Archief 745
Inventaris 745-292
Pagina 239
Dossier 93
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

[Linksboven]
H. Buenting
H. Mienis verzoekt
restitutie.
leges? [onduidelijk]
53/25/3 [in rood]
27/3 '39
29/3 '39

[Rechtsboven, gescheiden door een diagonale lijn]
Accord,
tegelijke behandeling
met geval Brouwer.
WLan [Initialen/Handtekening]

[Midden]
Mr. Brouwer heeft
legitimatiekaart nog
niet ingeleverd. Mr. Moller
verzoekt alvast besluit voor
beide gevallen te laten nemen.

[Onderzijde]
Besluit laten nemen voor restitutie 28/3 '39
groot f 8.- [doorgestreept: f 10.-] min entreegeld 2 mnd -
den à f 1.- op gronden van bilijkheid
Art 36 V.v.d. R.
entree - en leg. het sep terug aan boekhouder Het document betreft een interne ambtelijke afhandeling van een verzoek tot terugbetaling (restitutie) van betaalde gelden door de heren H. Buenting en H. Mienis. Uit de aantekeningen blijkt dat er een vergelijkbare zaak liep voor een zekere Mr. Brouwer. Hoewel Brouwer zijn legitimatiekaart nog niet had ingeleverd, werd er op verzoek van (waarschijnlijk) een chef genaamd Moller besloten om beide zaken gelijktijdig af te handelen.

Er is uiteindelijk besloten tot een restitutie van 8 gulden. Oorspronkelijk was dit 10 gulden, maar er is 2 gulden ingehouden voor twee maanden "entreegeld" (1 gulden per maand). Opvallend is dat de beslissing is genomen op basis van "bilijkheid" (redelijkheid), waarbij verwezen wordt naar "Art 36 V.v.d. R.", wat duidt op een specifiek artikel in een vigerend reglement of verordening. De notitie is geschreven in de context van de Nederlandse bureaucreatie van vlak voor de Tweede Wereldoorlog (maart 1939). De termen "leges", "legitimatiekaart" en "entreegeld" suggereren dat het hier gaat om een lidmaatschap, vergunning of ambtelijke aanstelling waarbij administratieve kosten gemoeid waren. Het handschrift en de gehanteerde terminologie zijn typerend voor de zakelijke, ambtelijke stijl van die periode. De instructie om het dossier terug te leggen bij de boekhouder geeft aan dat de financiële afwikkeling de laatste stap in het proces was. H. Buenting H. Mienis Mr. Brouwer Mr. Moller (vermoedelijk).

Samenvatting

Het document betreft een interne ambtelijke afhandeling van een verzoek tot terugbetaling (restitutie) van betaalde gelden door de heren H. Buenting en H. Mienis. Uit de aantekeningen blijkt dat er een vergelijkbare zaak liep voor een zekere Mr. Brouwer. Hoewel Brouwer zijn legitimatiekaart nog niet had ingeleverd, werd er op verzoek van (waarschijnlijk) een chef genaamd Moller besloten om beide zaken gelijktijdig af te handelen.

Er is uiteindelijk besloten tot een restitutie van 8 gulden. Oorspronkelijk was dit 10 gulden, maar er is 2 gulden ingehouden voor twee maanden "entreegeld" (1 gulden per maand). Opvallend is dat de beslissing is genomen op basis van "bilijkheid" (redelijkheid), waarbij verwezen wordt naar "Art 36 V.v.d. R.", wat duidt op een specifiek artikel in een vigerend reglement of verordening.

Historische Context

De notitie is geschreven in de context van de Nederlandse bureaucreatie van vlak voor de Tweede Wereldoorlog (maart 1939). De termen "leges", "legitimatiekaart" en "entreegeld" suggereren dat het hier gaat om een lidmaatschap, vergunning of ambtelijke aanstelling waarbij administratieve kosten gemoeid waren. Het handschrift en de gehanteerde terminologie zijn typerend voor de zakelijke, ambtelijke stijl van die periode. De instructie om het dossier terug te leggen bij de boekhouder geeft aan dat de financiële afwikkeling de laatste stap in het proces was.

Genoemde Personen 4

H. Buenting H. Mienis Mr. Brouwer Mr. Moller (vermoedelijk).

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6