Archief 745
Inventaris 745-297
Pagina 205
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).

19 mei [1939?] (In de tekst wordt verwezen naar een besluit uit 1934; de "9." rechtsboven duidt waarschijnlijk op 1939). Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen of de Dienst voor het Marktwezen).

Origineel

Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 19 mei [1939?] (In de tekst wordt verwezen naar een besluit uit 1934; de "9." rechtsboven duidt waarschijnlijk op 1939). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen of de Dienst voor het Marktwezen). 1
70/3/1 19 Mei 9.
Amsterdam. den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,

lossen en te laden.
      Echter kan, althans voorloopig, van verhuring van het
bedoelde terrein geen sprake zijn, omdat in het bij Raadsbesluit
no.518 d.d. 13 Juni 1934 vastgestelde uitbreidingsplan voor
het betreffende stadsgedeelte, de geheele strook tusschen Kost-
verlorenvaart en Tweede Keucheniusstraat als plantsoen werd
aangewezen.
      Verhuring zal dus alleen mogelijk zijn na wijziging
van het uitbreidingsplan, waarmede - tenzij de eigenaars van
in de omgeving gebouwde perceelen geen bezwaren maken - geruime
tijd gemoeid zal zijn. Vermoedelijk zal daardoor zelfs de vesti-
ging van het bovenbedoelde bedrijf op dit terrein niet kunnen
plaatsvinden, omdat dit bedrijf binnen een jaar zal moeten ver-
huizen.
      Door ligging en vorm is het terrein voor inrichting
tot openbaar plantsoen ten eenenmale ongeschikt. Voor de Cen-
trale Markt heeft het zelfs geen zin hier een eenvoudig gras-
veld te doen inrichten en onderhouden, zoodat dit terrein
sedert jaren totaal wordt verwaarloosd.
      Nu de mogelijkheid blijkt hieraan een productieve
bestemming als industrieterrein te geven, waardoor blijvende
inkomsten van eenige duizenden guldens 's jaars kunnen worden
verwacht, stel ik U voor het advies in te winnen van Uw Ambtge-
noot voor de Publieke Werken, teneinde te bevorderen, dat het
onderhavige terreinsgedeelte als industrieterrein kan worden verhuurd.

                                        De Directeur, De brief is een ambtelijk schrijven waarin wordt gepleit voor een wijziging van de bestemming van een specifiek perceel in Amsterdam. De kern van het betoog is dat een terrein dat in het Uitbreidingsplan van 1934 als 'plantsoen' (openbaar groen) is aangemerkt, in de praktijk ongeschikt is voor die functie en daardoor verwaarloosd wordt.

De directeur ziet een kans om het terrein rendabel te maken door het te verhuren als industrieterrein aan een bedrijf dat behoefte heeft aan laad- en losfaciliteiten. Er wordt een financiële prikkel genoemd: de gemeente kan hiermee "eenige duizenden guldens 's jaars" aan inkomsten genereren. De directeur adviseert de wethouder om in overleg te treden met de wethouder van Publieke Werken om het bestemmingsplan officieel te laten wijzigen. Het document dateert uit de jaren '30, de periode van de Grote Depressie (de "Crisistijd"). Dit verklaart de nadruk op het genereren van "productieve inkomsten" voor de stad; elke gulden aan huurinkomsten was welkom om de gemeentekas te spekken.

Het terrein in kwestie ligt nabij de Kostverlorenvaart en de Tweede Keucheniusstraat in Amsterdam-West. Dit gebied grenst direct aan de Centrale Markthallen, die in 1934 werden geopend. De "Directeur" is dan ook zeer waarschijnlijk de directeur van dit marktcomplex. De spanning tussen de behoefte aan industriële ruimte (logistiek, overslag aan het water) en de wens voor stedelijk groen is een klassiek thema in de Amsterdamse stadsplanning uit die tijd. De verwijzing naar "Raadsbesluit no.518 d.d. 13 Juni 1934" koppelt dit direct aan het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Cornelis van Eesteren, dat in die periode de koers voor de stadsuitbreiding bepaalde. Marktwezen Publieke Werken

Samenvatting

De brief is een ambtelijk schrijven waarin wordt gepleit voor een wijziging van de bestemming van een specifiek perceel in Amsterdam. De kern van het betoog is dat een terrein dat in het Uitbreidingsplan van 1934 als 'plantsoen' (openbaar groen) is aangemerkt, in de praktijk ongeschikt is voor die functie en daardoor verwaarloosd wordt.

De directeur ziet een kans om het terrein rendabel te maken door het te verhuren als industrieterrein aan een bedrijf dat behoefte heeft aan laad- en losfaciliteiten. Er wordt een financiële prikkel genoemd: de gemeente kan hiermee "eenige duizenden guldens 's jaars" aan inkomsten genereren. De directeur adviseert de wethouder om in overleg te treden met de wethouder van Publieke Werken om het bestemmingsplan officieel te laten wijzigen.

Historische Context

Het document dateert uit de jaren '30, de periode van de Grote Depressie (de "Crisistijd"). Dit verklaart de nadruk op het genereren van "productieve inkomsten" voor de stad; elke gulden aan huurinkomsten was welkom om de gemeentekas te spekken.

Het terrein in kwestie ligt nabij de Kostverlorenvaart en de Tweede Keucheniusstraat in Amsterdam-West. Dit gebied grenst direct aan de Centrale Markthallen, die in 1934 werden geopend. De "Directeur" is dan ook zeer waarschijnlijk de directeur van dit marktcomplex. De spanning tussen de behoefte aan industriële ruimte (logistiek, overslag aan het water) en de wens voor stedelijk groen is een klassiek thema in de Amsterdamse stadsplanning uit die tijd. De verwijzing naar "Raadsbesluit no.518 d.d. 13 Juni 1934" koppelt dit direct aan het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Cornelis van Eesteren, dat in die periode de koers voor de stadsuitbreiding bepaalde.

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Spek Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Publieke Werken

Kooplieden in dit dossier 64

Gerelateerde Documenten 6