en in de behoefte aan visch voorzien, dan heeft het geen zin om bij den Wethouder aan te kloppen. Volgens spreker is de onvoldoende vischvoorziening grootendeels te wijten aan omstandigheden van buitenaf. Echter vraagt spreker zich wel af of de organisaties van belanghebbenden in Amsterdam wel eens hebben nagegaan of wellicht ook fouten in het Amsterdamsche bedrijf een rol spelen.

Indien de tijden veranderen moet men volgens spreker niet blijven vasthouden aan toestanden van vroeger. De Zuiderzee is nu eenmaal afgesloten en de gevolgen daarvan heeft men te aanvaarden. Spreker herinnert er aan dat er een tijd is geweest, waarin men in Amsterdam geen gestripte visch kon verkoopen. Ook dat is veranderd. De wijting kan volgens spreker wel degelijk de platvisch vervangen, daar het eveneens een bakvisch is en dus in den smaak van het Amsterdamsche publiek valt. Hier ligt volgens spreker een terrein open om de menschen aan de nieuwe toestanden op het gebied der vischvoorziening te gewennen. Ook de door de IJmuider trawlers aangevoerde haring is een artikel dat op den duur in Amsterdam een afzetgebied kan krijgen. Spreker geeft graag toe dat deze haring geen Zuiderzeeharing is, doch hij meent dat men blij moet wezen, dat IJmuiden thans voor goede vervangingsartikelen zorgt. Men doet in IJmuiden ook al het mogelijke om aan de wenschen van het publiek te voldoen. Sinds kort worden aan verschillende trawlers de haring aan boord in kistjes verpakt, speciaal ten gerieve van den binnenlandschen handel. Amsterdam is altijd verwend geweest met versche Zuiderzeevisch en daarom is in Amsterdam de aanpassing aan de nieuwe toestanden moeilijker dan elders in het land. Doch de Amsterdamsche handel zal moeten leeren niet af te geven op de visch die voorhanden is, doch hij zal haar moeten hoog houden, in het bijzonder tegenover zijn klanten.

Spreker heeft het gevoel dat het in Amsterdam heel wat beter zou gaan indien het kredietvraagstuk zou kunnen worden opgelost. De geringe kredietwaardigheid van tal van Amsterdamsche handelaren weerhoudt toch veel grossiers om visch naar de stad te zenden.

[Pagina 5]

-5-

De door den heer Rooseman gemaakte opmerking omtrent de broedplaats van schol aan de Waddeneilanden is niet juist. Deze visch heeft en had haar broedplaatsen aan het Zuidelijk deel van de Noord-zee. Oorzaken van de geringe vangsten van schol zijn geheel andere. Immers de visscherij van platvisch is volkomen verwoest door de pufvisscherij. De Regeering is thans bezig om een verbod van pufvisscherij door te voeren. Wordt dit verbod afgekondigd, dan zal volgens spreker na twee jaren het vischbestand zeer veel beter zijn.

De heer Rooseman merkt op dat de menschen die bij den vischhandel zijn betrokken, het zoo lang niet zullen kunnen uithouden.

De Voorzitter zegt, dat als het kleine goed verdwijnt, de handel voor de rest betere prijzen krijgt en dus terstond voordeelen ziet van een zoodanig verbod. Daarbij komt nog, dat de vangsten grooter zullen zijn, indien met wijdere netten wordt gevischt, omdat zulke netten vlugger door het water gaan en men dus daarmede een groote oppervlakte in denzelfden tijd kan afvisschen. Volgens spreker wordt het vraagstuk van de platvisch niet opgelost, voordat het pufvraagstuk een oplossing heeft gevonden.

Wat den aanvoer van visch uit het buitenland betreft, merkt spreker op, dat daaraan voor de Regeering meerdere kanten zitten dan een buitenstaander wellicht bevroedt. Immers deze aanvoer van visch raakt de handelsovereenkomst met de betreffende landen gesloten. De Regeering heeft dit onderdeel van de vischvoorziening te bekijken in het raam van tal van andere artikelen en de Commissie zal goed doen zich daarbij ten te houden.

Nog merkt spreker op, dat de omzet van visch in het binnenland de laatste jaren gestadig vooruit gaat. De omzetcijfers waren in de jaren 1934 t/m 1938 respectievelijk 27.500.000 K.G., 29.000.000 K.G., 29.250.000 K.G., 33.250.000 KG en 36.000.000 K.G. In vijf jaren tijd is de omzet dus met 33 1/3 % gestegen. Wanneer in deze enkele jaren zulk een stijging over het geheele land valt waar te nemen, wil het spreker voorkomen, dat er voor den Amsterdamschen handel een taak is om na te gaan waarom de hoofdstad daarvan haar deel niet heeft genomen.

De heer L. Presser zegt dat bij de behandeling van het vraagstuk der vischvoorziening van Amsterdam bij hem niet de kwesties voorop staan, welke IJmuiden raken. De Commissie heeft slechts te waken voor de vischvoorziening van de Amsterdamsche bevolking en niet voor de belangen van IJmuiden. Spreker komt na het debat van hedenavond tot de conclusie dat het goed is geweest het vraagstuk der vischvoorziening in de Commissie weer aan de orde te hebben gesteld. Het moet immers de moeite waard worden geacht om na te gaan hoe het komt, dat de omzet in Amsterdam in de laatste jaren is teruggeloopen, terwijl die in het geheele land sterk is gestegen.

Er zijn volgens spreker verschillende oorzaken, dat het den handel moeilijk wordt gemaakt. Spreker wijst bijvoorbeeld op het feit dat de Regeeringsambtenaren, ten behoeve van de vischbakkerij voor werkloozen, op een bepaalden dag in IJmuiden alle wijting uit de markt hebben genomen, tegen prijzen, welke de handel niet kon betalen. Spreker is geen tegen-

--- Het document verslaat een discussie over de structurele problemen in de Amsterdamse visvoorziening aan het eind van de jaren '30. De kernpunten zijn:

  1. Aanpassingsproblemen: De Amsterdamse handel en consument hebben moeite zich aan te passen aan het wegvallen van de Zuiderzeevis na de afsluiting van de Zuiderzee. Er wordt gepleit voor acceptatie van alternatieven zoals wijting en haring uit IJmuiden.
  2. Ecologische crisis: De 'pufvisserij' (het vangen van jonge, ondermaatse vis voor veevoer/olie) wordt aangewezen als oorzaak voor de verwoesting van de platvisstand. Men hoopt op een regeringsverbod en pleit voor netten met een grotere maaswijdte.
  3. Economische stagnatie: Terwijl de landelijke visomzet tussen 1934 en 1938 met 33,3% steeg, bleef Amsterdam achter. Als redenen worden de geringe kredietwaardigheid van Amsterdamse handelaren en de concurrentie door de overheid (opkopen van vis voor werklozenprojecten) genoemd.
  4. Bestuurlijk proces: Er is onenigheid over de bevoegdheden van de subcommissie en de noodzaak van een onderzoek naar de financiële status van vishandelaren.

--- Dit verslag stamt uit de periode net voor de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse visserijsector bevond zich in een overgangsfase. De afsluiting van de Zuiderzee (1932) was een voldongen feit, wat de Amsterdamse vismarkt dwong tot een heroriëntatie op de Noordzeevisserij via IJmuiden.

De tekst weerspiegelt de economische nasleep van de crisis van de jaren '30; de vermelding van de "vischbakkerij voor werkloozen" verwijst naar overheidsprojecten om goedkoop voedsel te verstrekken aan de grote groep werklozen in die tijd. De gehanteerde spelling ("visch", "financieele") is de vooroorlogse spelling De Vries-Te Winkel. De vermelde statistieken t/m 1938 wijzen op een datering in 1939 of begin 1940. K.G. In L. Presser Presser (De heer) Rooseman merkt (De heer)

Samenvatting

Het document verslaat een discussie over de structurele problemen in de Amsterdamse visvoorziening aan het eind van de jaren '30. De kernpunten zijn:

  1. Aanpassingsproblemen: De Amsterdamse handel en consument hebben moeite zich aan te passen aan het wegvallen van de Zuiderzeevis na de afsluiting van de Zuiderzee. Er wordt gepleit voor acceptatie van alternatieven zoals wijting en haring uit IJmuiden.
  2. Ecologische crisis: De 'pufvisserij' (het vangen van jonge, ondermaatse vis voor veevoer/olie) wordt aangewezen als oorzaak voor de verwoesting van de platvisstand. Men hoopt op een regeringsverbod en pleit voor netten met een grotere maaswijdte.
  3. Economische stagnatie: Terwijl de landelijke visomzet tussen 1934 en 1938 met 33,3% steeg, bleef Amsterdam achter. Als redenen worden de geringe kredietwaardigheid van Amsterdamse handelaren en de concurrentie door de overheid (opkopen van vis voor werklozenprojecten) genoemd.
  4. Bestuurlijk proces: Er is onenigheid over de bevoegdheden van de subcommissie en de noodzaak van een onderzoek naar de financiële status van vishandelaren.

Historische Context

Dit verslag stamt uit de periode net voor de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse visserijsector bevond zich in een overgangsfase. De afsluiting van de Zuiderzee (1932) was een voldongen feit, wat de Amsterdamse vismarkt dwong tot een heroriëntatie op de Noordzeevisserij via IJmuiden.

De tekst weerspiegelt de economische nasleep van de crisis van de jaren '30; de vermelding van de "vischbakkerij voor werkloozen" verwijst naar overheidsprojecten om goedkoop voedsel te verstrekken aan de grote groep werklozen in die tijd. De gehanteerde spelling ("visch", "financieele") is de vooroorlogse spelling De Vries-Te Winkel. De vermelde statistieken t/m 1938 wijzen op een datering in 1939 of begin 1940.

Genoemde Personen 4

K.G. In L. Presser Presser (De heer) Rooseman merkt (De heer)

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Olie Oorlogssurrogaten: Vervanging Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Haring Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vis & Zee: Zeevis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 20

Amsterdam) en M. Roelofs (Lastageweg 5 J.Grinwis Jzn., Havenhoofd 317
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Jac.Tanis Kzn., Havenhoofd 321
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). A.Tabeling, Bassingracht 35
J.J. Korff (Middelweg 53a C. de Graaf, Rijksweg 11
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). A.Bais, Beukenkampstr.22
HD. 153 G.v. Sillevoldt, Hoflaan 50
J. Gooyer Wzn (geboren 1881) T. Grootveld, Maststr. 36
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). P.v.d. Zwan, Hoogaarsstr. 28
Lindengracht 231 (Koopman) T. Bruin, Ankerstr. 51
W. Vierra (standplaats 14) B. Cramer, v. Egmondstr. 132
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). P. Pronk, Hoogaarsstr. 23
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Uilenburg Wijk III № 92
UK. 185 Neptunusstr. 10
Q. Vd Huijgensstr. 29
WR. 49
WRW. 11 Zwanenburgwal Dorpstr. 113

Gerelateerde Documenten 6