Archief 745
Inventaris 745-301
Pagina 86
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief/ambtelijke correspondentie.

22 oktober 1939. Van: V. Gelder (marktkoopman).

Origineel

Handgeschreven brief/ambtelijke correspondentie. 22 oktober 1939. V. Gelder (marktkoopman). [Linksboven:]
№ 85/65/M. 1939 23/5

[Rechtsboven:]
u.i. Insp.

[Brieftekst:]
Amsterdam 22- October 1939.
Aan Den Heer
Ter Haar.
Inspekteur Marktwezen.
Aldaar.

Naar aanleiding ons onderhoudt gehad
hebbende. U persoonlijk Marktmeester.
Blits - v. Rooijen en mij v Gelder.
is den heer Blits nu weer heengegaan
om mij te dwingen zijn stal te wil-
len hebben in de Dapperstraat. Ik
ben met de Heer Blits overeengekomen
dat de stal die Jepkens geplaats voor
hem heeft goed was. toen heb ik zorg
gedragen - dat ik die stal voor hem
disponibel had en ik die stal van
Jepkens met mijn merk R. 15. laat
zetten, daar neemt Blits nu
geen genoegen mee en zegt ik wil
deze stal die ik op 't Waterlooplein
heb. op Zaterdag hebben. de reden
die hij daarvoor op geeft. dat ik
geld verdien aan de stal van
Jepkens en dit mag volgens hem
niet. Nu vraag ik U beleefd. om
Blits v. Gelder en v Rooijen

[Rechtsonder:]
z.o.z. * Kern van het geschil: De brief beschrijft een conflict op de Amsterdamse markten. De heer Blits zou aanvankelijk akkoord zijn gegaan met een kraam in de Dapperstraat die door een zekere Jepkens was geplaatst en door V. Gelder ("merk R. 15") was gereserveerd. Blits komt hier nu op terug.
* Beschuldiging: Blits eist nu een kraam die hij normaal op het Waterlooplein gebruikt, ook voor de zaterdag in de Dapperstraat te mogen gebruiken. Hij beschuldigt V. Gelder ervan onrechtmatig geld te verdienen aan de kraam van Jepkens, wat volgens de marktreglementen verboden zou zijn.
* Partijen: Genoemd worden de heer Ter Haar (Inspecteur), de Marktmeester, en de kooplieden Blits, Van Rooijen, Van Gelder en Jepkens.
* Taalgebruik: Het document bevat enkele grammaticale imperfecties die typerend zijn voor de gesproken volkstaal van die tijd (bijv. "ons onderhoudt gehad hebbende", "geplaats" zonder t/d). * Historisch kader: De brief is gedateerd op 22 oktober 1939. Nederland was op dat moment nog neutraal, maar de mobilisatie was in volle gang en de economische druk nam toe.
* Locaties: De Dapperstraat en het Waterlooplein zijn historisch gezien de belangrijkste marktlocaties van Amsterdam, die in 1939 een zeer levendig en overwegend Joods karakter hadden. Het 'Marktwezen' hield streng toezicht op de standplaatsen om woekerprijzen en onderlinge handel in stallen te voorkomen.
* Administratie: De stempels en referentienummers wijzen op een strikte ambtelijke registratie van klachten en geschillen binnen de gemeentelijke marktorganisatie. De afkorting "z.o.z." onderaan geeft aan dat de brief op de achterzijde (hier niet zichtbaar) wordt voortgezet, waarschijnlijk met een specifiek verzoek om bemiddeling.

Samenvatting

  • Kern van het geschil: De brief beschrijft een conflict op de Amsterdamse markten. De heer Blits zou aanvankelijk akkoord zijn gegaan met een kraam in de Dapperstraat die door een zekere Jepkens was geplaatst en door V. Gelder ("merk R. 15") was gereserveerd. Blits komt hier nu op terug.
  • Beschuldiging: Blits eist nu een kraam die hij normaal op het Waterlooplein gebruikt, ook voor de zaterdag in de Dapperstraat te mogen gebruiken. Hij beschuldigt V. Gelder ervan onrechtmatig geld te verdienen aan de kraam van Jepkens, wat volgens de marktreglementen verboden zou zijn.
  • Partijen: Genoemd worden de heer Ter Haar (Inspecteur), de Marktmeester, en de kooplieden Blits, Van Rooijen, Van Gelder en Jepkens.
  • Taalgebruik: Het document bevat enkele grammaticale imperfecties die typerend zijn voor de gesproken volkstaal van die tijd (bijv. "ons onderhoudt gehad hebbende", "geplaats" zonder t/d).

Historische Context

  • Historisch kader: De brief is gedateerd op 22 oktober 1939. Nederland was op dat moment nog neutraal, maar de mobilisatie was in volle gang en de economische druk nam toe.
  • Locaties: De Dapperstraat en het Waterlooplein zijn historisch gezien de belangrijkste marktlocaties van Amsterdam, die in 1939 een zeer levendig en overwegend Joods karakter hadden. Het 'Marktwezen' hield streng toezicht op de standplaatsen om woekerprijzen en onderlinge handel in stallen te voorkomen.
  • Administratie: De stempels en referentienummers wijzen op een strikte ambtelijke registratie van klachten en geschillen binnen de gemeentelijke marktorganisatie. De afkorting "z.o.z." onderaan geeft aan dat de brief op de achterzijde (hier niet zichtbaar) wordt voortgezet, waarschijnlijk met een specifiek verzoek om bemiddeling.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6