Archief 745
Inventaris 745-291
Pagina 7
Dossier 27
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtsverslag / Rapport.

Augustus 1939 (betreft gebeurtenis op vrijdag 4 augustus). Van: J.A.L. Jongbloed.

Origineel

Ambtsverslag / Rapport. Augustus 1939 (betreft gebeurtenis op vrijdag 4 augustus). J.A.L. Jongbloed. Nº 46 A/33/3 M. 1939

Den Weledelgestrengen Heer
Mr. van Dijk
wd. Directeur van den dienst
v/h Marktwezen.

Rapport.

Op Vrijdag 4 Aug. jl. heeft ondergetekende J.A.L. Jongbloed voor den Urker visscher T. Baarsen (U.K. 126) 154.5 K.g. tong afgeslagen. Na controleering van de hoeveelheid bleek dat er een abuis door mij was gemaakt en dat ik 154.5 k.g. tong had moeten verkoopen. Ik heb direct een onderzoek ingesteld naar dit abuis en zag dat er in het vak waarin deze tong gelegen had nog een partijtje van 10 k.g. kleine slips (tong) was blijven liggen en dat die blijkbaar door mij niet waren verkocht. Toen ik het alsnog wou verkoopen kwam een Koopman, een zekere S. Vrachtdoender met veel kabaal naar mij toe en zei dat het zijn tongen waren en dat ik die tongen al verkocht had. „Nu dan heb jij ook in plaats van 30 k.g. 40 k.g. slips gehad”, zei ik hem, want ik had in, tusschen van verschillende zijden de mededeeling gekregen dat er inderdaad 10 k.g. slips was gemist. Niets van aan zei V. ik kan U bewijzen dat ik 30 k.g. gehad heb want ik heb 10 k.g. overgedaan aan een Huizer P. Klein; 10 k.g. aan A. Dotsch jr. en die 10 k.g. die op den grond ligt die houd ik zelf. Ik liet het er toch niet bij zitten en na een ampel onderzoek ben ik er achtergekomen dat hij wel de bovengenoemde twee partijtjes van 10 k.g. had overgedaan aan de zoo, juist genoemden personen maar dat hij ook een 3e partijtje van 10 k.g. had overgedaan aan een Volendammer (Kl. Koning) hetgeen hij dus met opzet aan mij verzwegen heeft, daar ik wel enige keren aan hem had gevraagd of hij nog niet een 3e partijtje had overgedaan.

Mijn eindconclusie is nu dit: De 10 k.g. tong die nog in het vak lag was niet verkocht, maar Vrachtdoender heeft zich dit wederrechtelijk toegeëigend. Het document is een zakelijk rapport waarin een administratieve fout ("abuis") tijdens een visafslag wordt beschreven. De toon is verdedigend en rapporterend. De schrijver, Jongbloed, erkent een telfout bij het afslaan van tong voor een Urker visser, maar ontdekt vervolgens dat een koopman (Vrachtdoender) misbruik maakt van de situatie.

De tekst is geschreven in een duidelijk leesbaar, vooroorlogs cursief handschrift. Opvallend is het gebruik van de term "slips", wat een vakterm is voor kleine tong. De argumentatie is feitelijk opgebouwd: de schrijver heeft getuigen/kopers nagetrokken (P. Klein, A. Dotsch jr. en Kl. Koning) om de leugen van de koopman te ontmaskeren. De conclusie is juridisch van aard door het gebruik van de term "wederrechtelijk toegeëigend". Dit document stamt uit 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, en geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op een visafslag (waarschijnlijk de centrale markt in Amsterdam, gezien de referentie naar de "Dienst van het Marktwezen").

De visserijsector was destijds streng gereguleerd via de afslag. Het document illustreert de sociale dynamiek tussen de afslagers, de vissers (zoals T. Baarsen van de Urker kotter UK 126) en de handelaren (kooplieden uit Huizen, Volendam en Amsterdam). Urker vissers verkochten hun vangst vaak in grote steden. Dergelijke rapporten waren essentieel voor de interne kwaliteitscontrole en fraudebestrijding binnen de gemeentelijke marktorganen.

Samenvatting

Het document is een zakelijk rapport waarin een administratieve fout ("abuis") tijdens een visafslag wordt beschreven. De toon is verdedigend en rapporterend. De schrijver, Jongbloed, erkent een telfout bij het afslaan van tong voor een Urker visser, maar ontdekt vervolgens dat een koopman (Vrachtdoender) misbruik maakt van de situatie.

De tekst is geschreven in een duidelijk leesbaar, vooroorlogs cursief handschrift. Opvallend is het gebruik van de term "slips", wat een vakterm is voor kleine tong. De argumentatie is feitelijk opgebouwd: de schrijver heeft getuigen/kopers nagetrokken (P. Klein, A. Dotsch jr. en Kl. Koning) om de leugen van de koopman te ontmaskeren. De conclusie is juridisch van aard door het gebruik van de term "wederrechtelijk toegeëigend".

Historische Context

Dit document stamt uit 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, en geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op een visafslag (waarschijnlijk de centrale markt in Amsterdam, gezien de referentie naar de "Dienst van het Marktwezen").

De visserijsector was destijds streng gereguleerd via de afslag. Het document illustreert de sociale dynamiek tussen de afslagers, de vissers (zoals T. Baarsen van de Urker kotter UK 126) en de handelaren (kooplieden uit Huizen, Volendam en Amsterdam). Urker vissers verkochten hun vangst vaak in grote steden. Dergelijke rapporten waren essentieel voor de interne kwaliteitscontrole en fraudebestrijding binnen de gemeentelijke marktorganen.

Gerelateerde Documenten 6