Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 236
Dossier 17
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief/rapportage.

3 september 1940. Van: A.W. Rijvoordt (vermoedelijk een marktmeester of havenbeambte). Aan: Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Ambtelijke brief/rapportage. 3 september 1940. A.W. Rijvoordt (vermoedelijk een marktmeester of havenbeambte). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam ("Alhier"). No 21/35/M. 1940 2/9

3 September 1940.

Den Heer Inspecteur
v./h. Marktwezen
Alhier

Bij deze deel ik U het volgende mede.
Het gedeelte brandstoffenmarkt gelegen in de
Amstel t/o de Govert Flinckstraat, waar vroeger
de kolenvaartuigen van de firma Maaijs lagen, is
al sinds geruimen tijd als zoodanig opgeheven.
De firma Hamersma heeft, niettegenstaande
deze opheffing en mijn waarschuwingen toch
er met kolenvaartuigen ligplaats ingenomen.
Ook de kolenvaartuigen die voor de bakkers gelost
worden, nemen daar de laatste dagen ligplaats in.
Hamersma beroept zich op een z.g.n. bespreking
die gehouden zou zijn tusschen de bond van
kolenhandelaren en een vertegenwoordiger van
Gemeente of Rijk voor de eventueele benzine besparing.
Er moet volgens hem besloten zijn voor genoemde
benzine besparing de kolenvaartuigen zoo dicht
mogelijk bij de pakhuizen te meren en daar
te lossen. Tegen eventueele betaling van marktgeld
maakt hij dan ook geen bezwaar. Ik heb hem
dienaangaande het marktgeld over de 36e
kalenderweek laten betalen. Gaarne vernam ik
van U nadere toelichting.

A.W. Rijvoordt In deze brief rapporteert een ambtenaar aan de Inspecteur van het Marktwezen over een handhavingskwestie in Amsterdam. Een specifiek deel van de brandstoffenmarkt aan de Amstel (tegenover de Govert Flinckstraat) is officieel opgeheven als ligplaats. Ondanks waarschuwingen negeert de firma Hamersma dit verbod.

De kern van het conflict ligt in een botsing tussen lokale marktverordeningen en bredere economische noodzaak. Hamersma voert aan dat er afspraken zijn gemaakt tussen de bond van kolenhandelaren en de overheid om brandstof (benzine) te besparen. Door schepen zo dicht mogelijk bij de pakhuizen en bakkerijen te lossen, hoeft er minder transport over de weg plaats te vinden. De firma is bereid marktgeld te betalen, zolang ze daar mogen blijven liggen. De schrijver heeft het marktgeld voor week 36 reeds geïnd, maar vraagt om instructies hoe hij met deze situatie en de beweringen van de firma moet omgaan. De brief dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de schaarste aan grondstoffen en brandstoffen direct voelbaar te worden. De genoemde "benzine besparing" was een bittere noodzaak door rantsoenering en de vordering van brandstoffen door de bezetter.

Het document illustreert hoe lokale regels in oorlogstijd onder druk kwamen te staan door logistieke uitdagingen. Kolen waren de primaire bron voor verwarming en voor de ovens van bakkers; een efficiënte distributie was van vitaal belang voor de voedselvoorziening en de openbare orde in de stad. De genoemde locatie aan de Amstel nabij de Govert Flinckstraat (De Pijp) was destijds een druk overslagpunt voor goederen die de stad via het water bereikten.

Samenvatting

In deze brief rapporteert een ambtenaar aan de Inspecteur van het Marktwezen over een handhavingskwestie in Amsterdam. Een specifiek deel van de brandstoffenmarkt aan de Amstel (tegenover de Govert Flinckstraat) is officieel opgeheven als ligplaats. Ondanks waarschuwingen negeert de firma Hamersma dit verbod.

De kern van het conflict ligt in een botsing tussen lokale marktverordeningen en bredere economische noodzaak. Hamersma voert aan dat er afspraken zijn gemaakt tussen de bond van kolenhandelaren en de overheid om brandstof (benzine) te besparen. Door schepen zo dicht mogelijk bij de pakhuizen en bakkerijen te lossen, hoeft er minder transport over de weg plaats te vinden. De firma is bereid marktgeld te betalen, zolang ze daar mogen blijven liggen. De schrijver heeft het marktgeld voor week 36 reeds geïnd, maar vraagt om instructies hoe hij met deze situatie en de beweringen van de firma moet omgaan.

Historische Context

De brief dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de schaarste aan grondstoffen en brandstoffen direct voelbaar te worden. De genoemde "benzine besparing" was een bittere noodzaak door rantsoenering en de vordering van brandstoffen door de bezetter.

Het document illustreert hoe lokale regels in oorlogstijd onder druk kwamen te staan door logistieke uitdagingen. Kolen waren de primaire bron voor verwarming en voor de ovens van bakkers; een efficiënte distributie was van vitaal belang voor de voedselvoorziening en de openbare orde in de stad. De genoemde locatie aan de Amstel nabij de Govert Flinckstraat (De Pijp) was destijds een druk overslagpunt voor goederen die de stad via het water bereikten.

Gerelateerde Documenten 6