Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 11 februari 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer J.C. Mooyen, Koppelstokstraat 186-188, Scheveningen. extra [handgeschreven]
vP/G.
90/3/10 M.
11 Februari 1939.
den Heer J.C.Mooyen,,
Koppelstokstraat 186-188,
S c h e v e n i n g e n .
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 8 dezer
verleen ik U hierby alsnog gedurende ten hoogste drie maan-
den na dato dezes, uitstel van Uw verplichting om Uw plaats
op de markt Mosplein regelmatig te bezetten. U dient er ech-
ter rekening mede te houden, dat het marktgeld ook tydens Uw
afwezigheid stipt op tyd moet worden betaald; U is thans een
bedrag van f 1,35 aan achterstallig marktgeld schuldig. U
gelieve dit achterstallige bedrag onverwyld aan te zuiveren,
aangezien anders Uw vaste plaats zal worden ingetrokken.
De Directeur, * Onderwerp: De brief betreft een verleend uitstel voor de bezettingsplicht van een marktplaats en een sommatie tot betaling van achterstallig marktgeld.
* Inhoud: De heer Mooyen krijgt maximaal drie maanden ontheffing van de plicht om persoonlijk op zijn marktplaats op het Mosplein aanwezig te zijn. De financiële verplichting (het marktgeld) blijft echter van kracht. Er is een achterstand van 1,35 gulden die direct voldaan moet worden, op straffe van het intrekken van de vergunning voor de vaste staanplaats.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (zoals "hierby", "tydens", "onverwyld").
* Bedrag: Het genoemde bedrag van ƒ 1,35 lijkt naar huidige maatstaven klein, maar was in 1939 een reëel bedrag voor een marktkraamhouder (vergelijkbaar met ongeveer 13 tot 15 euro aan koopkracht nu). De brief is geschreven in februari 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De locatie van de markt, het Mosplein, bevindt zich in Amsterdam-Noord. Hoewel de heer Mooyen in Scheveningen woonde, dreef hij blijkbaar handel in Amsterdam.
Dergelijke correspondentie is typerend voor de strikte regulering van de Amsterdamse markten door de gemeente. Het behouden van een "vaste plaats" was essentieel voor het levensonderhoud van een marktkoopman; het verlies ervan betekende vaak economische ruïne. De brief toont de bureaucratische afhandeling van ontheffingen (bijvoorbeeld wegens ziekte of familieomstandigheden) waarbij de fiscus (het marktgeld) altijd prioriteit hield.