Notulen (vergaderverslag).
Origineel
Notulen (vergaderverslag). 13 april 1939. VERTROUWELIJK.
Notulen van de 30ste vergadering van de met den Levensmiddelenraad verbonden Commissie voor Visch, gehouden op Donderdag 13 April 1939, des avonds te 8 uur in kamer 36 ten Stadhuize.
Aanwezig met den Voorzitter, den heer F.P. Vermeulen de dames L. Huisman-van Kol en A. Huiting-Meyer en de heeren J. Schildmeyer, N. Rienstra, L. Presser, C. van Zanten, C. Rooseman en Dr. A. van der Laan, leden en de heer S. Presser, plaatsvervangend lid, alsmede de Secretaris, de heer P.C. Besanger.
De Voorzitter opent de vergadering en stelt aan de orde
Punt 1. Notulen vergaderingen 10 en 24 November 1938.
Deze worden ongewijzigd goedgekeurd.
Punt 2. Ingekomen stukken en mededeelingen.
De Secretaris doet voorlezing van een rapport van den Directeur van den Keuringsdienst van Waren omtrent de in de vorige vergadering ter sprake gebrachte klacht van den heer Presser aangaande het optreden van den vischkeurmeester Leunis.
De Commissie neemt bedoeld rapport voor kennisgeving aan, onder dankzegging aan den Wethouder voor de Levensmiddelen voor het verstrekken van de daarin vervatte inlichtingen, ondanks het feit dat de betreffende kwestie niet in de Commissie thuis behoort.
Punt 3. Bespreking voorstel van den heer L. Presser.
De heer Schildmeyer zegt het grootendeels eens te zijn met hetgeen de heer Presser in de toelichting op zijn voorstel vermeldt. Echter meent hij er op te moeten wijzen dat in één opzicht die toelichting niet juist is. Volgens spreker is er n.l. in IJmuiden visch genoeg om Amsterdam te voorzien, doch de betrekkelijk geringe aanvoer is hoofdzakelijk een kwestie van prijs. Hiermede wil spreker niet zeggen dat IJmuiden Amsterdam in voldoende mate kan voorzien van de visch, welke men in de hoofdstad gaarne heeft, bijv. schol, doch slechts dat er in het algemeen voldoende visch in IJmuiden is te bekomen. Indien er meer trawlers zouden uitvaren, zou de voorhanden zijnde hoeveelheid visch natuurlijk nog grooter zijn, doch aan dat vraagstuk zit de geheele saneering vast, en daaraan kan de Commissie toch moeilijk tornen. Dat het aantal grossiers aan de Amsterdamsche vischhal is teruggeloopen, is volgens spreker het gevolg van de hooge vischprijzen en den daarmede gepaard gaanden geringen omzet van visch.
De heer Rienstra meent dat de Commissie eindelijk eens van deze kwestie, welke zij reeds zoo herhaalde malen heeft besproken, moet afkomen. Wellicht dat door deze vergadering richtlijnen kunnen worden gegeven, langs welke een oplossing is te zoeken.
De heer van Zanten is het ook volkomen eens met de toelichting van den heer Presser, doch hij zou gaarne hebben gezien, dat de heer Presser tevens had aangegeven, hoe hij zich de oplossing had gedacht. Spreker wijst er op, dat de vischventers Dit document biedt een inkijkje in de sociaal-economische uitdagingen van de Amsterdamse vissector aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.
De belangrijkste observaties zijn:
* Marktspanningen: Er is een duidelijk conflict tussen aanbod en betaalbaarheid. Terwijl IJmuiden voldoende vis heeft, bereikt deze de Amsterdamse markt niet tegen een prijs die voor de consument en de grossier acceptabel is.
* Economische Krimp: De afname van het aantal grossiers bij de Amsterdamse viskeurhal wijst op een sector in zwaar weer. De hoge prijzen leiden tot een vicieuze cirkel van lage omzetten en vertrekkende ondernemers.
* Structurele Problematiek: De term "saneering" wijst op bredere economische ingrepen in de visserijvloot, die buiten de macht van deze specifieke commissie liggen.
* Bestuurlijke cultuur: Het verslag is formeel en beleefd, maar toont ook een zekere frustratie over langlopende dossiers die niet opgelost raken (zoals door de heer Rienstra verwoord). De vergadering vindt plaats in april 1939, een tijd van grote internationale spanning en economische onzekerheid. De commissie fungeert onder de Levensmiddelenraad, een orgaan dat toezag op de distributie en kwaliteit van voedsel, wat later in de oorlog cruciaal zou worden onder het systeem van distributiebonnen.
De vermelding van de Directeur van den Keuringsdienst van Waren en een specifieke keurmeester (Leunis) illustreert de strenge overheidscontrole op voedselveiligheid in die tijd. De discussie over de verbinding met IJmuiden is logisch: als grootste aanvoerhaven was IJmuiden de levensader voor de visconsumptie in Amsterdam. De "vischventers" aan het eind van het document waren de ambulante handelaren die met handkarren of fietsen de vis tot in de volksbuurten brachten; zij waren de eersten die de gevolgen van de hoge inkoopprijzen in hun portemonnee voelden. A. Huiting C. Rooseman C. van Zanten F.P. Vermeulen J. Schildmeyer L. Huisman L. Presser N. Rienstra P.C. Besanger Rienstra meent (De heer) S. Presser Schildmeyer zegt (De heer)