Archiefdocument
Origineel
7 augustus 1959 (gebaseerd op handgeschreven aantekening bovenaan het document). Handgeschreven bovenaan: # blad. 7 aug 59
Het Nederlandsche Veem
Voorstellen inzake reorganisatie en aandeelen-emissie aangenomen.
Hedenmorgen werden in „Industria” te Amsterdam, onder voorzitterschap van den heer D. L. Uyttenboogaart, twee buitengewone algemeene vergaderingen gehouden van „Het Nederlandsche Veem”, waarvan de eerste uitsluitend bestemd was ter behandeling van het voorstel tot statutenwijziging.
Zooals in het avondblad van 7 Juli uitvoerig is vermeld, behelzen de voorstellen in hoofdzaak: afschrijving van het kapitaal tot 36 % en uitgifte van 694 nieuwe aandeelen à ƒ 360 nom., welke à pari tegen contanten bij een Nederlandsche groep worden geplaatst.
Vertegenwoordigd waren 38 aandeelen van ƒ 1000 en 32 aandeelen van ƒ 125, recht gevende op tezamen 90 stemmen. Over het voorstel tot statutenwijziging konden op deze, tweede, vergadering rechtsgeldige besluiten worden genomen. Aangezien niemand inlichtingen verlangde, werden de ter tafel liggende voorstellen zonder discussies aangenomen.
Op de hierna volgende vergadering kwam aan de orde de verkiezing van commissarissen, ter vervulling van twee vacatures, één ontstaan door het overlijden van den heer J. N. Burger, de tweede door aftreden van den heer F. van Peski, die te kennen heeft gegeven te willen aftreden in verband met het belang, dat de nieuwe middelen verschaffende groep heeft verkregen, daar een nieuwe commissaris moet worden benoemd, die mogelijk op vreemde opdrachten zal steunen.
De raad van commissarissen deed zelf geen voorstel voor de benoeming van nieuwe commissarissen, doch wel deelde de voorzitter mede, dat de nieuwe groep er prijs op zou stellen, indien de heeren J. C. Smalt en C. Gips zouden worden benoemd. Met algemeene stemmen werd aldus besloten.
Vervolgens kwam punt 3 aan de orde. De voorzitter deelde mede, dat twee der directeuren, de heeren W. J. J. Smit Jr. en A. P. Fortuyn Harreman als zoodanig wenschen af te treden.
Van beide heeren, aldus de heer Uyttenboogaart, nemen wij noode afscheid. Zij hebben het veem gedurende vele jaren gediend. Van den heer Fortuyn Harreman hebben wij het buitengewoon op prijs gesteld, dat hij zijn volledige medewerking heeft verleend aan de liquidatie van het bedrijf te Rotterdam, hetgeen feitelijk tegen zijn eigen belang inging, maar in het belang van het veem was.
Namens commissarissen deed de voorzitter hierna aan de vergadering het voorstel, beide heeren als adviseurs te benoemen. Nadat het gevraagde ontslag op de meest eervolle wijze was verleend, werd het voorstel tot benoeming tot adviseurs met algemeene stemmen aangenomen.
De heer A. de Heer informeerde bij de rondvraag naar het doel, dat met de nieuwe middelen wordt beoogd.
Hierop deelde de voorzitter mede, dat men ten eerste het plan heeft, deel te nemen in de oprichting te Amsterdam van een hypermodern koel- en vrieshuis, te vestigen op een terrein gelegen aan diep water, zoodat de ligging buitengewoon gunstig wordt indien het desbetreffende terrein door de gemeente wordt toegewezen, wat zeer waarschijnlijk is.
Verder ligt het in de bedoeling het bestaande veem uit te breiden en te moderniseeren. Het zal dan goedkooper kunnen werken en tevens voor nieuwe producten kunnen dienen, waarvoor het tot dusverre niet te gebruiken was. Mocht blijken, dat er nog andere mogelijkheden voor de exploitatie zijn, dan zal de outillage hieraan dank zij de nieuwe middelen kunnen worden aangepast. Indien ook in andere havens daaraan behoefte bestaat, dan zal ook daar voor de noodige installaties worden gezorgd. Dit verslag documenteert een cruciaal kantelpunt in de geschiedenis van "Het Nederlandsche Veem". De kernpunten zijn:
1. Financiële Sanering: Er vindt een drastische kapitaalvermindering plaats (afschrijving naar 36%), gecombineerd met een nieuwe aandelenemissie. Dit duidt op een periode van eerdere verliezen of een noodzakelijke herstructurering om overeind te blijven.
2. Machtswisseling: De kapitaalinjectie komt van een nieuwe "groep", die direct invloed uitoefent op de samenstelling van de Raad van Commissarissen (benoeming Smalt en Gips).
3. Strategische Verschuiving: Er vindt een geografische en operationele koerswijziging plaats. Het bedrijf in Rotterdam is geliquideerd, en de focus verschuift naar Amsterdam met een focus op moderne technologie: een "hypermodern koel- en vrieshuis" aan diep water.
4. Modernisering: De nadruk ligt op kostenefficiëntie ("goedkooper kunnen werken") en diversificatie van opgeslagen producten door aanpassing van de outillage. Het Nederlandsche Veem was een van de grote Nederlandse veembedrijven (logistiek en opslag). Eind jaren '50 bevond de Nederlandse economie zich in een fase van snelle modernisering en schaalvergroting. De overgang van traditionele pakhuisopslag naar gespecialiseerde koeltechniek was essentieel voor de groeiende import en export van bederfelijke waren. De vergaderlocatie "Industria" aan de Dam in Amsterdam onderstreept het formele en prestigieuze karakter van de bijeenkomst. De liquidatie van de Rotterdamse vestiging, zoals genoemd in de tekst, was destijds een gevoelige maar strategische beslissing om de onderneming als geheel levensvatbaar te houden. A. de Heer C. Gips C. Smalt F. van Peski J. Smit L. Uyttenboogaart N. Burger P. Fortuyn