Archief 745
Inventaris 745-297
Pagina 161
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie/conceptverslag.

Na 1 januari 1937 (referentiedatum in de tekst).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie/conceptverslag. Na 1 januari 1937 (referentiedatum in de tekst). [Rechterbovenhoek:] 3.

d. De huren die verenigingen kunnen
betalen zijn slechts gering.
"N.A.O." biedt ƒ 400.- per baan van
8000 m² of 5 cent per m² per jaar
(voor een sportvereniging werkelijk niet
aan de lage kant). Bij eventueele
verhuur als industrie terrein zou
een bedrag van ƒ 0.50 per m² als jaarlijksche
huur m.i. als een minimum moeten
worden beschouwd. Indien terreinen
nog 9 jaar braak zouden liggen en alsdan
als industrie terrein verhuurd, zou
de opbrengst dezelfde zijn als bij verhuring
gedurende 20 jaar als sportterrein.

e. Marktterrein per 1 Jan '31 ~~ingebruik~~
(zie besluit B & W. 22 mei '31)
met inbegrip van rente verlies en aandeel
kosten wegen, op ƒ 3.500.000.- voor
411.878 m² oppervlakte gewaardeerd
of op rond ƒ 8.70 per m².
Met inbegrip van rente verlies (rente op
rente) is de waarde per 1 Januari 1937
te stellen op rond ƒ 12.-

[In de marge links:]
niet rekenen
kosten voor
de "dotatie"
wegens verlaten
marktterrein
Marnixstraat.

~~Op basis van de~~
Het reserveterrein kost aan de
Gem. bij de huidige stand van de
rente voor het kapitaalsvoorschot (3%)
per jaar 3% van ƒ 8.70 = rond ƒ 0.26 per m²

Gerekend naar de waarde van
ƒ 12.- per m² en met een rente percentage
van 4% (het is niet zeker hoelang ~~dit lage rentepercentage van 3% gehandhaafd~~ zal blijven)
moet het ~~reserve~~terrein bij verhuur
bruto minstens ƒ -.50 opbrengen.

--- * Kern van het betoog: De auteur maakt een economische vergelijking tussen verschillende vormen van grondgebruik. Er wordt geconstateerd dat sportverenigingen (zoals de genoemde 'N.A.O.') zeer weinig huur kunnen opbrengen (5 cent per m²) in vergelijking met de potentiële waarde als industrieterrein (50 cent per m²).
* Rendementsberekening: Er wordt gesteld dat het financieel lucratiever is om grond 9 jaar braak te laten liggen en daarna als industriegebied te verhuren, dan om het 20 jaar lang aan een sportclub te verhuren.
* Waardestijging door rente: Het document laat zien hoe de boekwaarde van het 'Marktterrein' stijgt door het kapitaliseren van renteverlies (rente op rente), van ƒ 8,70 in 1931 naar ƒ 12,00 in 1937.
* Risicomanagement: De auteur houdt rekening met een stijgende rente (van 3% naar 4%) bij het bepalen van de minimale huurprijs die de gemeente moet vragen om uit de kosten te komen.

--- * Historische periode: De jaren '30 waren een tijd van economische crisis, maar ook van grote stedelijke uitbreidingen (zoals het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam uit 1934). Gemeenten moesten zeer zorgvuldig omgaan met de financiering van grond die 'in de wacht' stond voor toekomstige bestemmingen.
* Topografie: De verwijzing naar de Marnixstraat in de kantlijn is cruciaal. De Marnixstraat in Amsterdam huisvestte vroeger belangrijke marktterreinen (zoals de groentemarkt). De opmerking over de "dotatie wegens verlaten marktterrein" duidt op de financiële afwikkeling van de verhuizing van markten naar andere locaties in de stad.
* N.A.O.: Dit zou kunnen verwijzen naar een specifieke sportorganisatie of een lokale Amsterdamse vereniging uit die tijd. De afkorting werd vaker gebruikt voor 'Nuttig Als Ontspanning' of soortgelijke namen.

Samenvatting

  • Kern van het betoog: De auteur maakt een economische vergelijking tussen verschillende vormen van grondgebruik. Er wordt geconstateerd dat sportverenigingen (zoals de genoemde 'N.A.O.') zeer weinig huur kunnen opbrengen (5 cent per m²) in vergelijking met de potentiële waarde als industrieterrein (50 cent per m²).
  • Rendementsberekening: Er wordt gesteld dat het financieel lucratiever is om grond 9 jaar braak te laten liggen en daarna als industriegebied te verhuren, dan om het 20 jaar lang aan een sportclub te verhuren.
  • Waardestijging door rente: Het document laat zien hoe de boekwaarde van het 'Marktterrein' stijgt door het kapitaliseren van renteverlies (rente op rente), van ƒ 8,70 in 1931 naar ƒ 12,00 in 1937.
  • Risicomanagement: De auteur houdt rekening met een stijgende rente (van 3% naar 4%) bij het bepalen van de minimale huurprijs die de gemeente moet vragen om uit de kosten te komen.

Historische Context

  • Historische periode: De jaren '30 waren een tijd van economische crisis, maar ook van grote stedelijke uitbreidingen (zoals het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam uit 1934). Gemeenten moesten zeer zorgvuldig omgaan met de financiering van grond die 'in de wacht' stond voor toekomstige bestemmingen.
  • Topografie: De verwijzing naar de Marnixstraat in de kantlijn is cruciaal. De Marnixstraat in Amsterdam huisvestte vroeger belangrijke marktterreinen (zoals de groentemarkt). De opmerking over de "dotatie wegens verlaten marktterrein" duidt op de financiële afwikkeling van de verhuizing van markten naar andere locaties in de stad.
  • N.A.O.: Dit zou kunnen verwijzen naar een specifieke sportorganisatie of een lokale Amsterdamse vereniging uit die tijd. De afkorting werd vaker gebruikt voor 'Nuttig Als Ontspanning' of soortgelijke namen.

Gerelateerde Documenten 6