Archiefdocument
Origineel
4 april 1940 [Handgeschreven tekst rechtsboven: ten. M. de Raau.]
[Handgeschreven tekst middenboven: Verzonden 4/4-'40.]
VP/HG.
21/12/2 M.
1 4 April 1940.
Vestiging tijdelijke hulp-
markt aan brandstoffenmarkten
aan de Oude Schans (Oostzijde).
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te
doen toekomen van een op 15 Maart jl. door de firma J.Breemer
aan mij gerichten brief. Bij nader onderzoek is mij gebleken,
dat de bedoelde firma inderdaad verplicht is haar bedrijf bin-
nen afzienbaren tijd te verplaatsen. Het is voor haar nood-
zakelijk, dat zij in dezelfde buurt gevestigd blijft, aange-
zien zij aldaar haar klanten heeft. Daarbij komt nog, dat de
bedoelde firma des Zaterdags en op Israëlitische feestdagen
haar zaak gesloten heeft, terwijl zij des Zondags pleegt af
te leveren; uiteraard zou dit buiten de Joodsche stadswijk
minder wenschelijk zijn.
Aan de Oude Schans (Westzijde) is bereids een
brandstoffenmarkt gevestigd; teneinde de voornoemde firma in
de gelegenheid te stellen in perceel Oude Schans no.27 haar
zaken te doen, is het noodzakelijk de Oostzijde der Oude Schans
als tijdelijke hulpmarkt van de brandstoffenmarkten aan te
wijzen. Voor zoo ver dezerzijds kan worden nagegaan bestaat
daartegen geen bezwaar, weshalve ik U beleefd in overweging
geef wel te willen bevorderen, dat zoo spoedig mogelijk bij
besluit van Burgemeester en Wethouders, ingevolge artikel 7
lid 2 van de Verordening op den dienst van het Marktwezen,
tot tijdelijke hulpmarkt van de brandstoffenmarkten wordt aan- Dit document is een ambtelijke brief waarin wordt geadviseerd om een tijdelijke hulpmarkt voor brandstoffen in te stellen aan de Oostzijde van de Oude Schans in Amsterdam. De aanleiding is de noodzakelijke verplaatsing van de firma J. Breemer.
De kern van het argument is tweeledig:
1. Economisch: Behoud van de bestaande klantenkring in de buurt.
2. Religieus/Sociaal: De firma volgt de joodse religieuze wetten (sluiting op zaterdag/shabbat en joodse feestdagen; werkzaam op zondag). De schrijver merkt op dat deze zondagse werkzaamheden buiten de "Joodsche stadswijk" problematisch zouden zijn, wat de noodzaak benadrukt om de firma binnen deze wijk te faciliteren. Het document dateert van 4 april 1940, slechts vijf weken voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de normale gemeentelijke administratie van Amsterdam vlak voor de bezetting.
De tekst illustreert hoe de joodse gemeenschap en haar specifieke ritmes (zoals de zondagshandel als compensatie voor de shabbat) volledig verankerd en geaccepteerd waren in het Amsterdamse stadsbestuur en marktwezen. De Oude Schans lag in het hart van de oude Jodenbuurt. De term "Joodsche stadswijk" wordt hier nog gebruikt in een puur geografische en sociaal-culturele context, zonder de naderende sinistere bijbetekenis van de latere Judenviertel die door de bezetter werd ingesteld. De firma J. Breemer was een bekende brandstoffenhandel (vaak kolen en hout) in dit deel van de stad. J. Breemer M. de Raau Marktwezen