Ambtelijk advies / Interne notitie.
Origineel
Ambtelijk advies / Interne notitie. 20 oktober 1929. Onleesbare handtekening (mogelijk een marktmeester of inspecteur). Den Heer Inspecteur. Advies op brief.
N° 90/55/1 M’29.
Den Heer Inspecteur.
In verband met deze aanvraag van
J. G. Buiten, pl: N° 10 Mosplein kan gemeld, dat boven-
genoemde reeds een vaste plaats op de markt Mosplein
heeft, zoo-dat deze alleen voor een losse plaats in
aanmerking komt.
Wanneer bovengenoemde plaatshouder bij de
loting een losse plaats wordt toegewezen is m.i.
geen bezwaar om met warme dranken op de markt
Mosplein te staan.
Amsterdam 20/10 29
[Onleesbare handtekening] * Inhoud: Het document is een formeel advies met betrekking tot een aanvraag van een heer J.G. Buiten. Hij bezit reeds een vaste staanplaats (nummer 10) op de markt aan het Mosplein, maar wil blijkbaar (tijdelijk) uitbreiden of een specifieke activiteit ontplooien. De adviseur stelt dat Buiten voor een extra plek aangewezen is op de loting van 'losse plaatsen'.
* Specifieke toestemming: Er wordt expliciet vermeld dat er geen bezwaar is tegen de verkoop van "warme dranken" door deze persoon, mits hij via de loting een plek verkrijgt. Dit duidt erop dat voor het verkopen van consumpties op de markt aanvullende toestemming nodig was.
* Taalgebruik: Het betreft typisch vroeg-20e-eeuws ambtelijk Nederlands, herkenbaar aan spellingen zoals "zoo-dat" en de afkorting "m.i." (mijns inziens). * Locatie: Het Mosplein in Amsterdam-Noord was in 1929 een belangrijk centrum voor de wijk, die destijds volop in ontwikkeling was. De markt speelde een cruciale rol in de lokale economie.
* Marktregulering: Het document geeft inzicht in de strikte hiërarchie en regels op de Amsterdamse markten: het onderscheid tussen 'vaste plaatsen' (vergunninghouders voor lange termijn) en 'losse plaatsen' (die dagelijks of periodiek werden verloot onder gegadigden zonder vaste plek).
* Tijdsbeeld: De verkoop van warme dranken op de markt was in de wintermaanden (oktober) een welkome toevoeging voor het winkelend publiek en marktkooplieden, maar de gemeente hield streng toezicht op wie wat mocht verkopen om oneerlijke concurrentie of wildgroei te voorkomen. G. Buiten J.G. Buiten