Archief 745
Inventaris 745-297
Pagina 204
Dossier 68
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/nota.

19 mei 1939. Van: Waarschijnlijk een directeur of hoofd van een gemeentelijke dienst (getekend door W. Müller, mogelijk van Publieke Werken of de Dienst der Publieke Eigendommen).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/nota. 19 mei 1939. Waarschijnlijk een directeur of hoofd van een gemeentelijke dienst (getekend door W. Müller, mogelijk van Publieke Werken of de Dienst der Publieke Eigendommen). [Handgeschreven rechtsboven:] W. Müller

vP/HG.

70/3/1 M.
1
19 Mei 1939.

Wijziging uitbreidingsplan
in verband met verhuring
terreinsgedeelte Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Dezer dagen heeft zich tot mijn dienst gewend de Inspecteur van Rentegvende Eigendommen met den directeur der N.V. Handelmaatschappij C. de Ruiter, welke maatschappij thans is gevestigd in een gebouw en op een terrein nabij het Weesperpoortstation, vanwaar zij eerlang haar bedrijf zal moeten verplaatsen. Zij handelt voornamelijk in ijzeren buizen, waarvoor zij een lang en smal, onbestraat terrein van ongeveer 2000 m2 noodig heeft, benevens 1000 m2 om er een loods voor overdekten opslag te bouwen.

Voor het onderhavige doeleinde is bij uitstek geschikt een gedeelte van het reserveterrein der Centrale Markt, dat vermoedelijk nimmer als markt zal dienen, namelijk een deel van de strook gronds eenerzijds begrensd door het Oostelijke Marktkanaal anderzijds door de achterzijde der perceelen van de Van Bossestraat en door de Visseringstraat; beginnende bij de Kostverlorenvaart en eindigende bij de Tweede Keucheniusstraat (op de bijgaande teekening in groen en groene arceering aangegeven). Het deel van deze strook tusschen de Van Rappardtstraat en de Tweede Keucheniusstraat (in groen op de teekening aangegeven) heeft een oppervlakte van ruim 3000 m2 en is voor het bedrijf der bovengenoemde N.V. geschikt, omdat het zeer lang en niet breed is. Het bezwaar, dat dit terrein niet direct van een spoorwegverbinding is voorzien, kan worden ondervangen door den huurder toe te staan zoo noodig op de Centrale Markt te Dit document is een ambtelijk voorstel aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen om een deel van het reserveterrein van de Centrale Markt te verhuren aan een privaat bedrijf, de N.V. Handelmaatschappij C. de Ruiter.

De kernpunten van het document zijn:
* Aanleiding: Het bedrijf C. de Ruiter moet vertrekken van zijn huidige locatie bij het Weesperpoortstation en zoekt een nieuwe locatie voor de handel in ijzeren buizen.
* Ruimtebehoefte: Er is behoefte aan ca. 3000 m² terrein, waarvan een deel onbestraat voor buizenopslag en een deel voor een overdekte loods.
* Locatievoorstel: Er wordt een strook grond voorgesteld aan de rand van de Centrale Markt, gelegen tussen het Oostelijke Marktkanaal en de omliggende straten (Van Bossestraat, Visseringstraat, Van Rappardtstraat).
* Geschiktheid: De specifieke vorm van het terrein (lang en smal) wordt als ideaal beschouwd voor de opslag van buizen. De auteur merkt op dat dit deel van het reserveterrein waarschijnlijk toch nooit voor marktactiviteiten gebruikt zal worden.
* Logistiek: Het gebrek aan een directe spoorverbinding op het specifieke perceel wordt erkend, maar als overkomelijk beschouwd. Het document dateert van mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Centrale Markt (tegenwoordig bekend als het Food Center Amsterdam in de wijk Bos en Lommer) was destijds een vitaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.

In die periode vonden er diverse stedelijke herontwikkelingen plaats. De genoemde verplaatsing van het bedrijf nabij het Weesperpoortstation houdt waarschijnlijk verband met de grootschalige spoorwegwerken in Amsterdam-Oost (de Spoorwegwerken Oost), waarbij het oude station werd vervangen door het huidige Amstelstation en het Muiderpoortstation.

De brief illustreert de pragmatische omgang met gemeentelijke grondreserves: wanneer gronden voor de primaire bestemming (de markt) niet direct noodzakelijk waren, werden ze verhuurd aan industriële bedrijven om inkomsten te genereren ("Rentgevende Eigendommen").

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk voorstel aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen om een deel van het reserveterrein van de Centrale Markt te verhuren aan een privaat bedrijf, de N.V. Handelmaatschappij C. de Ruiter.

De kernpunten van het document zijn:
* Aanleiding: Het bedrijf C. de Ruiter moet vertrekken van zijn huidige locatie bij het Weesperpoortstation en zoekt een nieuwe locatie voor de handel in ijzeren buizen.
* Ruimtebehoefte: Er is behoefte aan ca. 3000 m² terrein, waarvan een deel onbestraat voor buizenopslag en een deel voor een overdekte loods.
* Locatievoorstel: Er wordt een strook grond voorgesteld aan de rand van de Centrale Markt, gelegen tussen het Oostelijke Marktkanaal en de omliggende straten (Van Bossestraat, Visseringstraat, Van Rappardtstraat).
* Geschiktheid: De specifieke vorm van het terrein (lang en smal) wordt als ideaal beschouwd voor de opslag van buizen. De auteur merkt op dat dit deel van het reserveterrein waarschijnlijk toch nooit voor marktactiviteiten gebruikt zal worden.
* Logistiek: Het gebrek aan een directe spoorverbinding op het specifieke perceel wordt erkend, maar als overkomelijk beschouwd.

Historische Context

Het document dateert van mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Centrale Markt (tegenwoordig bekend als het Food Center Amsterdam in de wijk Bos en Lommer) was destijds een vitaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.

In die periode vonden er diverse stedelijke herontwikkelingen plaats. De genoemde verplaatsing van het bedrijf nabij het Weesperpoortstation houdt waarschijnlijk verband met de grootschalige spoorwegwerken in Amsterdam-Oost (de Spoorwegwerken Oost), waarbij het oude station werd vervangen door het huidige Amstelstation en het Muiderpoortstation.

De brief illustreert de pragmatische omgang met gemeentelijke grondreserves: wanneer gronden voor de primaire bestemming (de markt) niet direct noodzakelijk waren, werden ze verhuurd aan industriële bedrijven om inkomsten te genereren ("Rentgevende Eigendommen").

Gerelateerde Documenten 6